Rodekool

De Franse schrijver Boris Vian schreef in 1947 de schandaalroman ‘J’irai cracher sur vos tombes’ (‘Ik zal spuwen op jullie graf’). In deze hardboiled detective wordt de ene vrouw na de andere verkracht en vermoord. Maar tussen alle gruwelijkheden door verkondigt Vian tal van nuchtere wijsheden, zoals: “In de boekhandel is het erg belangrijk, meer nog dan in andere bedrijven, een koper met zijn naam aan te spreken als hij de winkel binnenkomt.”

 

Het was dertig jaar geleden dat we de beenhouwerszaak nog hadden betreden, van toen we er als jongen door moeder naartoe werden gestuurd met een lijstje. Het was een kleine slagerij waarvan de muren bekleed waren met wit-grijs reliëfbehang. Op de vloer lagen geelgevlekte tegels. De kleine winkelruimte werd nog eens voor de helft ingenomen door schabben vol conserven van fruit en groenten. In het uitstalraampje stond een witmetalen fonduestel als enige versiering.

 

De zaak werd destijds uitgebaat door een graatmagere slager in witte schort en met een onafscheidelijk slagershoedje op. Nu, dertig jaar later, troffen we een andere man achter de toonbank aan, een jonger exemplaar. Hij droeg nog steeds een witte schort die met een lint rond zijn buik was dichtgeriemd. Maar op zijn hoofd stond geen beenhouwersmutsje meer. Toch was het overduidelijk dat de zoon van de vorige slager de zaak had overgenomen. Aan de winkel was voor de rest niets veranderd. Aan de muur hing nog hetzelfde behang, op de vloer lagen nog dezelfde tegels en op de rekken stonden nog altijd groente- en fruitconserven. Ook in het uitstalraampje pronkte nog steeds hetzelfde ijzeren fonduestelletje. Alleen hadden de jaren de ruimte flets gemaakt. Het was alsof je in een wit-zwartwereld stapte waar kleuren nog moesten uitgevonden worden.

 

De slager draaide zich om van zijn werkbank en zonder een krimp van herkenning te geven, sprak hij ons aan bij onze voornaam. We herhalen: het was dertig jaar geleden dat we dit pand nog hadden betreden. Ondertussen hadden er in de wereld tal van dramatische gebeurtenissen plaatsgevonden maar hij sprak ons aan bij onze juiste voornaam. Vian bleek gelijk te hebben.  Voornamen werken klantenbindend. Het was op dat moment dat we in ruil voor zoveel toewijding de eed zwoeren in deze beenhouwerszaak opnieuw vaste klant te worden.

 

Maar ons vlees bleek zwak en de eed duur … Dat had alles te maken met het feit dat er honderd meter verder, niet in dezelfde straat maar net om de hoek, nog een andere beenhouwerszaak gevestigd was. Het was een veel grotere zaak die zeker op zondagvoormiddag werd overrompeld door cliënteel.  Het zestal jonge dienstertjes achter de toog kwam vaak handen te kort om iedereen tijdig te bedienen. Het succes van deze zaak vormde zonder twijfel de uitgebreide keuze aan vleeswaren. In de ellenlange uitstaltoog lagen naast tientallen verschillende soorten vleesbereidingen ook een groot assortiment aan patés en soorten ham. Daarnaast was er ruime keuze aan kant- en klare bereidingen zoals soepen, vol-au-vents, lasagne en gebraden kip. Die ‘embarras du choix’ was het grote verschil met ‘onze beenhouwer.’ Hij hield het hondstrouw bij een basisassortiment dat al door zijn vader een halve eeuw geleden werd aangeboden: een preparé (met of zonder ajuin), een kipbereiding (met curry of op Hawaïaanse wijze), champignon à la grecque, een lentesalade en een vleessalade, dat alles aangevuld met een beperkte selectie aan vers vlees: varkenslapjes, koteletten, pensen, biefstuk en stoofkarbonades. Onlangs had hij zijn assortiment uitgebreid met een nieuwe vleessalade. “Gemaakt met light yoghurt”, legde hij uit aan een zeldzame klant voor ons. Twee dagen later was de salade uit de uitstaltoog verwijderd.

 

Onze beenhouwerszaak is op donderdag gesloten. Toevallig komen we op die dag meermaals tot de vaststelling dat we door het broodbeleg zitten. We fietsen dan langs onze beenhouwerszaak, stellen inderdaad vast dat de rolluiken van de zaak neergelaten zijn zodat we ons genoodzaakt zien om naar de beenhouwerszaak om de hoek te rijden. We worden er vriendelijk toegeknikt door een jong winkelmeisje dat -ondanks de drie jaar dat we de zaak frequenteren- onze naam nog niet kent. Als we onze aankopen gedaan hebben, moeten we steevast de routinevraag ‘of we een zakje moeten’ beantwoorden. Deze beenhouwerszaak heeft geen zakje met de naam van de zaak erop gedrukt. De vleeswaren worden in een anoniem wit exemplaar zonder opschriften meegegeven. En dat is ook precies wat we nodig hebben. Op onze terugweg moeten we namelijk weer voorbij onze buurtslager. Hij mag dan wel gesloten zijn maar we mogen geen enkel risico nemen. We moeten er niet aan denken dat hij net zijn stoep aan het vegen is op het moment dat we er langsfietsen en hij ons op heterdaad betrapt met marchandise verpakt in een zakje van zijn concurrent. Soms zetten we 50 meter voor zijn winkel een sprintje in of verbergen het zakje onder onze jas. Om echt helemaal zeker te zijn dat hij ons verraad niet opmerkt, fietsen we op onze terugweg alsmaar vaker een volledige blok om zodat we zijn zaak niet meer voorbij moeten. Lafheid heeft zijn prijs.

 

Toch zijn we niet helemaal ontrouw aan onze eed. Op dagen dat er worst met rodekool op het menu staat, springen we nog eens bij onze vriend de beenhouwer binnen. Zijn worsten behoren zonder meer tot de absolute top en ook rodekool staat tussen zijn assortiment groenteconserven. Zo is het met enige gêne dat we na wekenlange afwezigheid weer de winkeldeur opendoen. Wat zou hij denken? Dat onze kinderen vegetariërs zijn geworden. Hij is wel slimmer dan dat. Toch gebaart hij van kromme haas en begroet ons wederom met onze voornaam. Op hetzelfde moment dat wij de winkel binnenstappen, gaat een oud vrouwtje buiten. Ampele seconden later springt de beenhouwer vanachter zijn toog en stuift de winkel uit. Even verderop zien we hem in gesprek met het oude vrouwtje. Was hij vergeten haar wisselgeld te geven? Is ze dementerend en is ze de verkeerde weg ingeslagen? Even later stapt hij terug de winkel binnen waar hij onze vragende blik opmerkt. “Ze had een bokaal rodekool gekocht”, zegt hij. “Maar het arme mensje krijgt die alleen niet meer open. Daarom draai ik de bokaal altijd voor haar open.” Die dag zweerden we opnieuw de dure eed vaste klant te worden bij hem, ditmaal tot onze laatste snik. 

 

 

Share/Save/Bookmark

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Print je mail !

 Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.

Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

Het nieuwste nummer

 
De oudere nummers vind je in ons archief.
 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009