Brigitte Van Aken brengt achtste roman uit

altTurnhout - Is Walter van den Broeck de onbetwiste peetvader van de Turnhoutse letteren, dan is de titel ‘petemoe’ misschien wel weggelegd voor jeugdauteur Brigitte Van Aken. De 49-jarige schrijfster met als trots handelsmerk haar immer felrood gestifte lippen, bracht in het najaar haar achtste roman uit: Zie je graag:)

Het boek belandde midden mei op de shortlist van de Kinder –en Jeugdjury Vlaanderen. Wij spraken met haar over de aanstekelijkheid van verhalen en over hoe leven en werk -vooral bij schrijvende mensen- vaak door elkaar lopen.

Lise heeft een moeilijke relatie met haar moeder. Haar grote steun en toeverlaat is haar oma bij wie ze ook regelmatig verblijft. Daar leert Lise Nishan kennen, de Armeense buurjongen. Zij leert hem Nederlandse woordjes, hij geeft haar kriebels in de buik. Wanneer Lise 16 wordt, trekt ze naar de andere kant van het land om fotografie te studeren. Ook oma verhuist naar een kleinere serviceflat. Tijdens het inpakken vindt Lise twee oude foto’s van een mooi meisje dat verdacht veel op haar oma lijkt én van een mysterieuze jongen. Wie is hij en heeft hij misschien iets te maken met oma’s vlucht uit het klooster? Om de lange afstand te overbruggen, schrijven grootmoeder en kleindochter elkaar lange mails die het relaas doen van hun zoektocht naar ware liefde. De twee vrouwen worden geconfronteerd met hun geheimen en hun verborgen verleden en ontdekken dat ze ondanks het leeftijdsverschil heel wat met elkaar gemeen hebben..

altIn een notendop is dat het verhaal van Zie je graag :), de roman die Brigitte Van Aken samen met goede vriendin en fotografe Nicol ‘Andrea maakte. Van Aken schreef de teksten en Nicol ‘Andrea voorzag het boek van zwart-witfoto’s die het verhaal verder aanvullen.

“Die foto’s zijn in tegenstelling tot sommige stukken uit het verhaal suggestief. Daar hebben we met opzet voor gekozen. Het zijn foto’s die het verhaal ondersteunen, maar zeker geen plaatjes bij praatjes. Dat zou niet werken en is literair totaal onverantwoord bij een boek voor 14-plussers. We hebben het duidelijk afgesproken: het verhaal van het jonge meisje krijgt vijf foto’s en het verhaal van de oma krijgt er ook vijf. Ook in de foto’s herken je parallellen en net als de personages corresponderen ook de foto’s met elkaar. Het was echt een samenwerking met Nicole. Ik heb soms stukken uit mijn verhaal aangepast aan de foto’s en het omgekeerde is ook gebeurd.

 

Ik heb me laten vertellen dat jullie soms tijdens gezamenlijke uitstapjes je personages herkenden in voorbijgangers.

Dat is inderdaad gebeurd in de metro in Berlijn. We zaten daar in een oud metrostel en Nicole was opeens in alle staten en deed teken naar mij: “Dat is één van jouw hoofdpersonages”. Ze heeft toen stiekem enkele foto’s genomen van die jongen. Hij had zo’n typisch Oostblokprofiel. Ik heb die foto achteraf echt gebruikt tijdens het werkproces. Hij heeft het boek uiteindelijk niet gehaald omdat Nicole vond dat de kwaliteit niet goed genoeg was.

 

Zie je graag :) is een brievenroman, een oud genre dat jij in een nieuw kleedje hebt gestoken. Waarom wilde je dat genre opdiepen?

Het is al de tweede keer dat ik het opdiep hé. Mijn debuutroman ‘Goed gek’ was een brievenroman maar dan wel klassieker, want dat boek dateert intussen ook al van de vorige eeuw (nvdr: uit 1992). Ik en de coauteur Annemie Fierens hebben er toen voor gekozen om in de stijl van Betje Wolf en Aagje Deken een hele intrige uit te schrijven. Nu is het e-mailcorrespondentie. Ik vind het gewoon blijvend interessant. Als oudere mensen -zoals in het boek de oma van 76- schrijven, wikken en wegen ze hun woorden, terwijl jonge mensen gauw dingen op papier kladden. Dat is een stijlverschil dat ik ook in het boek heb verwerkt. Ik blijf het interessant vinden hoe mensen via geschreven taal met elkaar communiceren.

