V.I.P.-Partners van Suiker

                                 


 

Dacia

Op een zondagochtend reden we van het dorp M naar het dorp K, doorheen velden en wegen en halfgesloten bebouwde kommen. Plots dook voor ons een rode Italiaanse sportwagen op. Even later werden we al zowel voor als achter geflankeerd door sportwagens van hetzelfde merk en type. Nog wat kilometers verder stelden we vast dat we omsingeld waren door rode, zwarte en witte sportwagens. Allicht waren we verzeild geraakt in een parade van autoverzamelaars die met hun optocht harten van jongens sneller deed slaan. Zelf reden we met een auto van het merk Dacia, een wagen die tot in het kleinste details gemaakt is om niet op te vallen. We voelden ons die zondagvoormiddag als een Jan Ceulemans in een spelersbus van AC Milan.

 

We zagen voor het eerst een Dacia rijden tijdens onze reis naar Boekarest, de hoofdstad van Roemenië. De plaatselijke dictator was op dat moment nog maar net in een kuil in de aarde verdwenen. Eerst was het ons niet opgevallen maar na twee dagen konden we er niet meer naast kijken. In heel de stad reed maar één automerk: Dacia. Dacia hier, Dacia daar, Dacia overal. Jongeren reden ermee, net als bejaarden. Mannen in maatpak, net als mannen in overalls. Vrouwen met een snor, net als vrouwen zonder. In Boekarest maakte een beperkte keuze op meerdere terreinen het leven eenvoudig. Zo trof je in de winkels eenzelfde keuze aan voedingswaren aan: het assortiment bestond uit één soort zure augurken, één biermerk, één sigarettenmerk en één soort worst. De aanblik van die eenheidsworst maakte duidelijk dat democratie in de praktijk neerkomt op meer keuzes. Niet alleen meer keuze op dagen van verkiezingen, maar ook en vooral tijdens het dagelijkse boodschappen doen.

 

In de dagen dat hun grote roergangers hun de weg niet meer versperden, trokken veel Roemenen, Polen en Russen onze grens over. Niet om zich hier definitief te vestigen; ze bleven slechts voor de tijd die ze nodig hadden om zich een auto aan te schaffen. Ze werden aangetrokken door vele keuzes aan automerken in onze contreien. Hoewel die keuze door hen beperkt werd tot slechts twee merken: BMW en Mercedes. Zo stond op zekere dag Vladimir Petrescu voor onze deur, een Roemeen die beweerde bevriend te zijn met een vriend van een van onze Roemeense vrienden. Vladimir vroeg of hij een paar dagen kon blijven. Hij had de heenreis gemaakt als bijzitter van een Roemeense vrachtwagenchauffeur en zou de terugrit maken met zijn eigen auto. Alleen moest hij die auto nog aanschaffen. De aankoop van een Duitse wagen was meteen ook de enige reden voor zijn bezoek aan ons land met een nochtans rijk cultureel erfgoed. Onze dagen met Vladimir waren goedgevuld. We schuimden samen alle handelaars in tweedehandswagens af. Dat waren er een pak meer dan vroeger. De honger van Oost-Europeanen naar auto’s had ervoor gezorgd dat de tweedehandszaken langsheen onze provinciewegen als paddenstoelen uit de grond waren geschoten en dat op zondagen op alle braakliggende terreinen automarkten werden gehouden. De bezoeken namen ook flink wat tijd in beslag. Elke potentiële wagen werd door Vladimir onderworpen aan een grondige inspectie. Vaak kroop hij, tot ergernis van de verkopers, onder de wagen en klopte, centimeter na centimeter, het chassis af met een hamertje. Na het onderzoek was het aan ons om bij de verkoper naar de verkoopprijs te informeren. Het genoemde bedrag maakte vrijwel onmiddellijk een einde aan ons bezoek. En terwijl hij binnensmonds ‘maffia’ mompelde, spoedden we ons naar een nieuwe dealer op zijn lijstje dat bestond uit adressen uit de Koopjeskrant.

 

Vladimir werd bij elk bezoek aan een handelaar neerslachtiger. Het enige wat hem nog opvrolijkte, waren de tv-avonden. Vooral de enorme keuze aan tv-zenders bezorgde hem ongekend zapplezier. In zijn land keek je willens nillens naar één zender waarop ’s avonds een oude Amerikaanse film werd vertoond. Tot nut van ‘t algemeen waren de films ondertiteld in het Chinees en het Russisch. Verder nog in het Duits gedubd. En op de koop toe werd elk drama overstemd door een monotone Roemeense stem die nog eens alle dialogen voor zijn rekening nam. Vladimir bleef tot een kot in de nacht tv-kijken en at ondertussen potten zure augurken van het merk HAK.

 

Vladimir zou hoogstens een week blijven maar twee dagen voor zijn vertrek bleek hij plots spoorloos. Nochtans had hij nog geen German maşină naar zijn gading gevonden. Omdat hij geen bericht had achtergelaten, maar wel zijn koffer, maakten we ons ongerust. Pas twee dagen later werd zijn mysterieuze verdwijning opgehelderd. Op die avond werd onze buurt opgeschrikt door een teringherrie die eerst als een hevig onweer uit de verte was komen aanwaaien en die even later bruusk met een immense knal op onze oprit eindigde. We stoven naar buiten en meenden in de smog van roetzwarte dampen het silhouet van Vladimir te herkennen. Hij stond naast een auto. Een Lada! Gekocht in Nederland.

 

Wie vandaag in dit land een Dacia koopt, krijgt verbazingwekkend veel felicitaties. De nieuwe eigenaars van het Roemeense merk worden bovenal geprezen voor hun doordachte aankoop. ‘Veel auto voor weinig geld”, zo weten de lofbetuigers die nadien wegscheuren in hun BMW serie 7. Dacia-eigenaars voelen zich vaak als frituurhouders die door Peter Goossens geprezen worden om hun curryworst special met versgesneden uisnippers.

 

 

 

Share/Save/Bookmark

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Print je mail !

 Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.

Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

Mei-nummer

De oudere nummers vind je in ons archief.
 

 

 


 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009