Fien Troch filmt voor ‘Kid’ op locaties uit haar jeugd
december 2011
VEERLE - De nog jonge en heel bijzondere filmmaakster Fien Troch (33) verbleef de voorbije zomer -als we al van een zomer mogen spreken- bijna twee maanden in de Kempen voor de opnames van haar derde langspeelfilm ‘Kid’. Op zich is dat vandaag geen nieuws meer: tegenwoordig is de Kempen een favoriet decor voor veel Vlaamse films. Zo speelde het recente Frits & Freddy zich af in de Lommelse Sahara en kunt u volgende maand ‘Groenten uit Balen’ gaan zien, ook grotendeels opgenomen in … jawel: Balen. Maar wat het Kempense verhaal van Fien Troch interessanter maakt, is dat de regisseuse erg goed vertrouwd blijkt te zijn met het dorp waarin haar derde worp zich afspeelt: Veerle-Laakdal.
Over die band van Fien Troch met de Kempen hoorden we het eerst van Ludo Helsen, voormalig burgemeester van Laakdal, toen we hem in oktober interviewden naar aanleiding van zijn nakende afscheid als bestendig afgevaardigde. Helsen vertelde een verhaal over zijn vader, een verhaal dat hem na al die jaren nog steeds zichtbaar beroerde. Slechts een paar dagen voor het einde van WO II kregen de Duiters een lijst in handen van leden van het verzet. Daarop stond de naam van Ludo’s vader. De man moest halsoverkop op de vlucht en had zijn leven te danken aan een familie in Veerle die de moed had hem een onderduikadres te bezorgen. Pas op het einde van het interview -toen de filmopnamen in ‘zijn’ Laakdal toevallig ter sprake kwamen- liet Helsen zich ontvallen dat die moedige mensen familie waren van Fien Troch. “Ik ben hen daarvoor nog steeds zeer erkentelijk”, zei Helsen. “Fien kan bij mij niets verkeerd doen. Ik zal ze steunen waar ik kan”.
Met dit verhaal in ons hoofd gingen we Fien Troch in haar woonplaats Brussel opzoeken. We spraken af in het grote houten café ‘De walvis’ aan de Dansaertstraat. En toegegeven: met enige twijfel zaten we daar op haar te wachten. We kennen namelijk de films van Fien: ‘Een ander zijn geluk’(2005) en ‘Unspoken’ (2008)’. Onze vrees was dat Fien zo weinig van zeg zou zijn als haar personages in deze films en bijgevolg ook ons gesprek vooral ‘unspoken’ zou verlopen. Maar wat viel dat mee! Fien toonde zich een praatvaar zonder kapsones die met veel liefde over haar Kempense connecties vertelde.
Fien Troch: “Ik kende dat verhaal van Ludo Helsen niet. Hij heeft het me als eerste verteld. Ik weet ook niet over welk familielid het juist gaat; vermoedelijk was het mijn overgrootvader. Voor alle duidelijkheid: het gaat niet over de familie Troch maar over de familie Mertens, de kant van mijn moeder. Mijn vader heeft geen banden met de Kempen. Ludo Helsen is onze familie nog steeds zeer dankbaar. Zijn erkentelijkheid gaf me een echt warm gevoel. Het is ook leuk om te horen dat iemand van je familie een dergelijke daad heeft verricht onder de oorlog. Maar weet je: tijdens mijn gesprek met hem hebben we nog meer linken ontdekt. Mijn broer Tom is ook député geweest, maar dan bij de provincie Brabant. Ze kenden mekaar. En dan was er nog een derde toeval. Een van de meisjes die we voor de film hadden gecast, bleek zijn dochter te zijn. Ze speelt een klein rolletje. Gelukkig is die casting gebeurd vóór onze ontmoeting, want anders was het overgekomen alsof ik me verplicht gevoeld had iets voor hem te doen. De provincie Antwerpen heeft ons namelijk sterk logistiek gesteund tijdens de draaidagen.”
Hoe zit dat nu precies met je Kempense roots?
