Geert Vermeulen van De Nieuwe Snaar

altGEEL - Na 30 jaar houden ze het voor bekeken. De vier kornuiten van De Nieuwe Snaar willen andere horizonten verkennen, maar niet zonder in ’t lang en in ’t breed afscheid te nemen van het trouwe publiek. Nog tot april 2014 kan u ze uitwuiven in Koñec, een eigenzinnig ‘best of’-programma. Suiker maakte met Geert Vermeulen, de Kempenzoon in het gezelschap, een trip door memory lane.

 

Men schrijve 1981. Ondergetekende was nog niet geboren en de broers Jan en Kris De Smet uit Duffel hadden net een punt gezet achter hun eerste grote muzikale avontuur: de folkgroep De Snaar. De twee wilden op een podium meer doen dan alleen muziek maken. Hun idee was een waanzinnige bonte avond met muziek, theater en comedy, maar daarvoor was een derde speler nodig. Gelenaar Geert Vermeulen deed zijn intrede en De Nieuwe Snaar was geboren. Op 15 januari 1982 speelde het trio zijn eerste productie en sindsdien heeft de trein nooit stilgestaan: elf avondvullende zaalshows, talloze tv-voorstellingen en 3.600 opvoeringen in binnen- en buitenland. Nu is de bobijn stilaan afgerold, de snaren staan iets minder strak gespannen, de mannen vinden dat het tijd is om te stoppen. Met een licht melancholisch gevoel stap ik richting de repetitieruimte van de groep in Lier. Het gaat hier om een afscheidsinterview, over terugblikken en niet zozeer vooruitkijken, over nostalgie dus. Tegelijk bedenk ik me dat het afscheid nemen wel heel relatief is. Nog tot april 2014 (!) staat De Nieuwe Snaar op het podium met Koñec. Je moet het ze nageven: de leden van DNS weten ‘comment te dire adieu’.

 

(lacht) “Tja, het zal geen tourneetje zijn. De première is in januari en ik denk dat we tegen juni al meer dan 100 keer gespeeld zullen hebben. En volgend seizoen doen we gewoon verder. Het zal zwaar zijn. Het is dus niet dat we nu elke avond kunnen gaan pinten pakken om te vieren dat we gestopt zijn. De bedoeling is dat we afsluiten met de Nekkanacht in 2014. Het is nog niet helemaal geregeld, maar dat is het plan. Dat moet dan echt iets speciaals worden, vind ik. Dat zou het laatste zijn, daarna valt het doek.”

 

We poetsen altijd onze tanden voor we optreden.

 

 

 

 

Jullie nemen afscheid met ‘Koñec’, een gulle graai uit jullie liedjesgrabbelton. Ik las ergens dat jij niet voor een ‘best of’ te vinden was?

Ik was inderdaad de enige die aanvankelijk niet voor het idee gewonnen was. Ik heb er niets op tegen om oude nummers terug te spelen, maar we hebben die allemaal wel heel veel gespeeld. Er plakt ook een verleden aan die nummers en ik had het moeilijk om daar dan iets nieuws mee te doen. Uiteindelijk blijkt het toch interessant te zijn. Tot hiertoe is het goed gelukt. We hadden een lijst van 180 nummers gemaakt en daarvan hebben we er nu dertig  geselecteerd. Die hebben we in een nieuw kleedje gestoken, een ander arrangement gegeven en een andere bezetting. Zo is het voor ons terug interessant om ze te spelen. Ik moet nu zelfs toegeven dat ik ze echt graag terug speel. We pakken het ook helemaal anders aan nu.

Dat kunnen we ons ook permitteren. De mensen zullen niet schrikken als we van een schlager nu een punkversie maken.”

 

altDe voorstelling heet Koñec. Dat klinkt als een Balkantaal. Wat betekent het?

