Noël Bell

Omdat op het marktplein van T. een bom was gevallen en alles in puin lag, moest bus 470, die ons wederom naar het dorp M. zou brengen, noodgedwongen haar vaste route verlaten. In plaats van de normale korte weg doorheen de buitenwijken te nemen, was de chauffeur nu verplicht om zich dwars door de stad een weg te banen, dwars dus door het ellendig drukke verkeer, zeker op deze vrijdagnamiddag wanneer alle scholen hun losgeslagen inhoud als kanonnenvoer ten prooi wierpen. Terwijl verschillende reizigers luidkeels hun beklag deden over de slakkengang van de bus,  nestelden we ons in ons vertrouwd hoekje op de achterbank en namen uit onze reistas het tweede deel van de roman ‘Oorlog en Vrede’ van de Russische schrijver Leo Tolstoj. Dit omvangrijke werk beslaat in kleine druk al 1200 pagina’s. Samen met het eerste deel komt je aan ruim 3000 pagina’s.
 
Het volledige werk ‘Oorlog en Vrede’ vergezelt ons al jaren op onze reizen met het openbaar vervoer: op tram, trein, bus en vliegtuig. En sinds ons lief ons ontheven heeft van de verplichting om een auto te besturen -wegens geestelijke en motorische defecten- nemen we het boek ook ter hand tijdens onze autoritten. Op al die verloren momenten -het moeten er duizenden zijn- hebben we ‘Oorlog en Vrede’ op die manier in kleine porties tot ons genomen. Soms niet meer dan een halve pagina als we bijvoorbeeld tram 8 van Berchem Station naar het museum nemen. Maar soms ook met grote happen, met als record een volledig hoofdstuk tijdens het twee uur durende oponthoud aan de Gotthardtunnel op doorreis naar Italië.
 
We waren die vrijdagnamiddag in T. zo vergevorderd in het boek dat we na zoveel jaren uitzicht hadden op de laatste bladzijden van de avonturen van Andrej Bolkonski. En aangezien de bus al een uur had gereden om van het cultuurcentrum tot aan de koffiefabriek te geraken -amper drie kilometer- leek dat historische moment nu wel echt in het verschiet. Hielden we die gemiddelde slakkengang aan, dan zouden we zelfs een kilometer vóór het dorp M. het boek met een forse klap kunnen dichtslaan en nog minuten lang vergenoegd uit het venster van de bus kunnen staren, mijmerend over deze mijlpaal in ons leven. 
 
Toen we echter de ring van T. verlieten en de provincieweg naar M. insloegen, was het drukke verkeer plots volledig opgelost en kon de buschauffeur zijn snelheid aanzienlijk opdrijven. Dat verkleinde meteen onze kansen. Dat het erg nipt zou worden, bleek toen we boven op de brug van het dorp D. al uitzicht kregen op de kerktoren van M. en we nog 3 pagina’s te lezen hadden voor we ons eindstation zouden bereiken. Helaas: we zouden stranden op anderhalve pagina van het einde. Tenzij … tenzij ‘de bareel’ ons niet in de steek zou laten.
 
Het dorp M. wordt namelijk doormidden gespleten door een spoorweg die treinen toelaat om mensen en goederen te vervoeren tussen grote steden, tot zelfs het Rurhgebied van de industriële grootmacht Duitsland. Dit drukke treinverkeer heeft verstrekkende gevolgen voor de inwoners van M. Een ijverige stationschef heeft eens berekend dat de slagbomen op 24 uren gemiddeld 150 keer (!) sluiten. Elke gesloten overweg zorgt voor minstens vijf en een halve minuut oponthoud.  De som was vlug gemaakt: het dorp werd per etmaal urenlang gegijzeld door overstekende treinen. De stationschef liet wijselijk na om te berekenen hoeveel de bewoners in hun ganse leven aan kostbare tijd verloren, wachtend voor de spoorovergang. Het resultaat zou alleen het aantal ‘zelfdodingen door het zich voor de trein werpen’ sterk doen stijgen. Toch is er een geval bekend van een man die dankzij deze spoorwegovergang het gelukkigste moment uit zijn leven beleefde. Zijn naam was Noël Bell. 
 
