Mannen met baarden

Laten we het eens over poolreizigers hebben. Je weet wel: echte venten die op bijen kauwden in plaats van honing te eten, mannen met baarden die vrouwen en kinderen in de steek lieten om met gevaar voor lijf en leden naar gebieden te trekken waar "no man had gone before". Ze leefden dik honderd jaar geleden: Star Trekkers avant, Columbussen après la lettre.

Gevangen tussen twee tijdperken: om naar andere planeten te vliegen, waren de technische middelen er nog niet en op aarde wás alles al ontdekt. De ontdekkingsreizigers op het eind van de 19de eeuw hadden weinig reden om te lachen: alleen de poolgebieden waren nog door niemand verkend. Daar was een goeie reden voor. De poolgebieden waren de overschotjes. De kruimels die iedereen had laten liggen. Iets anders dan duizenden vierkante kilometer sneeuw en bevroren water was daar niet te vinden. Dat was al lang geweten. Wat zou je er dan nog willen gaan ontdekken? Zelfs de meest geflipte ontdekkingsreiziger kon niet overhaald worden om de Noord- of Zuidpool te gaan verkennen. Daar viel geen eer mee te rapen. Bovendien: naar het eind van de wereld varen, temperaturen van -60°C trotseren, een vlag planten en terugkomen: dat was voor een ontdekkingsreiziger al te onnozel, laat staan voor regeringen die zo'n grap moesten bekostigen. De wereld verkennen? Allemaal goed en wel. Maar als er niks te stelen, te koloniseren of te onderwerpen valt, is de lol er rap af. Wie wil er baas zijn over een miljard ton ijs en 50.000 ijsberen?

Gelukkig zijn er altijd uitzonderingen die de regel bevestigen. Dat vroeg of laat ergens op deze planeet toch een gek zou opstaan die naar de Zuidpool zou varen, was te voorspellen. Dat heeft met heldendom niks te maken, maar alles met een combinatie van domheid en armoede. Mensen die niet weten van welk hout pijlen te maken, halen soms domme dingen in hun hoofd. Denken we maar aan de enige twee Zuidpoolreizigers die we kennen: Robert Scott en Roald Amundsen. Scott was een zoon van een mislukte brouwer en amper dertien toe hij scheepsjongen werd. Amundsen was een gehoorzaam moederskindje dat van zijn mama dokter moest worden. Wegens het gebrek aan vermogen om voor zichzelf op te komen en een eigen leven te leiden, volgde hij haar advies. Maar op de dag dat zijn moeder stierf, stopte hij met de studies. Dan maar gekozen voor het ruime sop. Nee, heldhaftig waren ze niet, Scott en Amundsen. En geboren met het talent of de avontuurlijke geest om de zeven wereldzeeën te bevaren nog veel minder.

Voor Ernest Shackleton gold dat nog in het kwadraat. U kent Shackleton niet en dat is beslist geen schande. Dat we op school alleen over Scott en Amundsen leerden en niet over Shackleton ligt aan het simpele feit dat Scott en Amundsen ooit slaagden in hun opzet om de Zuidpool te bereiken. Shackleton ondernam vier Zuidpoolexpedities en die mislukten alle vier. Sinds een paar weken  kennen we de oorzaak van zijn falen: drankzucht. Het was in alle journaals te horen en in alle kranten te lezen: op de Zuidpool werden onder het ijs vijf kisten whisky en cognac gevonden van meer dan honderd jaar oud. Shackleton had die meegesleurd op zijn barre voet- en sledetocht naar de Zuidpool.
Journalisten -doorgaans zelf notoire drinkers- stelden zich, verblind door enthousiasme en hoop, een berg vragen: "Hoe oud is die whisky precies?", "Is hij nog te drinken?", "Kan men het recept nog achterhalen?", "Hoeveel is een fles waard?", "Is het mogelijk die whisky te reproduceren?" en "Waar kan ik hem bestellen?" Niet één journalist die zich afvroeg of het normaal was dat poolreizigers zoveel sterke drank meezeulden. En waarvoor al die drank moest dienen. Niet om de koude te bestrijden, niet om de slapeloosheid tegen te gaan en niet als verdovingsmiddel, zoals Shackleton officieel beweerde. Gewoon om op te zuipen, laat het door mij gezegd zijn.