 

Doe jij dat ook nog, ben jij nog een briefschrijver?

Ja, ik ben een verwoede e-mailer. Ik heb bijvoorbeeld geen gsm. Niemand kan mij zo bereiken. Al mijn vrienden en kennissen weten dat ze mij ofwel via de gewone telefoon of via e-mail kunnen bereiken. Je kan het ook zien hé, (wijst naar de pc) mijn e-mail staat altijd open.

 

altIn het recent verschenen boek ‘De Wolken’ bekent Hugo Claus in een dagboekfragment dat niemand veilig was voor zijn pen. Schrijvers stelen met hun ogen en oren. Herken jij je daar ook in?

Helemaal, ik kan dat helemaal onderschrijven. Ik steel werkelijk het leven van de mensen rondom mij maar ik maak er wel een gouache of pastiche van. Het mooiste voorbeeld is mijn voorlaatste boek (Ooit is niet nu, nvdr) waar ik een Russisch meisje opvoer in mijn verhaal. Dat personage is een compilatie van drie Russische meisjes die ik in mijn klas had. Je steelt elementen en dan bouw je aan iets nieuws. Dat is ook bij Zie je graag :) zo gegaan. Op een dag is er bij mij een oudere dame komen aanwaaien met haar verhaal. Ik heb haar toen, zoals jij mij nu, geïnterviewd. Ik heb elementen uit haar verhaal gebruikt. Of ze blij is met het resultaat weet ik niet. Ik heb niet veel meer van haar gehoord sindsdien. Ze zal wel geschrokken zijn van de wending in het verhaal. Die is immers volledig van mij. De hele liefdeshistorie heb ik verzonnen, maar de setting van het klooster, de vlucht daaruit en de hele sfeer van de jaren 50 heeft zij voor mij heel mooi verteld.

 

Dit is het eerste boek van jouw hand waar de liefde zo’n prominente rol krijgt. Jouw vorige romans gingen over vaak over moeilijke en controversiële thema’s als collaboratie en de psychiatrie. Is Brigitte Van Aken softer geworden?

(Lachje) Nee, niet softer. Ik wilde gewoon iets anders. Ik heb in al mijn jeugdboeken verschillende thema’s aangeboord en de liefde had ik nog niet gehad. Als er zich dan zo’n mooie gelegenheid voordoet dat er een oude dame met haar verhaal aan de deur staat, kan ik dat niet laten liggen. Aan mijn eerste jeugdboek ‘Barst’ heb ik keihard gewerkt. Dat zat in een historisch kader en daar had ik heel veel tijd voor nodig. Dit verhaal vloeide vlotter uit mijn pen. Ik moest niet gaan opzoeken wat er precies in 1956 in dat klooster allemaal gebeurd is, want het heeft geen historische pretenties. Het volgende boek waar ik mee bezig ben, is weer totaal anders. Ik wil niet vastgepind worden op het label psychologische jeugdroman.

 

Zie je graag :) is ook een boek waar de hoofdrol is weggelegd voor twee sterke vrouwen. Dat is toch wel een constante in je oeuvre. Ben je misschien stiekem een feministe, Brigitte?

Nu je het zegt ja, er zijn veel vrouwen in mijn werk, maar dat is me eigenlijk nooit opgevallen. Ik heb helemaal niks met het feminisme, integendeel zelf. Als je naar mijn privéleven kijkt, is dat vrij traditioneel. Ik ben al meer dan 25 jaar getrouwd, met nog steeds dezelfde man, heb twee dochters, woon al 25 jaar in hetzelfde huis en ik geef al sinds mijn twintigste les. Ik ben dus geen jobhopper. Het is vanuit die veilige, bijna routineuze thuisbasis dat ik wat escapades kan maken in mijn schrijven én er ook tijd voor heb. Vanuit die rust en dat evenwicht kan ik het mij permitteren om nog veel extra te doen zoals ook toneelregie en musicals. Als ik een turbulent liefdesleven zou hebben of een minder stabiele thuisbasis, zou ik geen zin hebben in die extra’s. Ik geloof niet in de stelling dat je om een echte kunstenaar te zijn in een soort marginaliteit moet leven. Maar om terug te komen op je vraag waar al die vrouwen vandaan komen … wel: dat weet ik niet. Dat is toeval denk ik.

