Tamboerke Tamboerke Tam Tam

Een doelwachter die zich buiten zijn terrein van ‘de zestien‘ waagt, is zoals een drummer die midden in een concert een drumsolo begint. Ze voeren beiden volstrekt overbodige acties uit waarvoor geen enkel hoger doel te bedenken valt.

 

Een drummer moet achteraan én achter een muur van trommels en cimbalen verscholen zitten. Hij is slechts de motor van de groep en de motor zit onzichtbaar onder de motorkap. Het zijn echter zeldzame exemplaren die zich kunnen neerleggen bij deze louter dienende rol. De meeste drummers hebben een bijna kinderlijke behoefte aan aandacht. Het trekken van die belangstelling gebeurt ook op een manier waarop kinderen dat doen: door te overdrijven. De drummer begint out of the blue te jongleren met zijn stokjes, laat ze tussen zijn tien vingers glijden, gooit ze in de lucht of tikt ermee op zijn hoofd. Totaal zinloos en teenkrullend.

 

Drummers zijn gebleven wat ze als kind al waren: diegenen die steeds op de banken achteraan in de klas plaatsnamen en de les verstoorden met puberale streken. Drummers voelen zich geroepen de sfeermakers van de groep te zijn, maar ze zijn enkel nuttig als vierde man voor het kaartspel tijdens de dode uren voor het concert.

 

Een drummer is in deze hoogtechnologische wereld nog een van de schaarse arbeiders. Een leverancier van zuivere lichaamskracht. Drummers zijn de bouwvakkers onder de muzikanten, dragen een mouwloos T-shirt, hun onafscheidelijke pet achterstevoren en ze kauwen op kauwgom.

 

Zo de baas, zo de hond. Zo de drummer, zo zijn instrument. Het is niet voor niets dat ‘de drum’ -noem het ook maar een ‘tamtam’-  tot op de dag van vandaag dat primitieve voorwerp is gebleven. Op vier miljard jaren is de trommel in zijn evolutie niet verdergeraakt dan ‘een hol voorwerp, overspannen met de blaas van een dier’. Allicht bij toeval ontdekt door primaten op het moment dat ze instinctmatig met takken op een holle boom sloegen om de bijen van de wilde honing weg te jagen of de stam te verwittigen van komend onheil in de vorm van een leeuw of tijger. Een zo gesofisticeerd instrument als een harp lijkt ons daarvoor niet echt het geschikte materiaal.

 

Een drum leent zich van alle instrument het minst tot solopartijen. Of heeft er ooit al iemand gehoord van een Koningin Elisabethwedstrijd voor drums? Toch wordt deze stelling bij elk concert met de voeten getreden. Waarom vallen plots midden in een nummer alle andere instrumenten stil? Waarom scharen de zanger, bassist en gitarist zich als joelende kinderen rond de drummer en zetten hem aan tot het geven van een solo? Wat levert een minuut roffelen op, gevolgd door een minuut ‘cimbalengemep’ afgewisseld met getik op de koebel en tot slot een eindeloos lang volledig loos gaan op de volledige batterij aan vellen en metalen?  Niets. Niet meer dan oeverloze verveling. Een drumsolo dient, zoals elke vorm van virtuositeit die niet onder controle wordt gehouden, enkel en alleen het ego van de blaaskaak.

 

Wekelijks zet FC Barcelona elf virtuozen op een voetbalveld. Toch er is geen enkele van de elf die zich aan virtuositeit waagt. Integendeel, het zijn juist de totale zelfcontrole en de kadavergroepsdiscipline die van deze ploeg een geoliede machine maken met een virtuoos voelbal  als resultaat. Een speler die uit het niets kunstjes uitvoert met de bal, hoort daarin niet thuis: hij is de spreekwoordelijke zandkorrel. Net als een drummer die aan een solo begint geen enkele bijdrage levert tot samenbrengen van geluiden die leiden naar een harmonieus samenspel. Solerende drummers en dribbelende voetballers zijn spectaculaire vuurpijlen die op klaarlichte dag wordt afgeschoten. Ze lopen met een sisser af.

 

De enige doelman waarvoor wij de handen op mekaar kregen, was de nationale keeper van Paraguay, José Luis Chilavert. Hij was dan ook meer een spits die in zijn carrière 58 goals maakte en zelfs tijdens een wedstrijd een heuse hattrick scoorde, weliswaar met drie strafschoppen. De enige drumsolo’s waarvan wij ooit hebben genoten,  waren die van Animal in The Muppetshow. De makers van dit programma hadden zeker ook een groot gevoel voor het geven van de perfecte namen aan hun poppen.

 

 

Share/Save/Bookmark

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Print je mail !

 Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.

Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

Het nieuwste nummer

 
De oudere nummers vind je in ons archief.
 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009