Sta me toe even de persoon Ernest Shackleton toe te lichten voor ik over zijn slemppartijen op de Zuidpool begin. Ernest Shackleton werd -het zal niemand verbazen- geboren in Ierland. Naar school gaan vond hij zonde van de tijd. Hij stopte ermee op zijn zestiende. Hij werd leerjongen op een schip en later bij stom toeval 'ontdekkingsreiziger', dankzij een vriend wiens schatrijke vader expedities sponsorde. Zo mocht hij, als laagste in rang, een keer mee op een Antarctica-expeditie van Scott, die meteen zijn grootste rivaal én zijn persoonlijke vijand zou worden. Het duurde immers niet lang voor Scott Shackleton naar huis stuurde. De motivatie bij zijn ontslag werd in een dagboek genoteerd en bewaard. "Shackleton heeft nog nooit naar behoren gefunctioneerd, maar vandaag is het er echt over. Hij is bijzonder opvliegend, hij hoest de hele tijd en hij vertoont ernstige symptomen van zaken die hier niet uit de doeken moeten gedaan worden, maar die niet door de beugel kunnen als je je in niemandsland bevindt, op 250 kilometer van je schip." Dat het over zatlapperij gaat, wordt niet expliciet vermeld, maar het is wel duidelijk.

De ontslagen Shackleton wilde Scotts ongelijk bewijzen en bereidde in al zijn misnoegdheid dan maar zélf een Zuidpoolreis voor. Zijn eigen expeditie vertrok in 1908 en werd o.a. gesponsord door whisky van 'Mackinlay', zijn favoriete merk. Nu wordt het interessant. Shackleton vertrok met veertien bemanningsleden. Van hen zouden er, benevens hijzelf, slechts drie deelnemen aan de eigenlijke pooltocht. Voor de trip liet hij 25 kisten whisky aanrukken en nog eens evenveel cognac. 600 flessen in totaal, want er zaten er twaalf in een kist. Reken daar het hout en het glas nog bij en je weet dat de expeditieleden een extra ton hebben meegesleept voor de drank alleen. Je krijgt er meteen ook een donkerbruin vermoeden van waarom Shackleton en de zijnen nooit tot aan de Zuidpool geraakt zijn. Ze bleven steken op 180 km ervandaan. Shackleton kwam in tijdnood en moest rechtsomkeer maken. In zijn haast om terug bij zijn schip te komen voor het Antarctica zou verlaten en weer koers zou zetten naar de bewoonde wereld, liet hij zijn dierbaarste bezit achter: vijf kisten whisky en cognac. Die hebben ze nu gevonden en Shackleton werd heel even wereldnieuws.

Tussen Shackleton en zijn rivaal Scott, die wél de Zuidpool bereikte maar tijdens de terugtocht overleed, kwam het nooit meer goed. Scott stierf in 1912. Volgens de overlevering zei Shackleton daarop tegen zijn vrouw: "Het is beter een levende ezel te zijn dan een dode leeuw". Een citaat waarvoor hij, als je het mij vraagt, meer lof verdient dan voor zijn vier mislukte Zuidpoolexpedities samen.

De zelfverklaarde ezel deed zijn naam alle eer aan. Hij dronk zich te pletter en kreeg twee hartaanvallen. De tweede was fataal. Shackleton, de Zuidpoolzuiper, werd 47. Al wie ooit met hem op expeditie was gegaan, bewierookte hem omwille van de fantastische sfeer tijdens de tochten. "We hebben het niet gehaald, maar we hebben goed gelachen".
Da's inderdaad ook belangrijk.

Link

 

Share/Save/Bookmark

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009