Dat is een rare titel, ik geef dat toe. Hij was er voordat iemand het besefte. (lacht) We hebben er niet veel over gepraat. Het betekent ‘einde’ in het Tsjechisch. Dat stond vroeger altijd op het einde van het programma ‘Binnen en Buiten’. Dat was een programma op de televisie in de jaren 70. Die tekenfilmpjes werden in Tsjechië gemaakt en daar stond dan altijd koñec op. ‘De Jan’ wilde dat heel graag en dan dachten we: “Oké, het is goed”. Weet je, er wordt ook niet meer zo veel gediscussieerd als vroeger. Ik vind het zelf niet de meest gelukkige titel, maar het is wat het is. We hebben er ooit nog zo gehad, zoals Hackádja en LaLa. Nietszeggend, maar je kan er alles in stoppen.

 

Werken jullie anders nu het de laatste keer is?

Ja, dat is eigenlijk wel zo. We hebben 3 maanden geleden een echte wroetperiode gehad, maar nu zijn we goed aan het samenwerken. Nu spelen we terug als een groep samen. Er wordt weer naar elkaar gekeken. Er is een tijd geweest dat dit niet zo was, dat ieder zijn eigen eiland had en dat dat ook als normaal werd aanzien. Jan was veel met de begeleiding en met de teksten bezig, ik met de acrobatie en Kris deed al de blazers. Nu hebben we mekaar teruggevonden. We geven elkaar de ruimte om elkaar te helpen. Ik mag me zelfs wat moeien met Jans teksten en Jan heeft nu ook inbreng in mijn zotte kuren. Dat is eigenlijk wel tof. Je zou zelfs zeggen: “Jammer dat het gedaan is”, maar ik denk dat het wel daardoor komt dat alle neuzen in dezelfde richting staan. Ik heb altijd gezegd dat we het aan onszelf verplicht zijn om in schoonheid te eindigen. Daarom mag deze productie ook niet moeilijk verlopen. De sfeer moet positief zijn. Het is feest. Gelukkig denkt iedereen daar hetzelfde over.

 

Het is feest en het draait goed en toch is het tijd om te stoppen?

Voor mij wel, ja. Ik ben heel blij met mijn carrière, maar als je dertig jaar met dezelfde mensen samenwerkt, wil je nog wel eens iets anders. Het is ook heel slopend en een grote verantwoordelijkheid. Onze voorstellingen zijn meestal helemaal uitverkocht en we hebben een grote reputatie opgebouwd. Dat brengt heel wat druk met zich mee. Wie weet hé, als we binnen 5 jaar terug zin hebben, dan maken we wel terug iets samen. Nu zetten we er een mooi en duidelijk punt achter. Je hebt zo’n groepen die maar blijven spelen, zoals de Rolling Stones. Dat wordt op den duur pathetisch. In die val willen we niet trappen. Je moet eerlijk blijven ten opzichte van jezelf en je publiek. We hadden na deze show nog een voorstelling kunnen maken met de andere nummers die we nog niet gebracht hebben, maar dan ben je aan het uitmelken en aan het teren op naambekendheid.

 

De eerste jaren van de groep waren heel hectisch. Jullie speelden haast meer in het buitenland dan in het binnenland.

We waren inderdaad altijd onderweg en konden veel in het buitenland optreden. Ideaal voor een jonge groep. Ik zie dat nu bij mijn zoon. Die zit ook in een bandje en zij mogen ook steeds verder van huis gaan spelen. Ze vinden dat ook geweldig. Ik heb heel goede herinneringen aan onze tijd in Barcelona, toen we door minister Hugo Weckx aangeduid waren als cultureel ambassadeur van Vlaanderen. Hij is ons daar toen nog komen bezoeken. Nog een hoogtepunt was het optreden in de Olympia in Parijs. Je weet dat al de groten der aarde daar hebben gestaan en ineens sta je daar zelf. Ik dacht altijd dat het wel een hele grote zaal zou zijn, maar die bleek maar zo groot te zijn als een cinemazaal. Toch was dat heel speciaal. We waren een beetje pioniers hé. Met een busje rondrijden door Europa, inladen, uitladen, we deden alles zelf. Als klein groepje uit Vlaanderen moest je jezelf bewijzen en goede kritieken halen om verder te kunnen toeren. Het was altijd knokken… en nu we zo ver staan, stoppen we ermee. (lacht). Da’s toch schitterend?

