Decap. Orgels met wereldfaam.
Enkel de allergrootsten slagen erin hun naam wereldwijd onlosmakelijk te verbinden aan hun uitvinding. Gillette: het scheermesje! Parker: de vulpen! Mac Adam: de macadam! Kalasjnikov: het automatische geweer. Sam Goris: de basketschoen! In dat illustere rijtje hoort ook de familienaam Decap: het volautomatische orgel!
Het eerste decaporgel was onze 'close encounter of the third kind', onze eerste ontmoeting met een 'buitenaards object'. Midden jaren zestig landde het enorme ding in dancing Kaasboerin in Mol-Postel. Het bestond uit een enorm orgel dat samen met een drumstel, trekzak, trompet en gitaren een volledig balorkest vormde. Het wonder voltrok zich door eenvoudig een muntstuk in de gleuf te schuiven. In een magische seconde kwam een gans orkest tot leven: de toetsen van de klavieren gingen op en neer, de trekzak open en dicht, de stokken roffelden op de trommels … En dit alles zonder dat er in de verste verte een levende muzikant te bespeuren viel. Het was niet minder dan een wonder wat we aanschouwden. Wat zeggen we: een mirakel. Het volautomatische orgel maakte van de Kaasboerin een bedevaartsoord voor de dansende Mariekes en Jannekes uit de Kempen. Nu het decaporgel al lang verdwenen is, vragen we ons af: "Où sont les neiges d'antan?"
"Het is niet Décap", maar Decap met een doffe e", zo wijst Tony Decap ons onmiddellijk terecht. "Decap is een wereldnaam. Je begrijpt dat ik streng moet zijn."
HERENTALS - Tony, op het internet hebben we nog een Decapfabriek gevonden in Antwerpen. Wie zijn nu eigenlijk de originele decaporgelbouwers?
De orgelfamilie Decap bestond vroeger uit vijf broers. Ze hadden samen een orgelfabriek in Antwerpen. De fabriek bestaat nog steeds; ze heeft een vijftal jaren geleden zelfs haar 100-jarig bestaan gevierd. Maar een van de vijf broers, mijn grootvader, is in 1934 zijn eigen weg gegaan. Hij vond dat hij alléén betere orgels kon bouwen. Hier in Herentals heeft hij 75 jaar geleden zijn eigen fabriek opgericht. Maar dat heeft absoluut niet tot ruzie geleid in de familie. Ik eet met de andere Decaps nog wekelijks ribbekes.
Die naambekendheid van Decap moet je toch echt wel koesteren?
Het is met die naambekendheid toch wat aan het slabakken. Toen ik als kind op de eerste schooldag mijn naam moest zeggen, was de reactie van de meester altijd: "Ah, Decap! Toch niet van de orgels?" Dan werd het eerste uur volledig aan onze orgels gewijd. Onlangs liet ik mijn haar knippen en tijdens het keuvelen liet ik mijn naam vallen. Het kapstertje keek niet meer verbaasd op. Terwijl wij vroeger de plaatselijk helden waren. De reden is uiteraard dat er geen dancings meer zijn waar nog decaporgels staan. Maar trek niet de verkeerde conclusie: het ligt niet aan het orgel maar aan een veranderende uitgaanscultuur. Mensen gaan vandaag naar het Sportpaleis voor evenementen met 15.000 toeschouwers in plaats van naar de dancings.
Is Decap dan nog steeds een naam die wereldwijd in verband wordt gebracht met automatische orgels?
Het is vandaag zelfs méér dan vroeger een wereldnaam. Onze orgels waren aanvankelijk niet verder bekend dan in Antwerpen, Limburg en een deel van Duitsland. Nu zijn onze orgels de pronkstukken van internationale collecties. Insiders koesteren ze zelfs als de Rolls-Royces van de automatische instrumenten. In Amerika zijn decaporgels gegeerde verzamelobjecten. Mijn vader en broer verblijven vaak weken in de States om er een oud orgel te restaureren. Laatst zat ik er zelf met een verzamelaar in een restaurant en die kon het niet laten dolenthousiast een vriend op te bellen: 'Weet je met wie ik nu aan tafel zit: with a real Decap!"
Toch hebben jullie in de jaren zeventig en tachtig, toen de dancings een voor een sloten, zwarte sneeuw gezien.
Ik geef grif toe dat er toen dagen zijn geweest dat mijn vader en ik mekaar aankeken en we ons afvroegen: wat zitten we hier in ons atelier in godsnaam nog te doen? Ik heb de tijd nog gekend dat in de Kempen alleen al meer dan driehonderd dancings waren met een decaporgel. Die zaken zaten elke dag vol! Ik heb met mijn eigen ogen gezien hoe het geld er in wasmanden naar buiten werd gedragen. Echt gebeurd!
Waar is het dan misgelopen?
We hebben de teloorgang van die dancings te laat opgemerkt. Je moet weten dat onze orgels in de glorieperiode van de dancing geen pronkstukken meer waren. De vraag was zo groot dat ze aan de lopende band werden geproduceerd. We hadden toen veel sneller terug moeten omschakelen naar het pure decaporgel, een product van echt vakmanschap. Mijn grootvader is destijds orgels beginnen bouwen met de intentie er kunstwerken van te maken. We hebben het oude hart van ons bedrijf terug moeten ontdekken.