Mijn grootmoeder leeft nog. Haar naam is Josephine -Fien- Peetermans. Mijn grootvader was Jan Mertens. Mijn grootmoeder had een kruidenierszaak in Veerle en mijn grootvader deed -zo denk ik- in verzekeringen. Ik heb veel zomervakanties bij hen doorgebracht. Een nichtje, een dochter van een van mijn tantes uit Veerle, was een van mijn beste vriendinnen. Ik logeerde altijd bij mijn grootouders. Zelf ben ik opgegroeid in Londerzeel: dat is geen stad maar ook niet het platteland. De Kempen was voor mij precies een ander land: zo totaal anders. Ook de mensen waren in mijn ogen anders, zeker door het dialect dat ze spraken. Ik had toen het gevoel -maar vergeet niet dat ik toen nog maar een kind was- dat ik de enige van mijn gemeente was die familie had in de Kempen. Pas toen ik in Brussel aan Sint-Lucas film ging studeren, ontmoette ik andere mensen uit de Kempen, uit Geel of Turnhout. Daarna zijn er natuurlijk die tv-series gekomen, zoals ‘Johan en Patrick’, en is de Kempen bijna hip geworden. Maar destijds had ik het idee dat er buiten mij niemand die plek kende. Ik was er erg graag en heb er alleen positieve herinneringen aan. Al had ik er ook altijd een rare band mee. Omdat het zo ver weg leek, was het ook altijd wennen als ik er ging logeren. Ik dacht: ‘Nu ben ik niet thuis’. (lacht).
De Kempen was voor mij precies een ander land.
Ik las ergens dat de Kempen de enige echte boerenbuiten is die je kent.
Toen ik de scènes voor ‘Kid’ over het leven van de kinderen op de buiten uitschreef, was het volstrekt logisch dat ik die situeerde in de Kempen. Het verhaal van ‘Kid’ is pure fictie, maar er komen wel gevoelens aan bod die ik als kind in de Kempen had. Het gaat vaak over details die altijd terugkwamen in mijn herinneringen. Ik heb me voor de locaties vaak laten leiden door mijn jeugdherinneringen. Zo gingen we altijd spelen in de dennenbossen en het mulle zand van Averbode. Ook de boerderij die in de film voorkomt, is die van mijn jeugd in Laakdal. Het is de boerderij van de zus van mijn oma. Ik heb daar als kind een kalfje zien geboren worden en we gingen er ook melk halen. De hoofdlocatie van de film is wel Veerle-Laakdal, maar verder hebben we nog op andere locaties gefilmd, zoals in Geel en Retie. Ik heb pas tijdens het draaien gemerkt dat de Kempen heel groot is (lacht). Het was vaak grappig mensen te horen discussiëren over welk dorp nog de Kempen was en welk niet meer. Averbode bijvoorbeeld was blijkbaar niet meer de Kempen.
Kom je nog regelmatig in de streek?
Ik kom er nog regelmatig om mijn grootmoeder op te zoeken. Maar als ik dit later ga lezen, dan zal ik denken: je zou haar wat meer moeten opzoeken. Maar op familiefeesten zie ik mijn nonkels en tantes nog. Als ik naar de Kempen ga, kan ik nog bij veel mensen op bezoek gaan. Absoluut!
Heeft je familie je geholpen tijdens de opnames van Kid?
Ja, heel mijn familie heeft me bijgestaan. Een tante heeft me helemaal ingewijd in het boerderijleven. Dat was geweldig. Maar ook voor de meest eenvoudige dingen was het praktisch om familie in de buurt te hebben. Als ik een tafel nodig had, kon ik die bij familie gaan ophalen. Er was een nichtje dat een nog mooiere locatie wist. Ik heb heel veel zelf kunnen regelen omdat ze me in het dorp kenden. Als ik zei: ‘Ik ben de kleindochter van Fien Peetermans’ dan klonk het overal onmiddellijk: ‘Kom dan maar binnen’. Dat was hartverwarmend. Ik kreeg het gevoel dat mijn grootmoeder en grootvader echt wel goede mensen waren. Ik heb het zo vaak gehoord: ‘Jouw grootouders, dat waren lieve mensen’ of ‘Die hebben me ooit flink geholpen’. In feite hebben zij voor mij het pad geëffend om in Laakdal een film te kunnen opnemen. Dat klikt wat zweverig, maar ik vond dat heel mooi. Er spelen ook twee nonkels mee in ‘Kid’. En een nicht van mijn grootmoeder leidt in de film een koor. Ik had een koorleidster nodig. Waarom zou ik daar een vreemde voor gebruiken, dacht ik. De mensen vonden het ook best spannend dat er in hun dorp een filmploeg was neergestreken. Maar ik had ook schrik om naar Laakdal te komen. Een filmploeg is nu eenmaal vaak een trein die binnendendert en een paar dagen later weer zonder boe of bah vertrekt. Zoiets kan de mensen ook flink ergeren. Ik ben ook veel voorzichtiger en behoedzamer geweest tijdens de opnames. Ik was als de dood om in het dorp iets stuk te maken of in de war te sturen. Ook dat gaf meer stress.