 

Jullie speelden ook altijd in de taal van de landen waarin jullie optraden. Heeft dat nooit tot babelse toestanden geleid?

Ik herinner me dat we in Italië niemand vonden om onze bindteksten te vertalen. Het moest allemaal snel gaan en ik kende een gastarbeider die in Geel een familie had gesticht. Die kwam uit Zuid-Italië en had de tekst fonetisch opgeschreven voor mij. Ik had dat ook zo geleerd en toen we dat voorbrachten in Noord-Italië (begint al te lachen), keek iedereen ons aan alsof we Chinees aan het spreken waren. Echt waar: niemand begreep ons. Daarna zijn we professionele vertalers gaan zoeken.

 

altHet publiek van De Nieuwe Snaar kent jou als de levende elastiek op het podium: iemand die zich driedubbel kan plooien en halsbrekende toeren uithaalt. Was dat van in het begin jouw rol in de groep?

Ik ben altijd wel lenig geweest en heb ook aan gymnastiek gedaan. Mijn vader was turnleraar, zodat het er ook wel van jongs af in zat. In het begin van De Nieuwe Snaar hebben we daar niet zo veel mee gedaan. Ik dacht er toen ook niet echt aan. We waren bezig met de muziek en met de grappen. Later hebben we ons verdiept in oude films van o.a. Spike Jones. Daar kwamen gasten in voor die muziek en acrobatie combineerden. Uit een van die films heb ik een skiact gepikt. Hoewel, ik zie dat niet als stelen. Ik zie het als een eerbetoon, want je moet de act natuurlijk wel zelf onder de knie krijgen ook. Ik had eigenlijk graag gehad dat die gast dat eens zou gezien hebben. Acrobatie is altijd mijn ding geweest. Het ziet er ook visueel goed uit op het podium. Toch is het niet altijd zonder kleerscheuren verlopen. Ik heb ooit eens twee trampolines tegen elkaar gezet. Ik wilde muziek spelen terwijl ik van de ene trampoline naar de andere sprong en dat is goed misgelopen. Resultaat: twee gebroken voeten. Dat is minder prettig en de mensen weten dat natuurlijk niet hé. Ik ben pas ook met een kindervoorstelling in try-out gegaan en daar zit ook een act met een ladder in. Al twee keer ben ik van 5 meter van die ladder gevallen. Op het podium zelf is er nooit iets ergs misgegaan, enkel wat schaafwonden of spierontstekingen…hout vasthouden dat het zo blijft, want ook deze show is technisch niet echt eenvoudig.

 

Niemand van jullie heeft een professionele muziekopleiding gevolgd. Jullie zijn autodidacten. Is het daarom dat er zoveel vrijheid en spielerei in jullie optredens zit?

Absoluut, je moet het doen met je beperkingen. Als je geen noten of arrangementen kan lezen, moet je harder werken en goed naar elkaar luisteren. Dat is iets heel unieks. De Nieuwe Snaar kan je met niets vergelijken. Wij zijn gewoon vier nitwits die altijd maar blijven doordoen. (lacht) We willen spelen en we gáán ook spelen. Ondertussen hebben we wel wat knowhow opgebouwd maar van veel dingen kennen we niets. Dat laten we wel niet merken natuurlijk.

 

Zijn jullie een organische groep?

