Ik geloof het allemaal wel

Het leven is simpel. Het is zó simpel dat ík het nog kan volgen. Dat heb ik helemaal aan mezelf te danken. Sinds een paar maanden ben ik gestopt met zelfs maar te probéren om het allemaal nog te snappen. Man! De vrijheid dat dát geeft in je hoofd … daar heb je geen idee van! Je wordt meteen een ander mens.


"Mensen die ouder worden, beginnen steeds meer te geloven in het lot", las ik onlangs. Dat is flauwekul. Of toch minstens een verbloeming van de werkelijkheid. Hoe ouder je wordt, hoe beter je begint te begrijpen dat er maar heel weinig te begrijpen valt. En dan is 'het lot' een valabel alternatief. Vragen die beginnen met 'wie', 'wat' of 'waar' krijgen we nog wel beantwoord. Maar met 'waarom'-vragen komen we altijd heel snel in de problemen. Hoe meer we ze proberen te beantwoorden, hoe dieper we onszelf in de modder rijden. Ik ben er dus mee gestopt. Ik vraag niet meer waarom. Nooit.

En dat is, als je 't fijn bekijkt, best een opmerkelijk gegeven. Laat 'waarom?' nu juist de eerste vraag zijn die elk klein kind zich stelt. Logisch ook. Zo'n kleine snapt helemaal geen bal van wat er rondom hem gebeurt en er is niemand die het hem kan uitleggen. De paraplu wordt opengetrokken: de school moet het oplossen. Daar zullen ze hem wel aan het verstand brengen hoe alles in mekaar zit.
Noppes, natuurlijk. Twintig jaar later slaat zo'n jonge volwassene gefrustreerd de schoolpoort achter zich toe. En weer is er altijd wel iemand in de buurt om hem te kalmeren en hem een nieuw fabeltje te vertellen. "Ga maar snel werken. Stap in het echte leven. Dan kom je er wel achter hoe alles precies in de haak zit en hoe alles werkt."
Doe er nog een jaar of twintig bij en zo'n wezen is zo oud als ik. En hij beseft plots dat hij nog altijd geen antwoord gekregen heeft op de vragen die hij als kleuter al stelde. En hij neemt zichzelf voor zich nooit ofte nimmer nog af te vragen waarom.
In die fase zit ik dus nu en ik voel me goed, dank u. Ik heb een aantal radicale besluiten genomen. Behalve dat ik me nooit nog afvraag waarom, wil ik ook geen bijkomende kennis meer vergaren. Ik heb er geen goesting voor en ik zie het nut er niet van in. Ik zal al eens beginnen met te proberen te onthouden wat ik weet. Dat zal al moeilijk genoeg zijn. Ik geloof wat ze me zeggen en heb geen wetenschappelijke verklaringen meer nodig. Kim Clijsters bijt op een mondstuk en haar heupproblemen zijn verleden tijd? Ik heb het in jaren niet meer zo koud gehad als deze winter en toch warmt de aarde op? Ik geloof het allemaal wel. En er is vast een goeie uitleg voor, maar die wil ik dus niet meer horen.
Mensen die het goed met me menen, maken zich zorgen. Komen me verontrust vertellen dat ik niet mag afhaken. Dat ik moet bijblijven. Dat ik moet -en nu komt het- 'meegaan met de tijd'. Alsof we die niet zelf verzonnen en ingedeeld hebben.
Wel, laat de tijd zijn gangen maar gaan, ik doe niet mee. Ik heb de knop omgedraaid; een mijlpaal genomen. Na 43 jaar heeft de pendule een fractie van een seconde stilgestaan en nu zet hij zich in de omgekeerde richting weer in beweging. Niet meer verder; terug naar af. Dat heeft niet te maken met leeftijd, maar met mentaliteit. Vanaf nu sta ik dichter bij de bejaarden dan bij de jeugd. En morgen zal ik er nog dichter bij staan. En volgende week nóg dichter. Ik kijk ernaar uit, want dat is waar ik thuishoor. Ik ga nu al liever petanquen dan surfen, liever biljarten dan paragliden.
Maar laat het duidelijk zijn: voorlopig ben ikzelf wél de enige die mag zeggen dat ik oud ben. Anderen zullen dat recht pas over een flink aantal jaren verwerven. De eerste de beste die voor mij gaat rechtstaan op de bus, riskeert een peer op zijn bakkes.
Ouwe mannen kunnen soms geweldig agressief uit de hoek komen.

 

Share/Save/Bookmark

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009