tot 25.02 Het zwarte symbolisme van Louis Baretta

altMOL - Tot 25 februari loopt in ’t Kristallijn nog de tentoonstelling ‘Louis Baretta’. Geen naam waar u van achterover valt, allicht, maar we willen u toch aanmoedigen om die moeilijke en gevaarlijke sledetocht naar Mol-Rauw alsnog aan te vatten. Baretta is namelijk onterecht onbekend. Francine Legrand, auteur van het standaardwerk ‘Het symbolisme in België’, kent hem wel, maar heeft toch maar één -zij het prijzend- regeltje voor hem over. Ze noemt hem een visionair, al te jong gestorven en ‘trop inconnu’. Samengevat: ’t Kristallijn heeft zijn werk met recht en reden vanuit Veurne doen overkomen.

 

 

Mol is niet meteen de slechtste plaats om de man te exposeren. Louis Baretta (1866-1928) is namelijk, net als zijn tijdgenoot Jakob Smits (1855-1928), een religieus symbolist. En net als Jakob Smits heeft hij aan de Brusselse academie les gekregen van Jean Portaels. Maar veel meer hebben de twee niet gemeen met elkaar, en om eerlijk te zijn: zelfs dat weinige niet. Wie het werk van Baretta bekijkt, ziet immers bij de eerste oogopslag het symbolisme zitten, maar diezelfde oogopslag leert ook dat het niet het symbolisme van Smits is. Smits kwam in Mol-Achterbos sterk onder de indruk van het eenvoudige volksgeloof dat hij bij de mensen aantrof. Dat volksgeloof heeft hij in een belangrijk deel van zijn oeuvre heel piëteitsvol uitgedrukt. Baretta, hoewel ook religieus van inspiratie, tapt uit een heel ander vaatje. Terloops opgemerkt: in de gelaïciseerde maatschappij die we vandaag kennen, is die religieuze insteek voor de verspreiding en reputatie van een kunstenaar bepaald geen voordeel.

 

altSymbolisme in soorten

Allebei symbolist, allebei religieus werk, en toch zo verschillend?  Het symbolisme is een vlag die vele ladingen dekt. Om het simpel te houden: het symbolisme exploreert de werkelijkheid achter de dingen en waardeert fantasie, droom, spiritualiteit en religie. We onderkennen er twee strekkingen in, die wel eens worden aangeduid met de termen ‘wit’ en ‘zwart’. Die strekkingen hebben allebei een uitgesproken voorkeur voor de vrouw, maar in het witte symbolisme figureert als favoriete vrouwenfiguur de Maagd Maria. Smits noemt haar bijvoorbeeld Mater Amabilis, Mater Dolorosa of Mater Dei. In het zwarte symbolisme van Khnopff, Rops en anderen daarentegen is de ‘femme fatale’ een constante. Dit is de andere kant van het symbolistische spectrum: de donkere kant, die van de drift en het instinct. Ook in de literatuur zijn die strekkingen terug te vinden: Claudel en Rodenbach zijn ‘wit’, Edgar Allan Poe, Baudelaire en J.K. Huysmans (voor diens bekering) zijn ‘zwart’. Waar Baretta thuishoort, is ietwat dubieus; hij lijkt tussen de twee richtingen heen en weer te slingeren. De inhoud van veel van zijn werken is (na een fase van een haast satanische perversie) uiterst religieus, maar van de sereniteit die we bij Smits of Xavier Mellery terugvinden, is hier hoegenaamd geen sprake. De passie, neen, de furie die uit zijn schilderijen spreekt, zet hem aan de kant van kunstenaars als Rops, Redon, Ensor en Spilliaert: schilders die hij in het lugubere zelfs moeiteloos voorbijsteekt. Hij schildert bloedrood en is geobsedeerd door de wreedaardige taferelen uit het evangelie: de onthoofding van Johannes de Doper, de marteldood van Christus.

