Niets. Rien in het Frans

De eerste maal dat we tot de ontdekking kwamen dat onze hersens ook konden dienen om na te denken, was het moment dat een leraar Frans ons vroeg een tekst te schrijven over ‘le future’, de toekomst. Zijn vraag was zeer specifiek: “Wat zou je vandaag al over je leven van morgen willen weten?” Er was een restrictie aan verbonden: je mocht maar één feit laten voorspellen. (Zoals in dat sprookje over de man die slechts één wens mocht doen. Honderdmaal hebben we hem toegeroepen: “Wens dan toch onmiddellijk dat je ontelbare wensen mag doen.” Dan is Kees toch klaar, niet?).

De vraag daagde ons uit! Het ene feit dat we wensten te weten te komen, liep het andere voor de voeten. We beseften terdege dat we voor het ultieme, het allerhoogste moesten gaan. Niet, zoals onze klasgenoten, voor het voorspelbare fait divers, een winnende cijfercombinatie. Neen, we moesten gaan voor feiten die zouden doorleven tot in de eeuwigheid, amen. Die thuishoorden in de categorieën van Nobelprijzen, wereldrecords en meesterwerken. We kampten met l’embarras de choix. Zouden we gaan voor de Nobelprijs voor de vrede, het wereldrecord op de 100 meter of voor de tweede versie van de Anna Karenina? 

De keuzes hielden ons tot vlak voor het inslapen in de ban. Tot we op een nacht wakker schoten en het licht zagen. Hoe kortzichtig en ijdel konden we zijn! Niet in eeuwige roem lag het meest bevredigende feit van onze toekomst beschoren, maar juist in het besef van onze sterfelijkheid. Wat anders moesten we zien te weten te komen dan het tijdstip van ons overlijden? Zou dat schielijk gebeuren? Of hadden we nog vele jaren voor de boeg? Pas als we zouden weten hoeveel leven we nog te goed zouden hebben, zou dat leven een onwaarschijnlijk avontuur worden. De vrijheid die we ermee verwierven, deed ons duizelen. We konden -niet bij wijze van spreken maar gewoon de daad bij het woord voegend- de top van de Mont Ventoux af duiken en er zeker van zijn dat we op onze pootjes terecht zouden komen. Onkwetsbaar zouden we worden! Onsterfelijk tijdens ons leven!
Voor we deze geniale inval aan het papier gingen toevertrouwen, meenden we nog even een bezoek aan de studeerkamer van onze oudere broer te moeten brengen. Le jour de gloire est arrivé. In die tijd las hij al dikkere boeken en schreef hij een poeziëbijdrage voor het schoolblad. Op basis daarvan meende hij ons even denigrerend te kunnen behandelen als een kubistisch schilder een beenhouwer. Het moment voor een uitdagend rondje mindbluffing leek ons aangebroken. We zouden onze karameldichter eens tegen het canvas slaan met onze eerste pensée.

We maakten bij hem evenveel indruk als een kubistisch schilderij bij een beenhouwer. Hadden we dan niet door dat we met onze beide ogen in een val trapten. Waren we zo kortzichtig, zo naïef, zo onnozel. “Denk toch eens even na”, zei hij. “Als je vandaag zou weten dat je morgen doodgaat, dan wordt je leven onleefbaar. Het speelt geen rol of de dood over een uur of pas over 100 jaar komt. Eenmaal je dat moment kent, heb je geen leven meer.” De vrijheid die we meenden te verwerven, was volgens onze bewonderaar van Les demoiselles d'Avignon, de vrijheid van een ter dood veroordeelde. Ook in diens leven draait na het ultieme verdict elke seconde rond dat ene fatale moment op de elektrische stoel. Net als hem zouden we gek worden. Totaal verlamd van angst. Uiteindelijk zouden we de hand aan onszelf slaan. “Het enige antwoord op de vraag”, zo sprak hij ons vaderlijk toe, was: ‘Niets’. “Rien in het Frans”, voegde hij er nog fijntjes aan toe.

Toen we een paar dagen later ons opstel terugkregen, boog de leraar Frans zich nog even over ons heen en fluisterde: ‘Très intelligent’. Onze broer hebben we nog jaren gewraakt door hem voortdurend voor de voeten te werpen dat hij er niet aan moest denken ooit met zijn rijmelarij onsterfelijk te worden. Tot op vandaag is die voorspelling alvast uitgekomen.
 

Share/Save/Bookmark

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009