Dim lights Embed Embed this video on your site
Ben je eigenlijk een bekende Vlaming in Laakdal?
Ja, maar dat is vooral de verdienste van mijn oma die steeds aan iedereen over ‘haar’ Fien vertelt. Ik maak nu eenmaal geen blockbuster voor het grote publiek. Als ze mijn films al gezien hadden, dan was dat omdat mijn grootmoeder hun had gezegd: ‘Je moet gaan zien want het is van ons Fien’. Als ik ergens in een boekje sta, laat ze dat aan iedereen zien. Of wordt het artikel haar door iemand van het dorp bezorgd. Ze is zeker fier op mij.
Opmerkelijk is dat je ook uitsluitend Kempenaars heb gecast voor de film. In je oproep voor kandidaten stond dat ze een licht Kempens accent moesten hebben.
Ik dacht: als ik kies voor een plek die mij genegen is, dan moet ik daar geen ‘BV’ in plaatsen. Die maakt die broosheid stuk. De twee hoofdrollen zijn kinderen en dus sowieso geen professionele acteurs. Het Kempense accent was niet zo belangrijk. Er waren mensen bij die zelfs helemaal geen accent hadden en die zich moesten forceren om Kempens te praten. Ik wilde vooral niemand met een totaal ander accent, iemand uit Oost- of West-Vlaanderen bijvoorbeeld. Ik wou mensen uit de buurt die voeling hadden met de streek en met het leven in een klein dorp. Alleen de mamafiguur is hoorbaar van een andere streek. Het jongetje dat de hoofdrol speelt, komt uit de omgeving van Lier. Tegen hem heb ik vaak moeten zeggen: ‘Het is niet ‘jij’ maar ‘gij’. Zijn broertje in de film is afkomstig uit het Turnhoutse en sprak perfect ‘Algemeen Nederlands’. De film zal niet ondertiteld moeten worden.
Het zijn allemaal amateuracteurs geworden.
Ik was niet op zoek naar iemand die een rol perfect kon neerzetten Ik vond het juist leuk en spannend dat het echte mensen waren. Sommigen zeiden: “Ik ga voor mijn rol vermageren of mijn haar anders doen”. “Neen”, zei ik, “ik wil juist dat ‘echte’ hebben”. De castings verliepen supergoed. Aan een casting meedoen is niet zo vanzelfsprekend. Je moet dat durven. Zeker als je tussen veertig en zestig bent en niet meer de ambitie hebt om beroemd te worden. Ze deden het gewoon en deden dat heel goed. Echt super!
Je was niet op zoek naar het klassieke, wat boertige en naïeve Kempense typetje?
Neen, ik wilde van de Kempenaar geen karikatuur maken. Ik wilde van deze mensen geen misbruik maken, zeker niet omdat ze in een dorp wonen waar ikzelf nog kom. Daar zou ik me zeer slecht bij gevoeld hebben. Er is niets achterlijks aan de Kempen. Ik heb geen typetjes neergezet en speel ook niet in op de hype van het dialect. Je dus moet niet naar de film komen voor de Kempen of om ‘Kempisch’ te horen. Ik ga hem zeker ook niet promoten als een film uit de Kempen.
Je hebt ze niet gecast omdat Kempenaars zo gesloten zijn.
Neen, maar anderzijds hebben de meesten van mijn filmpersonages wel gesloten karakters. Misschien is dat gesloten karakter het trekje van die Kempenaar dat mijn film aantrekkelijk maakt.
Er komt later geen Fien Trochpad?
Nee, dat denk ik niet. (lacht) Wel heb ik nooit zoveel gestapt dan tijdens het voorbereiden van deze film. Kilometers! Altijd op zoek naar de juiste locaties in de enorme bossen.
Hoelang ben je eigenlijk in de Kempen geweest?
