De Warandememoires van Eric Antonis: deel II

"Sorry, maar de deuren van uw zaal gaan dicht!" Dit is het tweede en laatste deel van zijn Warandememoires waarin onze held een gevecht moet leveren tegen moraalridders, een ruilhandel opzet tussen theatertickets en 100 gram salami en zijn zaal plots gesloten zag worden ….

TURNHOUT - Eric Antonis werd begin dit jaar gelauwerd met de belangrijke prijs voor 'Algemene Culturele Verdienste van de Vlaamse Gemeenschap'. Suiker vroeg de aimabele Turnhoutenaar terug te blikken op zijn Warandejaren. Antonis was van 1972 tot 1988 de eerste directeur van naar verluidt het beste cultuurcentrum van Vlaanderen.

 

Antonis heeft met zijn no-nonsensebeleid meer voor de democratisering van cultuur betekend dan menig goedbedoeld Koninklijk Besluit 'Ter verspreiding van de hoge cultuur onder alle lagen der bevolking'. Zeg dat wij het gezegd hebben. Antonis schaamde er zich niet voor om 'de koning van de ambiance' James Last naar de Warande te brengen. "Onze poetsvrouwen gingen na hun dagtaak niet naar huis. Ze kleedden zich om in de toiletten, maakten zich voor de spiegel mooi op en kwamen als echte dames te voorschijn om naar het concert te gaan. We probeerden altijd de prijzen zo laag mogelijk te houden. Ik heb ze eens vergeleken met voetbaltickets: naar de Warande komen was goedkoper dan een zitje zondags op de tribune van FC Turnhout."

Antonis wilde vooral veel volk over de vloer krijgen en haalde de stempelcontrole in huis, gaf de kanariekwekers hun vogeltentoonstelling en organiseerde op de zondagen rommelmarkten. Het zijn 'truken van de foor' maar ze worden vandaag de dag nog stevig gecopycat. Vandaag woont Eric de koude helft van het jaar in Antwerpen en de warme helft in een huisje in de Franse Auvergne. "Ik heb nood aan zowel de stad als de natuur", zegt hij. "Als ik in Frankrijk lang genoeg alleen heb geleefd met mijn verrekijker en mijn boeken kom ik terug naar hier. Ik ga in Antwerpen nog tot vier maal per week naar het theater. Deze namiddag loop ik binnen in de Augustinuskerk en luister naar hemelsmooie muziek, en deze avond kan ik dan nog een voorstelling van HetPaleis meepikken. Als je zoveel jaren in een stad hebt gewoond en van zoveel dingen geproefd hebt, kan je dat niet meer missen. Naar de Kempen keer ik niet terug."

Kanaries

"Het merendeel van wat we in de Warande brachten, viel onder de grote gemeenschappelijke noemer 'authenticiteit'. Je kan authentiek én volks zijn. Of je kan authentiek én avant-gardistisch zijn. Daartussenin zit het 'entertainment': een genre dat voor velen weggelegd is maar waarvan ik vond dat het onze rol niet was om het te brengen. Onze opdracht lag tussen die twee uitersten: authentiek volks en authentiek avant-gardistisch. Zo voelde ik me niet te beroerd om de 'Kleur- en Sierkanaries Maatschappij' elk jaar een tentoonstelling aan te bieden in de Warande. Het waren vaak eenvoudige mensen die 's avonds na hun werk bij de 'Anco' hun volière binnenstapten en dan plotsklaps specialist werden in het kweken van vogels met fantastische kleurencombinaties. Die mannen speelden gewoon met de wetten van Mendeljev. Ik vond dat heel authentiek.

Ruilhandel

Een van de mooiste voorbeelden van hoe een cultuurcentrum zijn grenzen kan verleggen, was het naar de Warande halen van 'Kiss', een groep beroepsartiesten van allerlei nationaliteiten: Britten, Fransen, Grieken en zo meer. Ze hebben een paar jaar in Turnhout gewoond, in de sociale woonblokken aan de Parkwijk, en repeteerden overdag in de Warande. We kregen er geen subsidies voor. Ik ben nog geld gaan bedelen bij rijke mensen in Oud-Turnhout. Toon Tersas, Max Seelen en Jan Vaerten maakten er kunstwerken voor die we dan veilden. Het was armoe troef. Maar weet je wat het mooiste was? Omdat de artiesten geen geld hadden om eten te kopen, betaalden ze bij de bakker of beenhouwer met toegangskaarten van de schouwburg. Het was een zeer bijzondere vorm van ruilhandel. Maar daardoor zaten al die middenstanders van Turnhout 's avonds wel in onze schouwburg voor een gewaagde voorstelling van Salome van Oscar Wilde. En die mensen vonden dat geweldig. Ik heb het nog gezegd bij de uitreiking van de prijs: 'Wij onderschatten de mensen altijd'. Ze kunnen veel meer aan dan we denken. Waarom hangen we zo vaak de 'platterik' uit en brengen we veel risicoloze zaken? Omdat we niet moedig genoeg zijn. Bied de mensen kwaliteit aan! Nodig hen toch uit om al die mooie en ontroerende voorstellingen mee te maken!