 

Jij staat met je schrijfwerk wel altijd met één voet in de realiteit. Compleet verzonnen boeken zijn niet aan jou besteed?

Nee, ik lees het genre van Harry Potter en Lord of the Rings zelfs niet graag. Ik ga niet mee in die verhalen en ik heb er ook geen fantasie genoeg voor, denk ik. Dat wil ik ook niet. De sociaal-realistische insteek zit er bij mij wel altijd in en daarbij hou ik echt van de laagjestechniek. Een jeugdboek van mij is nooit rechttoe rechtaan. Een leerling van het Sint-Pietersinstituut waar ik vaak lezingen geef, heeft ooit gezegd dat mijn boeken puzzels zijn. Dat doen jongeren ook graag: puzzelen met de taal. Iets dat op pagina 20 staat en op pagina 90 een duidelijke wending krijgt, daar hou ik van. Aan die puzzel werk ik ook heel hard. Mijn bureau ligt vaak vol met papiertjes en post-its. Daar schrijf ik dan dingen op als ‘Dit element moet terugkomen, belangrijk!’.

 

Je schuwt de harde thema’s niet en er is vaak een zware ondertoon in je werk. Wil je het soms niet eens wat luchtiger aanpakken?

Dat is zo, behalve dan in het laatste boek. De boeken eindigen wel allemaal open of op een positieve manier. Daar kijk ik wel op toe. Ik wil niet dat jonge mensen met een zwaar gevoel het boek toedoen omdat ik vind -dat is mijn levensfilosofie- dat er altijd een positieve kant aan zit, wat er ook gebeurt in je leven of in dit geval in een boek. Ik geloof in evolutie, dat dingen die gebeuren en die bezwarend zijn, naderhand verlichting brengen.

 

Naast schrijfster ben je voltijds lesgeefster, regisseer je theaterstukken en ben je moeder van twee kinderen. Hoe kom je ooit aan schrijven toe, vraag ik me af?

Dat gaat saai klinken maar ik kijk streng toe op hoe ik mijn leven organiseer. Ik zorg ervoor dat ik een aantal avonden voor mezelf heb en dat ik kan schrijven. Ik pak dan het nieuws van 8 uur mee door, dat is om kwart voor 9 gedaan en dan zet ik me daar (wijst naar haar pc) en dan leg ik me daar op toe. Het lesgeven gaat na dertig jaar vanzelf en ik heb geluk met mijn dochters. Die zeuren nooit dat ik weer eens aan het schrijven ben. En met mijn man heb ik ook chance (lacht). Het schrijven zelf gaat niet altijd vlot, want ik ben heel kritisch. Het gebeurt dat ik een blad af heb en dat ik de volgende dag alles weggooi. Dan ben ik wel boos op mezelf omdat ik tijd heb verkwist. Dan klopt het weer niet met het plaatje van mijn georganiseerde leven. Toch blijf ik daar niet te lang bij stilstaan. Dat doorzetten heb ik geërfd van mijn ouders. Ons motto is ‘niet zeuren maar aanpakken’

 

In 1992 is jouw debuut verschenen. Na vier romans voor volwassenen maak je de keuze om te gaan schrijven voor de jeugd. De meeste schrijvers doen het omgekeerde.

