Viva la diva! - Anneke Luyten maakt het als operazangeres

altTONGERLO - Ook de Kempen heeft een Bianca Castafiore. Haar naam klinkt alleen iets alledaagser: Anneke Luyten. Wanneer zij haar hoogste noot aanslaat, is geen enkel glas nog veilig. De 28-jarige sopraan uit Tongerlo heeft een drukke maand voor de boeg. Voor de Vlaamse Opera zet ze haar tanden in ‘Il Viaggio a Reims’ van Rossini en daarnaast zijn er de vele kerst- en nieuwjaarsconcerten. Terwijl wij feesten, staat zij op het podium, maar dat lijkt haar niet te deren. “Ik vier oudjaar waarschijnlijk in mijn auto op de E17, als ik van het concert naar huis rijd, maar dat hoort bij de job”

Wat opera betreft ben ik een echt groentje, bedenk ik als ik richting Tongerlo rijd voor een gesprek met Anneke Luyten. Puccini, Verdi en Tsjaikovski zijn namen die ergens heel ver in mijn hoofd zijn opgeslagen, met dank aan een niet al te bevlogen leraar muziekgeschiedenis. Operazangeressen ken ik van zwart-witfilms of van de stripalbums van Kuifje: rijzige, mysterieuze vrouwen met een flink gevoel voor drama. Groot was dan ook mijn verbazing toen Anneke de deur opendeed. Een frisse verschijning met een korte, asymmetrische coupe, dieprood geverfd. Mag dat dan? Moeten operazangeressen geen weelderig lang haar hebben? “Dat zijn meestal pruiken hoor”, lacht Luyten. “Toch hebben ze niet graag dat je midden in een productie van haarkleur zou veranderen. Er zijn dus wel regels, maar dat vinden ze oké.” In haar appartement maak ik kennis met een van haar huisgenoten: de kattin Renée, genoemd naar Annekes grote voorbeeld: de Amerikaanse sopraan Renée Fleming. “Ik heb altijd gezegd: “Als ik ooit een kattin in huis neem, noem ik ze Renée.” Ze heeft trouwens ook iets met muziek. Als ik boven een partituur aan het studeren ben, komt ze op mijn schoot liggen en wordt ze heel knuffelachtig. Als ik aan het zingen ben, wil ze de hele tijd kopjes geven. Het trekt haar blijkbaar aan, ofwel klinkt het voor haar als kattengejank.” (lacht)

Je doet 1.000 kilometer per week, je leeft in je auto, komt ’s avonds laat thuis en vertrekt om 7 uur ’s ochtends al opnieuw. Maar ik geniet ervan.

Is het zingen jou met de paplepel ingegeven?

Niet echt. Ik kom niet uit een professionele muzikale familie. Mijn mama heeft vroeger zelf wel allerlei instrumenten gespeeld en was zelfs lid van de fanfare. Mijn broer volgde ook piano en gitaar. Ze zijn er allemaal mee gestopt, behalve ik. Ik volgde vanaf mijn 2 jaar muziekles bij jeugdatelier Diridon in Aarschot en daarna ben ik verdergegaan naar de muziekschool in Westerlo en Geel en dan naar het Lemmensinstituut. Ik heb daar viool gevolgd. Ooit heb ik wel eens gedacht aan stoppen. Ik was een tiener en zag er niet meer zoveel in, maar mijn moeder heeft toen gezegd dat ik mijn 4 jaar notenleer moest afmaken. Die zomer ben ik dan op muziekkamp geweest in Vaalbeek en daar heb ik de muziekmicrobe echt te pakken gekregen. Toen wist ik dat ik er verder mee wilde gaan en er zelfs mijn beroep van wilde maken.

 

altJe specialisatie op het Lemmensinstituut was viool. Pas in het hoger onderwijs heb je voor zang gekozen. Hoe kwam dat?

Ik had als kind al wel een heel mooie stem. In Bergom (bij Herselt, nvdr) werd elk jaar in de zomer een soundmixshow georganiseerd en ik deed daaraan mee als Silvy Melody. Iemand van de plaatselijke radio vroeg mij toen of ik voor hun station een paar jingles wilde inzingen. Ik heb daar toen goede reacties op gekregen. Ik wist dus dat ik wel kon zingen. In het Lemmensinstituut kreeg ik voor de eerste keer echt zangles, elke week een kwartier. In het 5de middelbaar heb ik toen een zangstuk meegekregen om in te studeren tijdens de paasvakantie: het Laudate Dominum van Mozart. Toen ik dat aan het oefenen was, vond ik een manier om mijn stem meer opera-achtig te laten klinken. Na de vakantie liet ik het dan horen aan mijn docent en die vroeg of ik het zag zitten om zang als hoofdvak te doen. Ik had altijd graag gezongen en vond van mezelf dat ik als violiste net niet goed genoeg was om soliste te worden. Ik had wel kunnen gaan lesgeven, maar dat was mijn ambitie niet. Dus heb ik mijn middelbaar als violiste uitgedaan en ben dan direct begonnen in het hoger met zang als hoofdvak.