Ja, en dat is niet altijd gemakkelijk. Voor alles wat we moeten doen, hebben we altijd vier mogelijkheden. Als we van een nummer naar een ander nummer moeten gaan, dan wil de ene gewoon direct het nieuwe nummer inzetten, een andere wil daar dan liever een grap tussen steken en nog een andere liever een act. Als je een goed idee hebt, moet je proberen de anderen ervan te overtuigen. Het democratische proces is soms vermoeiend, maar het loont uiteindelijk wel.

 

Veel mensen denken nog altijd dat De Nieuwe Snaar uit drie leden bestaat, hoewel jullie al elf jaar met vier zijn. Klopt het dat Walter Poppeliers op jouw voordracht is toegetreden?

Dat is zo en dat was nodig ook. Toen we 20 jaar bezig waren, was er een groot zuurstoftekort binnen de groep. De rek was er een beetje uit. Ik heb toen een zijsprongetje gemaakt met theater Luxemburg en daar speelde Walter ook in mee. De voorstelling heette Muzette Superette. Dat was een tof stuk en met Walter klikte het goed. Walter had ook al eens meegespeeld bij DNS -in de begeleidingsband de Rhythm Kings- en ik heb toen Jan en Kris kunnen overtuigen om er een bassist bij te nemen. Dat lag heel moeilijk. Jan zei altijd: “Don’t change a winning team”. Er zaten -en zitten- in de groep enkele vastgeroeste principes en met de komst van Walter hebben we dat een beetje doorbroken. We gingen toen op een andere manier werken. Sindsdien heb ik zelf meer inbreng gehad in de groep. Ik durfde meer op tafel kloppen. Daarvoor was Jan de leider, en daarna niet meer. Er kwam meer zuurstof.

 

Dertig jaar samen, da’s al een stevig huwelijk. Zijn er intussen vaste rituelen ingeslopen en kennen jullie elkaars kleine kantjes blindelings?

Die zijn er zeker. Eén voorbeeld: wanneer er een liedje gedaan is, zet Jan zijn accordeon gewoon op de grond als hij van instrument moet veranderen. Die accordeon blijft daar dan gewoon staan, en iedereen valt daar over.

Gelovig zijn we niet echt, ook niet bijgelovig. Maar we hebben wel vaste gewoontes. Jan moet altijd om 19u naar de wc, dat weet ik. En we poetsen ook altijd onze tanden voor we optreden. Een mens moet toch een beetje proper zijn als hij het podium op gaat. (lacht) Ja, dat wassen is belangrijk.

 

Zijn er ooit scheuren in het huwelijk geweest? Ooit veel ruzie gemaakt?

Een paar keer zelfs. Dat komt meestal door frustratie. Wij zijn niet samen omdat we ooit verliefd waren op elkaar hé. (lacht) We zijn samen voor de muziek en de show, dat is het hoger doel. Om dat te bereiken moet je soms ook over elkaars ego heen. Als er dan niet naar elkaar geluisterd wordt, kan het wel eens stuiven. We hebben ooit zelfs eens met bierbakken gegooid.

 

Vertel.

Dat was tijdens een van onze schoolvoorstellingen in een school in het Brusselse. Die jongeren hadden er geen zin in. Die wilden alleen maar de zaal afbreken en met propjes schieten. Op den duur vloog er een leuning van een stoel langs mijn viool. Toen we tijdens de pauze van het podium gingen zei ik tegen Jan dat ik niet meer terug ging. Het was erover voor mij. Jan zei toen dat we er niet aan mochten toegeven. Toen hebben we een heel zware ruzie gehad en is er een bak bier door de kamer gevlogen. Weet je, Jan en ik zijn altijd nogal concurrentieel geweest, maar dat heeft meestal wel gewerkt. Ik wou hem overbluffen met het visuele en hij mij met zijn teksten. Als dat dan botste, moest Kris de brokken lijmen. Hij is de verzoener van de groep.

 

Ga je ze missen als het gedaan is?