Dat vind ik dan ook een kromme redenering. Het impliceert dat schrijven voor de jeugd inferieur zou zijn aan schrijven voor volwassenen en dat is niet. Het is net moeilijker. Het is een publiek waar ik direct contact mee heb en dat me meteen op mijn nummer zet als er iets niet goed is. De jeugd is best veeleisend en legt sneller een boek weg. Dat weet ik, want ik geef Nederlands en werk in de klas ook veel met boeken. Je hebt de stapel misschien zien staan (wijst naar een grote wasmand met jeugdromans). Daar merk ik dat kinderen een boek gewoon wegleggen als ze na tien pagina’s niet geboeid zijn. Een volwassen persoon houdt altijd in zijn achterhoofd: “Dit is wel een boek van Erwin Mortier en die heeft de AKO-literatuurprijs gewonnen. Ik zal het dus maar uitlezen”. Dat doet de jeugd niet. Het moet dus direct raak zijn. Het huidige aanbod aan jeugdboeken is ook bijzonder goed vind ik, veel beter dan tien jaar geleden. De budgetten van de uitgeverijen zijn ook niet meer zo hoog. Ze zijn dus ook veel selectiever geworden.

 

Naar wie van je collega’s kijk je dan op?

Ed Franck vind ik nog steeds heel goed. Hij kan heel goed het evenwicht bewaren tussen literair zijn en toegankelijk voor een groot publiek. Ook Floortje Zwigtman is sterk. Zij is natuurlijk moeilijker, veel kinderen vinden dat een brug te ver. Dat zijn dikke boeken, erg gelaagd en met een historisch kader. En Guy Didelez, dat is ook een favoriet van mij.

 

Een ander pijnpunt voor jeugdauteurs is de strijd om erkenning. Enkele maanden geleden werd besloten om de Jonge Gouden Uil op te doeken. Weer wat prijzengeld minder voor de jeugdauteurs.

Dat is heel triestig. Iedereen die schrijft voor de jeugd ziet het als een kaakslag, alsof alweer schrijven voor de jeugd minder zou betekenen op maatschappelijk vlak. Precies alsof het ook geen kunstvorm kan zijn. Het is heel jammer, want laat ons eerlijk zijn: prijzen dragen bij tot de promotie van een boek en spelen een rol in het feit of een boek veel gelezen wordt. Ouders die een kind begeleiden bij het kopen van een boek, kijken toch wel naar dat labeltje ‘bekroond met’. Ik heb dat zelf gemerkt toen de vorige roman ‘Ooit is niet nu’ de publieksprijs kreeg van het ‘beste jeugdboek 2008’ in Knokke-Heist. Dat boek heeft het in de verkoop toch beter gedaan dan de andere.

 

Je bent nu met Zie je graag :) genomineerd voor de Kinder-en Jeugdjury Vlaanderen. Dat zal wel deugd doen?

Ja ik ben heel blij. Ik zit in de categorie +14. Nu is het afwachten. Een nominatie is mooi, maar de prijs winnen is totaal iets anders. Het zou wel betekenen dat het boek veel zal gelezen worden want het winnende boek wordt gekozen door de Vlaamse jeugd zelf.

 

Waarmee ben je nu bezig?

Ik ga weer samenwerken met iemand. Dit keer wordt het een reeks voor kinderen. Dat heb ik nog nooit gedaan. Ik ga mij proberen te richten op kleuters en de eerste graad van de lagere school, maar ik ga nog niet in detail treden. Daarvoor is het nog een beetje te vroeg.

 

2012 wordt voor jou een feestjaar. Je wordt 50 en het is dan ook 20 jaar geleden dat je eerste boek uitkwam. Gaat er gevierd worden?

Nee, ik ga gewoon verder schrijven. Ik heb er eigenlijk niet bij stilgestaan, zeker niet bij mijn leeftijd (lacht) maar ook niet bij dat twintigjarige schrijverschap. Ik doe gewoon voort met het nieuwe project. Schrijven is zoals leven en ademen, ik ga er gewoon mee door.

 

Bedankt voor het gesprek.

 

'Zie je graag :)' werd uitgegeven bij Davidsfonds/Infodok

 

Tekst: Katrien Lodewyckx
Foto’s: Bart Van der Moeren

Share/Save/Bookmark

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Print je mail !

 Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.

Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

Het nieuwste nummer

 
De oudere nummers vind je in ons archief.
 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009