Den dop

Het was voor ieder van ons een fantastische periode. We amuseerden ons geweldig, organiseerden 1001 dingen, werkten dag en nacht en kwamen nog maar zelden thuis. We merkten in Turnhout vaak zaken op en speelden daarop in. Zo vond de stempelcontrole destijds plaats in de inkomhal van het zwembad Kursaal, een donkere hal waar altijd de chloorgeur van het zwembad hing. Terwijl we in de Warande over een grote ontvangstruimte beschikten met bibliotheek, tentoonstellingsruime en parking. Waarom 'den dop' niet in huis halen? Toen gebeurde er iets heel speciaals. We organiseerden met de werklozen een talentenbank: 'Wie kan wát ' en 'Wie vraagt wát.' Ik kan Duits geven, een ander wilde zijn Frans bijschaven. Dat is de start geworden van Dinamo. We boden hun onze vergaderlokalen aan en na het stempelen gingen ze lessen Duits of iets anders volgen.

Rommelmarkt

Een ander voorbeeld was de rommelmarkt. We waren vaak op zondag open voor de tentoonstellingen, maar de grote massa kwam daar niet altijd op af. We wilden niet voor twee man en een paardenkop heel het centrum openhouden. Op zondag moest het een 'va-et-vient' worden van mensen en we dachten aan een rommelmarkt. De eerste keer stond ik alleen in de hal, samen met zeven vrienden. Ik had wat spullen van mijn ouders meegebracht. Spijtig genoeg moest ik na een tijdje al naar huis omdat de helft ervan gestolen werd. (lacht). De rommelmarkt is klein begonnen, maar tot een groot succes uitgegroeid. In Turnhout zou nu de revolutie uitbreken als de rommelmarkt zou worden afgeschaft.

De Turnhoutse revues

Eenmaal in het jaar konden de Turnhoutse amateurtheaterverenigingen in onze schouwburg terecht voor hun grote voorstellingen. De opvoeringen konden in de beste omstandigheden gebracht worden met ondersteuning van onze technici. Ik heb hun op een dag voorgesteld om allemaal samen een voorstelling te creëren. Dat zijn uiteindelijk de grote Turnhoutse revues geworden. Een gigantische onderneming met fantastische decors! Revues als 'Turnawt brandt' groeiden uit tot een begrip: twee weken lang was de zaal met 750 plaatsen volledig uitverkocht! We vroegen aan een professionele theaterschrijver het stuk te schrijven en engageerden telkens een beroepsacteur die iedereen op sleeptouw kon nemen. Zo heb ik Luc Philips eens naar de Warande gebracht voor een revue. Hij had naast zich René De Roeck, dé steracteur van Turnhout. Ik herinner me nog dat Luc Philips tijdens de pauze naar me toe kwam en paniekerig vroeg: "Zeg, kan je die man niet wat intomen". Hij werd overspeeld door René! (lacht uitbundig). Mooie dingen als je zoiets kan meemaken.

Homo's

Als ik eerlijk ben: mijn leukste job was de Warande. Ik heb het liever gedaan dan mijn schepenambt in Antwerpen. Het plezierige was dat niemand je zaken oplegde. We konden elke dag denken, plannen en dromen. Het Turnhoutse stadsbestuur heeft ons vrijwel altijd de volle vrijheid gegeven. Maar soms hebben we ook moeten knokken. Niet alles wat we organiseerden, was naar de volle goesting van het stadsbestuur. Zo brachten we eens een project rond homoseksualiteit met het Werktheater Amsterdam, een voor zijn tijd erg geëngageerde en progressieve theatergroep. Op de affiche stonden foto's van homo's. Het toenmalige stadsbestuur reageerde erg boos. "Dat doe je niet!" In hun ogen viel de Warande ten prooi aan zedenverwildering. Ik werd in eerste instantie 'geroepen' naar een ACW-vergadering in Den Bond. Ik trof er mensen aan met rode gezichten van kolere. Er werd een pastoor bijgehaald en die begon de vergadering met een gebed. Nadien las hij een tekst voor uit het Oude Testament waaruit bleek dat men in die tijd homo's met veel sympathie bejegende. De vergadering viel pardoes stil en de ruzie was opgelost.

