Mol: Nieuwe aanwinsten

Van de kunstwerken die het Jakob Smitsmuseum in het afgelopen halfjaar aan zijn collectie toevoegde, springen er twee in het oog. Het ene is de etsplaat met het zelfportret van Jakob Smits, het andere een prachtige, vroege tekening van de meester.

 

Ze werden respectievelijk eind vorig jaar en in januari van dit jaar bij particulieren aangekocht. Jakob Smitskenner bij uitstek Fernand Van Gompel geeft hieronder tekst en uitleg bij de werken.

Ets: Zelfportret

“Wanneer Smits in dat zinken plaatje van 14 bij 10 cm zijn ‘Zelfportret’ graveerde, weten we niet echt. Zeker later dan in 1903, toen hij het zelfportret schilderde dat nu in het Koninklijk Museum van Antwerpen hangt. Daarin “is hij een streng kijkend, onderzoekend, autoritair man. Niets daarvan in de ets,” aldus Smitskenner Ivo Verheyen, “We zien wel dezelfde persoon, in dezelfde driekwartpose, met dezelfde witte boord, hetzelfde jasje en hetzelfde lorgnet, maar zijn ogen drukken een totaal andere stemming uit: ze staan verdrietig en vermoeid. Hier zit een man die getekend is door het leven.”

“Waarschijnlijk maakte Smits deze lijnets in 1910-1911, toen hij zich volop aan de grafiek wijdde. Omdat ze niet voorkomt in het grote etsenalbum dat eind 1910 verscheen, nemen we aan dat ze kort daarna ontstaan is. Niet veel later, want na de Eerste Wereldoorlog gaf hij de voorkeur aan de drogenaaldtechniek.”

“Bedoeld om etsen mee te drukken, is het op zichzelf geen ‘kunstwerk.’ Maar toch laat zo’n metalen plaatje waarin de kunstenaar zijn eigen portret heeft gegrift de toeschouwer niet onberoerd. Het krijgt een belangrijke plaats in de verzameling grafiek van Smits waartoe benevens zijn 89 etsen, ook al etsplaten behoorden.”

Houtskooltekening: Gezin aan tafel

“Toont het geĆ«tste ‘Zelfportret’ een man van 55 die door het leven getekend is, dan voert de pas verworven houtskooltekening ‘Gezin aan tafel’ (43 x 49 cm, signatuur Jakob Smits) ons terug naar Smits’ jonge jaren. Hoewel hij sinds 1882 als decoratieschilder in Amsterdam gevestigd was, verbleef hij vanaf 1884 meer en meer en in het dorpje Laren in het Gooi, waar de tien jaar oudere ‘Haagse’ schilder Albert Neuhuys zijn mentor werd. Ze trokken samen naar onder andere Drente en de Kempen, op zoek naar mooie boereninterieurs. Dat voorkeurthema van Neuhuys nam Smits over, net als de impressionistische manier om met houtskool, krijt of aquarel vluchtige indrukken vast te leggen.”

“In deze tekening speelt het voorbeeld van Neuhuys nog duidelijk mee. Ze is mooi te vergelijken met het schilderijtje ‘Boerin bij de wastobbe’ uit 1886, ook te zien in het JSM. Toen Jakob Smits, begin 1886 definitief naar BelgiĆ« verhuisd, in Brussel bij Les Hydrophiles exposeerde, noemde de  kunstpers hem een navolger van De Haagse School. Die stijl hield hij nog even aan toen hij begin 1888 voorgoed in Achterbos ging wonen.

Maar vanaf het begin van de jaren 1890 liet hij dat impressionisme achter zich en ontwikkelde hij zijn eigen symbolisme  -zie de grote aquarellen op goudgrond- en daarna zijn meest bekende, synthetische, gestolde beelden van de Kempen. Of deze tekening in Achterbos gemaakt is of uit een wat vroegere tijd stamt, is moeilijk te zeggen.”
 

Share/Save/Bookmark

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009