 

Dat lijkt me niet vanzelfsprekend.

Dat is waar. Ik had amper zangles gehad en dus doe je maar zoals je denkt dat het goed is. Ik heb veel fouten moeten afleren, want als je gewoon natuurlijk zingt doe je veel dingen die niet zo goed zijn voor de stembanden.

 

Heb je nooit gedacht om popliedjes te zingen in plaats van opera?

Nee, dat is nooit in me opgekomen. Ik ben mezelf ook pas laat in opera beginnen te verdiepen, eigenlijk pas toen ik over het zingen zelf ben gaan nadenken. Toen heb ik dus veel zangeressen ontdekt, zoals Renée Fleming, maar ik heb er niet aan gedacht om pop te gaan doen. Dat is ten eerste een andere techniek en daarnaast is het ook een totaal verschillende wereld. Ik kwam echt uit die klassieke wereld. Ik heb wel al veel zin gehad om eens iets te doen met de mix van de twee genres. Queen en Monserrat Caballé hebben toch samen de cd Barcelona opgenomen. Dat lijkt me wel leuk.

 

Dim lights Embed Embed this video on your site

 

Het lijkt me niet vanzelfsprekend om hier in België de keuze te maken om operazangeres te worden. Wij hebben er toch geen grote traditie in, lijkt me?

Het heeft vooral te maken met onze muziekopleidingen, denk ik. Je kan hier wel naar de muziekschool gaan, maar het niveau is niet altijd even hoog. Zelfs aan onze conservatoria is het niveau niet zoals het zou moeten zijn, gewoon omdat we er te laat aan beginnen. In andere landen zitten ze soms vanaf 12 jaar aan het conservatorium, bij ons vanaf 18. In België wordt cultuur te weinig aangeboden als opleiding die effectief bedoeld is om er je beroep van te maken. In het Lemmensinstituut leiden ze uitstekende leerkrachten op, maar als je echt solist wil worden, is het ook niet de perfecte opleiding. Je moet als Belg in het buitenland gaan studeren om uitvoerend muzikant te worden van een zeker niveau.

 

Dat heb jij ook gedaan. Je bent 28 maar eigenlijk nog maar pas afgestudeerd. Het traject om operazangeres te worden is best lang.

Ja, eerst het Lemmensinstituut, dan de operastudio in Gent, 2 jaar in de Koningin Elisabethkapel in Waterloo en dan een jaar in de operastudio van de opera in Straatsburg. En het stopt nooit. Ik volg nog altijd zangles hé. Je moet eraan blijven sleutelen. De perfectie bereik je misschien nooit, maar je moet zo dicht mogelijk komen. Zeker als sopraan moet je keigoed zijn om er te komen. Het niveau ligt overal heel hoog nu. Dat is niet meer te vergelijken met 50 jaar geleden.

 

Vorig jaar woonde je nog in Straatsburg, nu terug in België. Wilde je graag terugkomen naar de heimat?

Ik heb daar een lastig jaar gehad. Aan zo’n operastudio zit je in een heel beperkte kring en de Franse mentaliteit is niet erg open naar buitenlanders. Ik ben er echt eenzaam geweest. Daarom wilde ik echt terug rond de kerktoren komen wonen, met al de mensen die ik graag  dicht bij mij heb. Ik wilde graag terug naar de Kempen en dan nog het liefst naar Westerlo omdat hier de meesten van mijn vrienden zitten. Ik denk wel niet dat ik hier ga blijven. Ik heb altijd de droom gehad om naar Italië of Zwitserland te verhuizen.

 

In 2008 zong je ook al het kerstconcert voor de koning en de koningin in het paleis in Brussel. Wat doe je nu het liefst: solist zijn op een concert of deel uitmaken van het groter geheel van een opera?

Dat is een lastige vraag, want ik doe het allebei graag. De laatste tijd ben ik veel met opera bezig, maar nu krijg ik echt terug de kriebels om het intieme van een concert te beleven. Het is iets totaal anders. De twee zijn ook heel moeilijk te combineren. Ze zeggen altijd dat je moet kiezen, maar zolang ik kan, blijf ik beide doen. Een concert is veel intiemer, je hebt rechtstreeks contact met je publiek. In de opera daarentegen zie je je publiek niet. Je voert er een dialoog met de andere zangers. In een concert ben je ook meer jezelf en in een opera probeert je je in te leven in je rol.