 

altRomantiek

Baretta heeft nog veel gemeen met wat we ons doorgaans voorstellen als het type van de romantische kunstenaar. Hij was van kindsbeen af mankepoot, voelde zich onbegrepen door de wereld en leefde, nadat hij als leraar aan het Sint-Lucasinstituut van Schaarbeek aan de deur was gezet, in bittere armoede. Hij bedelde bij momenten om eten en droeg andermans kleren af. Volgens zijn leerling en latere beschermheer Joseph Vuylsteke was die armoede tot op zekere hoogte door hemzelf gezocht en gewild, omdat ze hem dichter bij Christus bracht. Baretta behoort tot het gild van de ‘peintres maudits’, het soort dat afkeuring en weigering vanwege de gevestigde machten vraagt en krijgt. Eén voorbeeld: als hij Christus aan het kruis schildert, suggereert hij daar een erectie bij. Daar zijn maar weinig gezagsdragers blij mee, natuurlijk. (Terzijde: Toon Tersas, vrijbuiter die nooit om een artistieke plaagstoot verlegen zat, heeft veel later hetzelfde thema getekend. Hij heeft mij ooit, oog in oog met het werk in kwestie, verzekerd dat hij niet wou choqueren, maar dat een erectie bij gekruisigden nu eenmaal geen zeldzaamheid was. Ik heb Toon ook bij die gelegenheid niet tegengesproken).

En om het romantische plaatje van Baretta helemaal af te maken: hij verkocht bij leven zo goed als niets en vernietigde in een vlaag van wanhoop het grootste deel van zijn oeuvre.

 

Veurne

De levensloop van Baretta is, net als zijn kunst, van een vandaag nog nauwelijks te vatten pathetiek. Het verhaal, zeg maar de lijdensweg, van zijn oeuvre is al even dramatisch. Nauwelijks een tiende van wat hij geschilderd heeft, is bewaard. Bij zijn overlijden in 1928 heeft de schilder zijn werk integraal vererfd aan zijn vriend Vuylsteke, die er zich liefdevol over heeft ontfermd en tien jaar lang in Baretta’s atelier is gaan wonen. Tijdens een bezoek aan de Heilig Bloedprocessie in Veurne vond Vuylsteke daarin voldoende spirituele overeenkomst met het werk van zijn vriend om een volgende stap te zetten. Uiteindelijk werd in 1937 een contract gesloten voor een Barettamuseum in het stadhuis. Vuylsteke werd er conservator. Toen die in 1962 overleed, werd het museum al snel gesloten en begon de klassieke episode van verkommering en verwaarlozing. In de jaren 80 werd een voorzichtig begin gemaakt met restauratie en restitutie. Pas in 2010 verscheen de monografie ‘Kunstschilder Louis Baretta 1886-1928’ van Ghislain Potvlieghe. De auteur geeft zijn boek de veelzeggende ondertitel ‘De schreeuw van een vervloekt schilder’ mee.

Op dit ogenblik behoort een permanent museum, zoals ooit was afgesproken, niet meer tot de mogelijkheden, maar via de eigen tentoonstelling en de uitleen probeert Veurne Baretta toch weer onder de aandacht van een breed publiek te brengen. Het siert ’t Kristallijn dat het ruimte maakt voor de kunst van deze vergeten kunstenaar. De tentoonstelling is een revelatie en toont Baretta als wat hij was: een getormenteerd religieus fanaat, die zowel in letterlijke als figuurlijke zin ‘geweldig’ kon schilderen.

 

 

Louis Baretta, nog tot 25 februari in ’t Kristallijn, Blauwe Keidreef 3, 2400 Mol. Enkel op zaterdag en zondag van 14 tot 17u, en na afspraak. Tel: 011 55 36 99

 

 

 

 

Tekst: Ivo Verheyen

 

alt 

 

 

 

 

 

 

Share/Save/Bookmark

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009