Het lot was Noël Bell al van zijn geboorte goedgezind. Omdat hij op kerstdag geboren werd, konden zijn ouders hem een naam geven die zijn gelijke niet kent in dit land, en bij uitbreiding Frankrijk. Noël groeide in de jaren zeventig uit tot een van de meest beloftevolle wielrenners van zijn generatie. Fysisch stond niets hem in de weg: Noël was ruim twee meter lang en geblokt als een Italiaans tafelkleed. Ook op het vlak van materiaal schoot niets hem te kort: zijn vader was vertegenwoordiger van het destijds zeer hoog aangeschreven fietsenmerk Superia. Dagenlang vergaapten we ons aan de enorme glazen uitstalwagen als die voor de deur van zijn ouders in onze straat geparkeerd stond. Alleen wat wedstrijddoorzicht en tactiek betrof, rinkelde het belletje bij Noël helaas wat trager dan bij zijn concurrenten. Zijn tactiek was te eenvoudig om winst op te leveren. Het kwam er op neer alles te geven wat in hem zat vanaf het moment dat het startschot klonk. Telkenmale ging Noël als een bezetene van start, reed dan kilometers alleen aan de leiding, tot hij halfweg koers de man met de hamer tegenkwam, totaal in elkaar stortte en vaak - tientallen keren gedubbeld- volledig afgepeigerd aan de eindmeet verscheen. Tot die ene keer: de dag dat in zijn eigen dorp een wedstrijd werd gereden. Zoals gewoonlijk was Noël weer als een losgeslagen stier van start gegaan en nam hij onmiddellijk een paar honderden meters voorsprong. Hierdoor passeerde hij als eerste de spooroverweg die - ondanks vele waarschuwingen - toch was opgenomen in het parcours. Onmiddellijk na zijn passage sloot de overweg zodat het nietsvermoedende peloton de benen aan de grond moest zetten. De renners zagen nadien tot hun alsmaar stijgende verbijstering achtereenvolgens de personentrein naar A. voorbijkomen, gevolgd door een goederentrein met bestemming Duitsland. Nadien voerde een locomotief een tijdrovend rangeermanoeuvre uit, waarna het dan weer dringend tijd was voor de personentrein naar H. (met vijf minuten vertraging). Terwijl het peloton tekeerging als een kudde bedreigde gnoes was Noël als een losgeslagen hengst blijven doorrijden om ten slotte na een ronde terug aan de staart van het wachtende peloton aan te sluiten. Voor de eerste maal in de wielergeschiedenis gebeurde het die dag dat één ontsnapte renner een volledig peloton op een ronde kon rijden. Toen het peloton na ruim een kwartier vrije doortocht kreeg, maakte het verwoed jacht op Noël, niet wetende dat hij terug deel uitmaakte van de groep. Op die dag triomfeerde Noël Bell voor het eerst -en voor het laatst- in zijn wielercarrière.  
 
Diezelfde zindering van vreugde trok door ons lijf toen we die vrijdagnamiddag de belsignalen hoorden van de  spoorwegovergang van M. en de twee armen van de bareel zich elegant sloten. Terwijl achtereenvolgens een goederentrein naar D, een nucleair transport van H. en twee personentreinen naar respectievelijk N. en A. voorbijdaverden, lazen we euforisch de laatste lotgevallen van de adellijke families Bezoechov, Bolkonski en Rostov. Toen we het boek met een forse klap dichtsloegen, meenden we zelf de Transsiberische Express te zien voorbijrijden met aan het raampje Leo zelf met zijn forse baard. Hij wuifde terug. 
 
Share/Save/Bookmark

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Print je mail !

 Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.

Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

Het nieuwste nummer

 
De oudere nummers vind je in ons archief.
 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009