 

December is de Anneke Luytenmaand in de Vlaamse Opera. Je hebt pas een stuk van Tsjaikovski achter de rug en nu begin je met ‘Il Viaggio a Reims’ van Puccini. Druk, druk, druk?

Het is onwaarschijnlijk druk, ja. Behalve de stukken voor de Vlaamse Opera heb ik nog een aantal andere concerten die al lang gepland stonden. Morgen heb ik een concert in Leuven en gisteren had ik ’s morgens repetitie in Herent en ’s avonds voorstelling in de opera van Gent. Je doet 1.000 kilometer per week, je leeft in je auto, komt ’s avonds laat thuis en vertrekt om 7 uur ’s ochtends al opnieuw. Het is zwaar, maar ik ben blij dat ik werk heb en ik geniet ervan.

 

Als sopraan werk je altijd als andere mensen thuis zijn. ’s Avonds, in het weekend en op feestdagen.

Mijn Nieuwjaar zal dit jaar erg triestig zijn. Op 31 december is er een voorstelling in Antwerpen en op 1 januari heb ik om 15 uur al concert in Gent. Ik ga Nieuwjaar waarschijnlijk alléén vieren, in de auto op de E17, en ik zal alleen thuiskomen en braaf in mijn bed kruipen. Dat is de keerzijde van de medaille. Mijn vriend heeft alleen vrij in het weekend. We hebben dus meestal maar één vrije dag samen. Ach, het hoort erbij.

 

Opera’s zijn vaak erg lange stukken. Je doet eigenlijk een vorm van topsport. Een liederlijk leven is voor jou niet weggelegd.

Niet echt. De meesten van mijn vrienden praten over hun studententijd als de beste tijd van hun leven. Fuiven, feesten, elk avond was er wel iets te doen, maar dat was bij mij niet het geval. Ik moest mijn stem verzorgen en veel studeren. Het is echt het leven van een topsporter: veel sporten, veel water drinken, gezond eten en vroeg gaan slapen. Mijn weerstand moet hoog blijven en dat geeft me soms wel stress. Vorige week was ik verkouden en dat is niet erg als zich dat beperkt tot de neus. Dat zingt nog wel goed. Als ik keelpijn begin te krijgen, is het minder goed. Dan maak ik liters thee en neem ik keiveel echinacea (kruidenmiddel tegen verkoudheid, nvdr) en vitamine C in. Op mijn terras heb ik allerlei kruiden staan, zoals salie en tijm. Daarmee maak ik kruidenthee met een goede kwak honing erin. Ik doe dan echt een tegenaanval. Ziek zijn is geen optie.

 

Als ik denk aan operazangeressen, dan denk ik aan Maria Callas en Bianca Castafiore: madammen met een zeker postuur en een op zijn minst dramatische houding met een lichte neiging tot labiliteit. Dat is niet meteen jouw profiel.

Als ik mijn collega’s bekijk, dan denk ik dat zoiets wel wat cliché is. De meesten van mijn generatiegenoten zijn zoals ik. Er zijn er altijd bij die wat zweven. Dat plaatje past meer bij de oude garde, de diva’s die een sterrenstatus hadden. Tegenwoordig zijn het allemaal moderne, dynamische mensen. Wat je vroeger wel had, is dat goede zangeressen vaak zonder enige opleiding gebombardeerd werden tot ster. Ze moesten zich een typetje aanmeten en konden daar niet echt mee omgaan. Dat is nu niet meer mogelijk. Je rolt er heel geleidelijk in en je krijgt een goede opleiding.

 

Is het een harde wereld? Er kan in elke opera maar één iemand de hoofdrol spelen. Is het knokken?

Voor één rol staan ze vaak met 15 à 20 mensen, of soms nog meer, auditie te doen. Dan komt het erop aan om jezelf te verkopen en te zeggen: ‘Ik ben diegene die jij zoekt; ik ben de beste voor deze rol.’ Ik doe daar niet aan mee, maar er zijn er wel die onderling een concurrentiestrijd uitvechten. De sopranen die nu de hoofdrollen zingen in de grote opera’s zijn zo rond de 40 jaar.  Ik heb dus nog tijd om er te geraken. Ik heb er zelf voor gekozen om te beginnen met een kleine rol want het is de eerste keer dat ik op korte tijd in 3 grote producties meedoe. Ik ben nu aan het repeteren voor een bepaald stuk terwijl ik het andere nog aan het spelen ben. Met twee of drie partituren tegelijk omgaan, is toch iets wat je moet leren. Ik heb er veel schrik van dat ik niet meer weet wat ik moet zingen als ik een partituur aan het studeren ben en ’s avonds het podium opga en een andere moet vertolken.

 

Bij opera is niet alleen de zang belangrijk, je moet ook wel kunnen acteren. Waar ligt daar de uitdaging voor jou?