Mijn collega’s niet direct denk ik, en ook de druk en verantwoordelijkheid niet, maar het repeteren en spelen wel. Ik hoop dat ik er dingen voor in de plaats krijg. Ik ben echt van plan nog veel te doen, maar op mijn tempo en op mijn manier. Ik ben veel met circus bezig. Ik heb al eens iets met de Ronaldo’s gedaan. Ook straattheater boeit me. Daarnaast wil ik ook graag een Zita Swoonachtige groep starten, iets multicultureels. Ik heb hiervoor al contacten gelegd in de Balkan en in Afrika. Ik zal moeten gaan kiezen op den duur, hé.

 

Veel succes daarmee Geert!

 

Tekst: Katrien Lodewyckx
Foto’s: Bart Van der Moeren

 


 


Geerts best of

 

De beste show

‘De vierde maat’. Toen is Walter erbij gekomen en was er meer samenwerking en creativiteit in de groep. Er zat voor mij ook een leuke act in met een katapult waarmee ik mezelf de zaal in schoot. Het decor zat ook goed ineen, het was een toffe voorstelling.

 

De strafste act

De slipjesking (zie filmpje hieronder, nvdr), denk ik, uit de voorstelling ‘De Omloop’. Daarmee zat ik echt wel aan mijn limiet, want het was heel gevaarlijk. Ik zat in zo’n röhnrad: dat zijn twee hoepels die met elkaar verbonden zijn door ijzeren stangen en als je daar in staat, kan je ermee rollen. Ik had op de markt eens een cirkel gezien waaraan onderbroeken hingen om die aan het publiek aan te prijzen. Ik heb toen een grote onderbroek laten maken en die over dat rad gespannen. Ik was de slipjesking en kwam dan het podium opgerold in dat rad. Dat is op zich al moeilijk maar door die slip zag ik ook niks. Dat is dus echt gevaarlijk. Ik wil de act graag opnieuw doen, maar ik durf niet meer.

 

Dim lights Embed Embed this video on your site

 

Het gezelligste buitenlandse avontuur

Dat was in de Elzas in de periode dat ik nog een fervent loper was. Ik was na de generale repetitie vertrokken voor een looptochtje. Het was 4 uur en we moesten om half 9 optreden. Ik wilde een uurtje gaan lopen, maar dat is verkeerd gegaan. Ik ben de weg verloren en ben toen moeten blijven lopen en zoeken. Ik vond niemand die mij kon terugbrengen. Een kwartier voor de voorstelling begon, ben ik teruggeraakt. Ik had 3,5 uur gelopen en toen moest ik nog 2 uur spelen. Nadien ben ik gewoon van het podium gevallen van vermoeidheid.

 

Je beste snaarkameraad

Walter. Het klikt gewoon het beste. We hebben allebei een open karakter.

 


 

De Nieuwe Snaar neemt ook uitgebreid afscheid in onze regio.

Ze starten op 19, 20 en 21 januari in de Rex in Mol.

Turnhout is aan de beurt op 22, 23 en 24 maart in de Warande.

Op 23, 24 en 25 mei speelt Geert Vermeulen een thuismatch in de Werft in Geel. 

 


alt

Kris De Smet bundelde 30 jaar De Nieuwe Snaar in een dik boek vol anekdotes en foto’s.

 

Suiker mag er drie exemplaren van wegschenken. Wie er eentje wil winnen, stuurt een mail naar  Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. met als onderwerp 'Boek De Nieuwe Snaar'.

 

De winnaars zullen hun boek moeten afhalen in café WirWar, Otterstraat 8, Turnhout.
De kantoren van Suiker zijn boven dit café gevestigd.
De boeken zullen in een gepersonaliseerde enveloppe aan de bar kunnen worden opgepikt.  


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Share/Save/Bookmark

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Print je mail !

 Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.

Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

Het nieuwste nummer

 
De oudere nummers vind je in ons archief.
 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009