Rik

Onlangs was onze zoon van 8 bijzonder verontwaardigd. In de krant had hij gelezen dat men voor het verdere heil van onze planeet de pandabeer maar beter kon laten uitsterven. Die redenering vond hij zo krom dat zijn oordeel onverbiddelijk was: het specimen dat een dergelijke onzin in zijn hoofd haalt, moest zelf worden uitgeroeid. “Opsluiten en geen eten meer geven”, was zijn conclusie. We konden hem geen ongelijk geven. We hebben namelijk zelf een nauwe band met een uitstervende soort. Iedere zaterdag om de veertien dagen duikt daarvan een exemplaar op. Telkens stipt om 13 uur. Niet in een onherbergzaam, afgelegen woud, maar vlak aan onze voordeur. Het is onze melkboer.

 

Zijn naam is Rik. Rik draagt altijd een perfect gestreken, blauwgrijze stofjas van de luchtmaatschappij KLM. In een van de borstzakken steekt zowel een pakje sigaretten van het merk Groene Michel als een pakje roltabak van het merk Belgam. Als we de deur openen, heeft Rik zich al demonstratief opgesteld in het deurgat. Hij staat schrijlings in de deuropening waarbij hij met zijn linkerhand tegen de voorgevel leunt en zijn linkervoet posteert op de stenen opstap voor de deur. Op die manier lijkt hij op Atlas die in zijn eentje ons huis ondersteunt. Toch is Rik maar anderhalve meter groot.  Als je daar nog een halve meter aftelt van de kromming van zijn ruggengraat - veroorzaakt door een halve eeuw zeulen met bakken melk- dan kom je aan amper een meter mens. Die pose, zo vermoeden we, heeft hij afgekeken van Charlie Chaplin uit de film City Lights waar de zwerver met een identieke houding in een winkelportiek met succes indruk maakt op een beeldschoon bloemenmeisje. Ook Chaplin was een opdondertje dat nauwelijks boven de stoeprand uitkwam (en het bloemenmeisje was blind).

 

Het was mijn vrouw die Rik had overgehaald om zijn melktoer uit te breiden met een halte aan ons huis. Dat had weinig overredingskracht gevergd. ‘Ik passeer er toch in de buurt’, had hij haar gezegd. Toch reageerde hij op de dag dat hij voor de eerste maal een bak aan huis leverde duidelijk ontgoocheld toen wij de deur openden. Rik liet onmiddellijk verstaan dat er een voorwaarde verbonden was aan zijn dienstverlening: hij bracht de bak maar tot aan de voordeur en niet verder. Het onhandige gedrocht de keldertrap afsleuren was gezien zijn leeftijd niet meer in de service inbegrepen. Deze voorwaarde was te nemen of te laten. Daarmee viel ook de enige reden weg om van zijn diensten gebruik te maken, namelijk dat we het zelf zo moe als koude pap waren om iedere zaterdag naar de drankenhandel te rijden voor een bak melk. Zowel zijn ontgoocheling als het wegvallen van zijn gentlemangebaar hadden een en dezelfde reden, namelijk het feit dat hij die dag onverhoeds met de man en niet met de vrouw des huizes geconfronteerd werd. Dat vinden melkboeren niet leuk. Een ontmoeting met een man brengt hen volledig van hun melk.

 

Melkboeren zijn gedurende hun ganse evolutie namelijk alleen vertrouwd geweest met vrouwen. In hun biotoop waren mannen onbestaand.  Aan elk huis waar ze overdag aanbelden of waar ze zich in de achterkeuken aanmeldden met de lokroep ‘’t Is de melkboer’, werden ze alleen geconfronteerd met de vrouwelijke soort; met huisvrouwen wier mannetjes ’s morgens vroeg het nest al hadden verlaten. Om hun handel draaiende te houden, moesten de melkboeren zich aanpassen aan hun milieu en kunnen meepraten over de besognes van vrouwen met blauwe voorschoten, met opgekrulde haren gehuld in een netje of met de roze kussentjespeignoirs haastig om het lijf geslagen. Ze moesten mee kunnen kletskousen over aanhoudende bekkenpijn na een bevalling, het schielijke overlijden van een familielid uit het zevende knoopsgat of het onvermogen van de oudste dochter om een vrijer langer dan een maand te houden …

 

Daar is verandering in gekomen sinds de opkomst van de nieuwe thuiswerkende mannen zoals wij. Als wij de deur opendoen, kijkt Rik straal langs ons heen in de hoop in huis een glimp van de vrouw te kunnen opvangen. Als hij haar opmerkt, zijn wij lucht en begint hij dwars door ons heen luidop tegen haar te tateren. Ondertussen rolt hij doodgemoedereerd een sigaret als een teken dat hij vandaag alle tijd van de wereld heeft. Komt hij tot de vaststelling dat de vrouw niet thuis is, dan steekt hij een Groene Michel op om te tonen dat hij met ons niet veel tijd wil verdoen. “Waarover zal ik het met hem hebben”, zie je hem dan denken. In zijn onuitputtelijke repertoire aan gespreksonderwerpen zijn er namelijk geen mannelijke insteken te vinden. Riks hersenen geven niet thuis bij onderwerpen als de schandalige arbitrage waarvan de plaatselijke voetbalclub steeds weer het slachtoffer is, het onovertroffen beeld van een 400 hz LD-tv of de voordelen van het steken van een ‘34 voor’ en ‘27 achter’ bij de beklimming per fiets van een Franse berg. In die wereld voelt de melkboer zich als een giraf in een bonsaibos, als een kameleon in een schilderij van Karel Appel. Verdwaald. Ontheemd. Verloren. Uitgerangeerd. Een soort zonder soortgenoten.

 

Er was dan ook duidelijk opluchting te merken toen hij na een paar bezoeken ontdekte dat we drie dochters in huis hadden. Dat opende voor de melkboer opnieuw perspectieven op koetjes en kalfjes in het domein waarmee hij zo zeer vertrouwd is. Eerst keek hij ons meewarig aan.”Allee jong, drie dochters”. Meer zei hij niet. De zaterdag daarop: “Ik heb er zelf ook twee grootgebracht. Daar gaat ge uw stellens nog mee hebben.” De week nadien: “Ge moet ze niet opsluiten maar wel in het oog houden.” Weer een week later: “Sommige van hun problemen -ge weet zeker welke ik bedoel- kunt ge maar beter overlaten aan uw vrouwke.”

 

En vorige zaterdag liet hij nog weten: “Ik heb hen wel gewaarschuwd: pas op voor flierefluiters. Ze hebben hun tiret rapper open dan dicht.” Daarop liep hij monkellachend naar zijn bestelbus: “Tot toekomende zaterdag, madammeke”. Dat laatste zal hij niet meer afleren. 

 

 

 

Share/Save/Bookmark

Reacties 

 
# RikPascal Paepen 29-01-2012 09:24
Prachtig, Stijn!!!
Antwoorden | Antwoorden met citaat | Citeer
 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Print je mail !

 Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.

Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

Het nieuwste nummer

 
De oudere nummers vind je in ons archief.
 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009