Maar wie anders dan een dancing koopt zo'n gigantisch automatisch orgel?
Oh, je zou er van staan te kijken hoeveel rijke mensen er zijn die in hun kastelen van huizen een gigantische privécollectie automatische instrumenten hebben staan. Die markt van verzamelaars is nooit verdwenen. Aan hen hebben we het te danken dat we ons hoofd boven water hebben kunnen houden. De grote fabrieken die destijds met tienduizend mensen miljoenen automatische instrumenten bouwden, hebben wel hun deuren moeten sluiten. Wij zijn kleiner en flexibeler, en allicht daardoor de enige overlevenden.
Bovendien hebben we met ons bedrijf ingespeeld op nieuwe technologische evoluties. We zijn vandaag geëvolueerd van een dansorgel naar computergestuurde, volautomatische instrumenten. Die omschakeling heeft ons honderdduizenden euro's gekost aan investeringen in nieuwe technologie, maar die beginnen nu hun vruchten af te werpen.
Is het niet bizar dat jullie traditionele product uitgerekend dankzij de computer nieuwe perspectieven heeft gekregen?
Echt fantastisch. Met computers kan je van een automatisch instrument een echt muzikaal topproduct maken! Vroeger was de muziek die uit onze orgels kwam van bijkomstig belang. Voor de simpele boer die op zaterdag zijn dansje kwam doen, speelde dat ook geen rol. Maar vandaag stelt iedereen op muzikaal vlak enorm hoge eisen. Computerprogramma's laten toe onze automatische instrumenten te laten klinken als echte instrumenten. Onze trekzak klinkt als een echte trekzak.
U bent zelf ook pianist maar u noemt zich een knutselaar.
Je moet in onze branche beiden zijn: én technieker én muzikant. Hoe kan je nu een zelfspelend instrument bouwen als je geen muzikant bent? Je moet van alle markten thuis zijn: software kunnen schrijven, een notie hebben van elektronica, hout kunnen bewerken en een instrument kunnen bouwen. Onze instrumenten produceren niet dat harde elektronische geluid maar warme akoestische klanken. Onze nieuwe uitdaging is vandaag het ontwikkelen van automatische snaar- en blaasinstrumenten. Voor onze grootvaders was dat gewoon technisch onmogelijk. Maar nu kunnen we, dankzij computergestuurde sensoren, niet alleen een automatische viool bouwen, maar ook nog een die echt speelt als een virtuoos. Dat is nooit vertoond en biedt enorme perspectieven. Ik ben er zeker van dat in Las Vegas een hotel of casino geïnteresseerd is om in de lobby een volautomatisch orkest te zetten dat live de 'Vier seizoenen' van Vivaldi speelt. Momenteel zijn onze accordeons een groot succes. Ze staan op een voet en spelen op zichzelf. Veel restauranthouders kopen zo'n instrument en laten het tijdens de maaltijd een walsje spelen.
Ik zal je eens iets vertellen, maar schreeuw het nog niet van de daken: op dit moment staat Pat Metheny, een Amerikaans jazzgitarist die miljoenen platen verkoopt, op het punt een groot contract bij ons te tekenen. (Metheny maakte samen met David Bowie onder meer de wereldhit 'This is not America', nvdr). Hij wil dat we voor zijn wereldtournee niet minder dan 200 'slagwerkunits' met akoestische klank leveren. Metheny beweert dat hij en veel van zijn collega-muzikanten opnieuw akoestische instrumenten op het podium willen. Hij ziet voor ons product een grote toekomst weggelegd. Als ik hem moet geloven, moeten we zelfs een fabriek bijzetten. Ik word nu al gek van al het werk.
Maar de tijd van het authentieke decaporgel lijkt blijkbaar wel definitief voorbij.
Als je 'volledig verdwenen' zegt, lijkt het alsof het afgelopen is met het orgel. Maar we hebben nog nooit in ons leven zoveel werk gehad met het maken van volautomatische orgels. We maken ook nog replica's van oude orgels met boeken en kartonnen banden. Die zijn bestemd voor de echte verzamelaars. Een replica maken is een zeer straffe toer, vergelijkbaar met het bouwen van een nieuwe Eiffeltoren. Het zijn grote instrumenten met meer dan 1.000 pijpen die een voor een met de hand moeten gemaakt worden. Mijn broer is een '121 toetspijporgel' aan het bouwen en is daar al vijf jaar mee bezig. We hebben nog onlangs een nieuw orgel gezet in café Destiny in Deurne. Maar in de Kempen kan je ze inderdaad niet meer bewonderen.
Je hebt ook nog ambitieuze plannen om dit oude atelier te moderniseren en er een orgelmuseum in onder te brengen.
Het woord museum zul je uit mijn mond niet horen. Een museum is iets voor wat voorbij is en onze instrumenten zijn nog niet voorbij. Die hebben nu een tweede leven. Nostalgie mag er zijn, maar ik wil hier geen museum bouwen. Ik ga een showroom bouwen: een 'automatisch instrumentenparadijs'. Er komt zeker een spiegeltent waar zondags kan gedanst worden. Ik denk ook aan een muziekstudio en een winkel met automatische instrumenten. Ik voel dat het nu het moment is om het te realiseren.
Succes!
Tekst: Stijn Janssen | Foto's: Bart Van der Moeren