Polemiek

Erotiek en seksualiteit vormden altijd wel een heikel punt. Ik heb een serieus conflict gehad rond een tentoonstelling van Liliane Vertessen met nogal wat erotiek. Burgemeester Richard Proost stoof woedend mijn bureau binnen: "Die tentoonstelling moet weg!" Het stoorde hem vooral dat de expo op publieke plaatsen stond opgesteld waar veel passage was. "Je verplicht de mensen om die rare dingen te zien", zei hij. Ik antwoordde: "Ik wil de tentoonstelling verhuizen, maar ik doe ze niet weg." Als compromis hebben we de foto's verhuisd naar de bovenhall van de Warande: een hele nacht hebben we daaraan gewerkt. Maar de pers is erop gesprongen en dat bracht weer flink was publiciteit op. Kijk: de polemiek is een onderdeel van je werking. Ik heb zelfs polemiek nodig om te functioneren, hoewel ik ze nooit expliciet opzocht. Op de duur kon je wel inschatten welke voorstellingen reacties zouden uitlokken. Als je het risico neemt om met interessante kunstenaars te werken, weet je dat die controversiële zaken gaan doen waaraan anderen aanstoot nemen. Maar het was mijn verdomde plicht om die kunstenaars te blijven verdedigen.

De mooiste

De mooiste en meteen ook de grootste voorstelling die we ooit gemaakt hebben, was die van 'Jules Verne' met Franz Marijnen. Dat was een gigantische en erg emotionele onderneming. Ik kan de ervaring alleen maar vergelijken met het moment dat de reuzen tijdens Antwerpen '93 de eerste keer de stad bezetten. Toen reageerden de Antwerpenaars erg emotioneel. Mensen die zo kwaad op hun stad waren, vonden plots dat hun stad leefde en dat er romantiek in de lucht hing. De tranen rolden over hun wangen. Ik heb toen luidop gezegd: "Als het de dag nadien verkiezingen waren geweest, had het Vlaams Belang klappen gekregen." Zo'n moment was ook 'Jules Verne'. Ook omdat de voorstelling uit nood werd geboren. Ik leg het uit ... Ik had de voorstelling gezien in Groningen en wilde ze absoluut in Turnhout brengen . Ik had met Franz Marijnen heel de Warande afgelopen: de tentoonstelling zou heel het centrum inpalmen, van het dak tot de kelders. Toen de decors en tientallen trailers al in het gebouw stonden, kreeg ik een telefoon van de burgemeester: "Sorry: de deuren gaan dicht want er zit asbest in je schouwburg". We hebben dan die nacht nog alle trailers uit het gebouw gehaald. Een paar dagen later kreeg ik van Janssen Pharmaceutica een leegstaande bedrijfshal ter beschikking. Ik heb Marijnissen opgebeld met een marifoon. Hij zat op een boot ergens op de Middellandse zee. "Franz, je moet komen, want we hebben een groot probleem." Ik heb toen met een bang hart met hem de hal bezocht en out of the blue zei hij: "We bouwen Jules Verne hier op!" Vanaf toen kreeg de voorstelling mythische proporties. (geëmotioneerd) Geweldig wat we toen hebben opgebouwd.

Plicht

Je kan je vandaag wel afvragen of de Kempen niet te veel cultuurcentra heeft. Veel hangt af van de ambities van die centra. Ik heb kleinkinderen in Lichtaart, waar een ontmoetingscentrum is waar gepensioneerden komen kaarten en de school zijn voorstellingen komt geven. Dat is gemeenschapsopbouw. Ik vind het prima dat ze in elke van de Kempense dorpen aanwezig zijn. Maar je moet voorzichtig zijn met het spreiden van je grote theaterinfrastructuur. Voor je het goed en wel beseft, gaan centra met elkaar concurreren. Ik vind dat je met elkaar moet overleggen en terreinen moet afbakenen De Warande heeft nu een infrastructuur die zaken toelaat die in de rest van de Kempen niet mogelijk zijn. Daar moeten we eerlijk in zijn. Maar de Warande heeft dan ook de plicht deze grotere voostellingen en festivals te brengen, en dat op een hoogstaande manier.

En tot slot, Eric: kan kunst de wereld redden?

Eric: "Natuurlijk kan de kunst de wereld niet redden. Maar ik denk dat de wereld niet te redden is zonder kunst."

Tekst: Stijn Janssen | Foto:Bart Van der Moeren

Share/Save/Bookmark

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Het nieuwste nummer

De oudere nummers vind je in ons archief.
 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009