Less is more

Als je de graad van civilisatie wenst te kennen van een plaatselijke rurale gemeenschap in de Kempen, dan kan je daarvoor terecht bij het gilde der sociologen en antropologen. Zij zullen je geheid een deskundige uitleg verschaffen, doorspekt met termen als ‘industriële transformatie’, ‘organische groei’ of ‘premodernistische productiewijze’.
Het kan echter zoveel eenvoudiger: je stapt gewoon bij de eerste de beste bakker van het gehucht binnen. De graad van ontwikkeling van het desbetreffende Kempense dorp is dan eenvoudig af te leiden uit het assortiment koffiekoeken. De enige regel die je moet hanteren is: ‘hoe groter de koffiekoek, hoe verpieterd (bijna hadden we achterlijk geschreven) het dorp’. Deze regel kent nog een aantal afleidingen zoals: ‘hoe dikker de vulling, hoe primitiever de gemeenschap’ of ‘hoe gevarieerder de ingrediënten, des te geslotener de negorij’.
We geven je bij deze een eenvoudig referentiekader dat handig is bij het bepalen van de afstand die je nog rest tussen het dorp waar je gestrand bent en de stad waarnaar je je begeeft:
Bemerk je tussen het aanbod:

  • Een rechthoekige koffiekoek met rozijnen met een lengte van 20 cm of een rond exemplaar met een gelijkaardige diameter, dan bevind je je op minstens 20 km van een bij nacht verlicht stadscentrum. Check je benzinemeter!
  • Een vierkante koffiekoek met een chocoladebovenlaag en gevuld met een puddingmassa van ongeveer vijf centimeter dikte, dan bevindt de eerstvolgende richtingaanduiding naar een verharde gewestweg zich nog op 40 km. Kijk je bandenspanning na!
  • Een driehoekige koffiekoek in de vorm van een enveloppe gevuld met een bokaal appelcompote en versierd met suikerkristallen met een diameter van 2 cm, dan is het nog minstens een uur rijden tot je opnieuw ontvangst hebt op je gsmtoestel. Bind je hartslagmeter om!
  • Een koffiekoek bestaande uit twee abrikozenhelften, ondergedompeld in een puddingmassa vermengd met kriekengelei, dan is het nog minstens 100 km rijden voor de eerste Illykoffiebar. Bel je notaris op. Bijkomende informatie kan je verder afleiden uit de persoon die de bakkerij uitbaat:
  • Word je bediend door een vrouw met een leeftijd tussen 16 en 18 jaar, wier bovenste rij blouseknopen niet geknoopt zijn, let dan op dat je bij het naar buiten gaan niet struikelt over een colonne kruipende luiers.
  • Verschijnt een vrouw met een leeftijd tussen 55 en 85 jaar in de winkelruimte, gekleed in een blauwe voorschoot en vergezeld van een pekineesachtige hond met symptomen van suikervergiftiging (uitpuilende buik, gestoord zicht), antwoord dan “Neen, dank je” op haar reeks vragen.
  • Komt (na tien minuten) een man opdagen met een leeftijd tussen 80 en 100 jaar, op grijze pantoffels en met verfspatten op de handen, keer dan onmiddellijk op je stappen terug.

In stad A stapten we onlangs het atelier binnen van patissier Carolus B. Onze zachtlederen H. Bossschoenen deden het eikenhouten parket lichtjes kraken. “Bonjour monsieur”, zo begroette de dienster ons. Zij was gekleed in een zwart strakke blouse en paarse rok. Uit de muur klonk een cantate van de heer J.S. Bach. Naast de crèmes brûlées, de javanais, de misèrables -alle perfect geëtaleerd op zilveren schotels- merkten we een rieten mand op met daarin enkele opeengestapelde broden: “Dertien granen - treize céréales”, zo luidde het opschrift. “Mogen we mevrouw Carolus B. even spreken?”, vroegen we nadat we gemerkt hadden dat op de toonbank een bordje stond met: ‘U kan me steeds in het atelier vinden’, getekend Adele B. Even later verscheen de vrouw van de patissier met een schijnbaar achteloos aangebrachte bloemveeg op de mouw. “Kan ik u helpen, mijnheer?” “Jazeker”, antwoordden we. “Kunt u ons zeggen welke dertien granen dit brood bevat, mevrouw?”
Ja, met ons kunt ge lachen.

Share/Save/Bookmark

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009