Ik zou graag eens een komisch stuk doen, maar ik heb ook wel het dramatische in mij. Toen ik nog in het Lemmensinstituut zat, moest ik voor lyrische kunst ‘Suor Angelica’ zingen uit de nonnenopera van Puccini. Daar zit een prachtige aria in, ‘Senza mamma’, met een nonnenkoortje op de achtergrond. Ik heb toen heel die scène gespeeld op de opendeurdag; het was de laatste scène. Toen het licht aanging, waren er heel veel mensen aan het wenen, ook mijn beide ouders. Ik heb dus wel het talent om mensen te ontroeren, denk ik.

 

In mei heb je meegedaan aan de Koningin Elisabethwedstrijd. Was dat een droom van je?

Ik heb het altijd wel gevolgd, met in het achterhoofd de gedachte dat ik daar misschien ooit zelf zou staan, maar het was geen must. Het was eigenlijk eerder een droom van mijn vader. Die zei altijd: “Ons Anneke, die gaat ooit meedoen.” Dit jaar was het mijn laatste kans (de maximumleeftijd voor sopranen is 30 jaar en de wedstrijd wordt maar om de 3 jaar georganiseerd - nvdr) en dus dacht ik: waarom niet. Het was goed om het repertoire in te oefenen. Ik wou eens zien wat het gaf.

 

Je eindigde in de halve finale. Was dat een teleurstelling?

Ik ben blij dat ik de halve finale gehaald heb, want dat was mijn oorspronkelijke doel. Toen ik er uiteindelijk in zat, wou ik natuurlijk gaan voor de finale. Toen ik achteraf zag wie er in de finale zat, dacht ik wel: “Hier had ik moeten bij zijn”. Naar mijn mening zaten er een paar bij die er niet thuis hoorden. Ze hebben ook heel hard aan hun mannelijke kandidaten getrokken. Omdat er zo weinig hadden ingeschreven, hebben ze er heel veel willen bijhouden waardoor het niveau wat naar beneden ging. Achteraf bekeken had ik zeker in de finale moeten staan, maar het is en blijft een wedstrijd. Niet elke wedstrijd verloopt even eerlijk.

 

Sta je nu al waar je wil staan?

Nee, ik wil zeker nog vooruit hé. Ik wil gaan voor een hoofdrol. Daarvoor moet ik nog groeien, maar daar geef ik me nog wat de tijd voor. De zangtechniek moet geperfectioneerd worden en daar werk ik hard aan. Het liefst zou ik een hoofdrol spelen in een Straussopera, zoals een gravin in de Rosenkavalier. Dat ligt mij wel.

 

Misschien een onbescheiden vraagje: is opera zingen big business? Word je er rijk van?

Als je goed bent en je hebt een goed agentschap, dan kan je daar goed je boterham mee verdienen. Sommige sopranen die hoofdrollen spelen kunnen toch zo’n € 10.000 per voorstelling vragen. Dat is niet niks hé. Maar dat is nog niet voor mij hé. Als deel van het jongesolistenensemble van de Vlaamse Opera heb ik een contract voor enkele maanden. Volgend jaar in november ga ik trouwens weer voor enkele maanden zingen in de opera van Straatsburg.

 

Hoe lang duurt de gemiddelde carrière van een sopraan eigenlijk?

Dat hangt natuurlijk van je techniek af, maar de meesten zingen toch wel op een goed niveau tot hun 60 of 65 jaar. Wanneer ze dan geen uitvoerend muzikant meer zijn, gaan ze heel vaak overal ter wereld masterclasses geven. Dat vind ik super.  Ik zou dat ook wel willen doen. Als je dan al je kunde en levenservaring kunt doorgeven aan jonge gemotiveerde zangers is dat geweldig. Ik vind het nu ook heel fijn om zo’n masterclass te volgen bij gepassioneerde mensen die willen delen. Je kunt als zanger dus wel lang meegaan hoor.

 

Soigneer jezelf dan maar goed! 

Tekst: Katrien Lodewyckx
Foto’s: Bart Van der Moeren

 

Anneke Luyten speelt van 18 tot 31 december in ‘Il Viaggio a Reims’ van Rossini in de opera in Antwerpen en van 9 tot 23 februari in ‘La Forza del Destino’ van Verdi, ook in Antwerpen.


altWIN EEN AVONDJE OPERA

Suiker mag 1 duoticket weggeven voor de voorstelling van ‘Il Viaggio a Reims’ op 29 december in Antwerpen. Wie Anneke Luyten live aan het werk wil zien, Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. of stuurt een mailtje naar Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. , met als onderwerp '29.12 - Il Viaggio a Reims, Opera'. Vergeet niet je naam te vermelden in de mail.

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

Share/Save/Bookmark

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Print je mail !

 Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.

Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

Het nieuwste nummer

 
De oudere nummers vind je in ons archief.
 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009