Buiigheden
september 2011
En hoe was jouw vakantie? Heb je fijn gezomerd? De buiigheden hebben je toch niet verhinderd om af en toe een beetje te sportelen? Of ben je binnenhuizerig gebleven en heb je deelgenomen aan de jongste populaire hype: nieuwe woorden verzinnen?
Een vraagje. Wat hebben Turnhout, Izegem, Geel, Loenhout, Sint-Job, Hoeselt, Sint-Niklaas, Gavere, Heist, Tielt, Beveren, Loenhout, Torhout, Sint-Katelijne-Waver, Hamme, Marke, Oostkamp, Harelbeke, Overpelt, Lede, Wingene, Zaventem en Bredene gemeen? Ze zomeren allemaal! En daarmee zondigen ze dus ook allemaal tegen de Nederlandse taal, en nog geen klein beetje. Want een gemeente kan niet zomeren, net zomin als jij en ik kunnen zomeren. Alleen ‘het’ kan zomeren. En dan nog. Als ‘het’ zomert in Turnhout, betekent dat dat het warm is. Niet dat er een Bekende Vlaming op de Grote Markt komt zingen. Waar halen al die gemeentes het dan vandaan om plots allemaal te gaan ‘zomeren’? Vanwaar de hype? Het is mij een raadsel. Wellicht denken ze dat het op een zekere vorm van taalvaardigheid wijst als je nieuwe, zelfverzonnen woorden en uitdrukkingen gebruikt. Fout! De Nederlandse taal is enkele honderdduizenden woorden rijk. Als je daar niet mee toekomt, wijst dat veeleer op een gebrekkige dan wel op een grondige kennis van je moedertaal.
Weerman Frank Deboosere heeft er ook een handje van weg om zonder enige aanleiding onbestaande woorden te introduceren. Zo hoorde ik hem laatst verkondigen dat we buiigheden mochten verwachten. Geen buien, geen storm, geen regen, geen motregen, geen fijne regen, geen miezerige regen, geen hagel, geen sneeuwregen, geen stortbuien, geen zomerse buien, geen onweer…, maar buiigheden. Ik word daar niet goed van. Elk jaar komt Deboosere wel met iets nieuws op de proppen. Ik had het ochtendgrijs nog niet verteerd en daar zijn de buiigheden al.
Maar ik ga pas helemaal over de rooie wanneer ik elke zomer opnieuw het verschrikkelijke non-woord ‘sportelen’ zie en hoor opduiken in dure reclamespots die door de overheid -door jou en mij dus- zijn betaald. Sportelen werd in 2009 uitgevonden door toenmalig cultuurminister Bert Anciaux (of wat had u gedacht?). Dat we dat nog moeten meemaken: een cultuurminister die bewust zijn moedertaal geweld aandoet. Nu ja, Anciaux was de eerste niet en hij zal ook niet de laatste zijn. Maar dat maakt het niet minder erg.
Sportelen, dus. Het is de combinatie van sporten en gezellig samen zijn. Zo probeert men het ons toch aan te praten. Het is sporten voor de 50-plusser. Sportelen is sporten in ‘t klein. Het is sporten voor wie wil maar niet kan. Het is fietsen, maar dan met een barbecue eraan gekoppeld. Of wandelen van terras naar terras. Of voetballen met de tapkraan naast het veld. Wat een flauwekul! Als je sport, dan sport je. En als je dat op je eigen tempo doet, dan sport je ook. Of je nadien een pint gaat drinken of niet, heeft daar niks mee te maken.
Je sportelt niet wanneer je op je eigen bescheiden niveau sport. Of zeggen we van iemand die zijn eerste zangles volgt ook dat hij nog niet zingt maar zingelt? Of van kinderen die leren zwemmen dat ze zwemmelen? Of van Tom Boonen dat hij tegenwoordig meer fietselt dan fietst?
Nieuwe, niet-bestaande en compleet overbodige woorden die ons door weermannen, overheden en ministers in de maag worden gesplitst: een mens kan het daar zo van op zijn heupen krijgen dat hij er een column over zou schrijvelen.
Print je mail !
Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.
Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.