We hebben er bijna twee maanden opgenomen: 38 draaidagen om precies te zijn. De ploeg logeerde in Sunparks in Mol: de goedkoopste optie. Ik en mijn vriend hadden via vrienden een huis gehuurd in Tessenderlo. Ik ben toen zeker anderhalve maand niet in Brussel geweest. Het was zelfs vreemd om nadien hier terug te komen. Maar ik had Brussel niet gemist als het goed weer was geweest. We hadden ons vooraf echt verheugd op het buitenleven en een barbecue tijdens de vrije weekends. Maar door het slechte weer kwam dat er niet van en had ik in het oude huis soms wel heimwee naar de stad, gewoon om bijvoorbeeld eens snel een koffie te kunnen gaan drinken in de buurt.
Je zou niet in de Kempen willen gaan wonen,
Mijn vriend zou er heel graag gaan wonen. En als ik er mijn zoontje buiten zag ravotten in de gezonde lucht begon ik ook te twijfelen. Maar ik zou de stad niet kunnen missen: bioscopen en theaters zijn hier vlakbij. Ik zou mijn werkstek zeker hier willen houden en misschien een buitenverblijf in de Kempen kopen. Het is een beslissing die ik niet snel zou nemen.
Je beweerde dat ‘Kid’ een meer toegankelijke film wordt dan je vorige.
Ik denk inderdaad dat hij minder gesloten wordt dan bijvoorbeeld mijn film ‘Unspoken’, die wel heel erg donker was. Alleen al visueel wordt Kid een veel lichtere film omdat de meeste scènes zich buiten afspelen. Dat geeft meer ademruimte. Maar ik denk niet dat ik met ‘Kid’ een publieksfilm maak. Pas op: je mag me niet verkeerd begrijpen. Ik heb niets tegen publieksfilms. Ook ik wil uiteraard dat mijn films door veel mensen gezien worden. Maar ik kan alleen maar films maken of scenario’s schrijven waar ikzelf 100 procent achter sta. Ik voel dat ik me forceer wanneer ik ernaar streef dat mijn film door iedereen mooi moet gevonden worden. Dat lukt me niet en ook het resultaat zou een slechte film zijn. Maar ook al zijn mijn films niet zo toegankelijk, toch merk ik achteraf dat ze iets losmaken bij veel mensen die geen ervaring hebben met dit soort films. Dat maakt me gelukkiger dan dat ik een film zou maken voor een half miljoen mensen die hem daarna weer onmiddellijk vergeten zijn. Een groot publiek is voor mij geen doel op zich. Daarom kan ik nooit ontgoocheld zijn omdat er maar weinig mensen komen kijken. Maar het is wel een fijn extraatje. Misschien heb ik nu in de Kempen wel een automatische reclamemachine op gang gezet. De mensen gaan er zeggen: “Je moet gaan zien want ik speel mee!” (lacht)
Wordt er al meer in gesproken?
Ja, iets meer toch (lacht). Ik heb het verhaal voor mijn doen veel socialer uitgewerkt. Volgens mij kan het ook een herkenbaar verhaal zijn. Maar natuurlijk heb ik het verhaal naar mijn hand gezet. Soms vragen mensen me: “Gaat de film over u?” Ik antwoord dan: “Neen”, maar tegelijk gaat het wel over mij. Voor mij zit het plezier van het filmmaken juist in het feit dat ik niet verplicht ben om exact de realiteit weer te geven. Ik maak dan ook zeer persoonlijke films. Film zie ik als een vorm van kunst, niet als een commercieel product. Ik ben tot nu toe trouw gebleven aan wat ik wil doen. Ik heb nog nooit een millimeter moeten toegegeven en dat is heel belangrijk voor mij.
Van de gebroeders Dardenne is geweten dat ze hun amateuracteurs ook na de film nog blijven opvolgen. Heb jij plannen voor je acteurs?
Wie weet welke deuren ik voor de mensen geopend heb? Ik vermoed dat de kinderen wel aanbiedingen gaan krijgen. Maar je moet er wel voor oppassen om ze niet bij elke supermarkt te laten opdraven. Ik heb daar niet echt schrik voor; de ouders zijn supercool en zullen zeker slim genoeg zijn om die bekendheid van hun kinderen niet volledig te gaan uitbuiten. Voor de volwassen acteurs zou ik het fantastisch vinden mochten die nu plots allerlei zaken beginnen te doen. Het is niet uitgesloten dat ik later nog met hen ga werken. Ze zijn in de running voor andere dingen, maar dat hangt af van wat ik zelf ga doen.
Tekst: Stijn Janssen
Foto’s: Bart Van der Moeren
Dim lights Embed Embed this video on your site
Print je mail !
Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.
Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

