Oudste Belgische orgelmakerij begeleidt restauratie van wereldberoemd orgel in de Antwerpse kathedraal
januari 2012
HERSELT – Orgelmakers sinds 1892: het prijkt fier op het raam van het atelier van Pels-D’Hondt in het centrum van Herselt. Op het eerste zicht doet niets vermoeden dat er zich achter de gevel een acht meter hoge gezellige werkplaats bevindt waar tal van onderdelen geduldig wachten tot ze gemonteerd worden in een nieuw orgel. Maar wie denkt dat orgelbouw iets is voor oude grijsaards, heeft het flink mis. Aan het roer van het bedrijf staat de energieke Gerard Pels (56) die een moderne wind doet waaien in het bijna 120 jaar oude familiebedrijf. De families Pels en D’Hondt bouwden meer dan 1.000 orgels, van Vlaanderen tot in Canada, Zuid-Afrika en Indonesië. Hiermee is het de oudste orgelmakerij in ons land. Als voorzitter van de International Society of Organbuilders schopte Pels het tot in het Vaticaan voor een praatje met de paus.
Het orgelbedrijf is een succesvol huwelijk van de orgelfamilies Pels en D’Hondt. In 1892 startte Jan Baptist D’Hondt zijn orgelatelier in Wolfsdonk. Datzelfde deed ook Bernard Pels in 1903 in het Hollandse Alkmaar. Zijn zoon Anton was 38 jaar oud toen hij in 1933 de fakkel overnam. Het was vooral Anton Pels die de zaken groots zag en besloot om in Lier een Belgisch filiaal op te richten. De elektrische orgels die Anton bouwde, konden op veel bijval rekenen, ook ver buiten Europa.
Intussen nam Gerard D’Hondt in 1936 in Herselt de orgelmakerij van zijn vader Jan Baptist over en stampte hij een nieuw atelier uit de grond. Daar werden na WO II vooral elektropneumatische instrumenten gebouwd. De speeltafels werden in opdracht gebouwd door…jawel, Pels uit Alkmaar. Gerard D’Hondt en Anton Pels leerden elkaar kennen tijdens de Gentse Orgelfeesten in 1946. Dat resulteerde niet enkel in een samenwerking, maar later ook in familiebanden: Bernard, de zoon van Anton Pels, huwde in 1947 met Cecile, de dochter van Gerard D’Hondt. “Mijn vader moest op zakenbezoek bij D’Hondt en mijn moeder deed de deur open. En ja, toen was het geklonken”, lacht huidig zaakvoerder Gerard Pels. “Moeder is kleindochter, dochter, echtgenote en moeder van orgelbouwers geweest. En ze houdt eigenlijk niet van muziek. (lacht) Maar ze kent de wereld door en door. Elke dag vertel ik haar over wat er hier allemaal gebeurt.”
Bernard ging aan de slag in het bedrijf van zijn vader waar hij zich als ingenieur bezighield met technische verbeteringen en met de verkoop. Na het overlijden van zijn vader besliste Bernard de Alkmaarse fabriek te verkopen en het kleinere bedrijf van zijn schoonvader in Herselt over te nemen. Zo introduceerde hij in België de nieuwe orgelbouwtrend: mechanische, neobarokke instrumenten. Zo pronkt bijvoorbeeld in Geel Ten Aard een typisch neobarok orgel van Bernard Pels. Toen Bernard in 1986 op pensioen ging, stond zoon Gerard Pels klaar om het bedrijf te leiden. Een babbel met de vierde generatie.
Gerard Pels: Het was mijn vader die in Vlaanderen als eerste de neobarokke orgels bouwde. Dit was een hele stijlbreuk. Het gaat over klankkleuren, technieken om de ventielen te openen, het uitzicht van het orgel. Daar heeft hij later een ridderorde voor gekregen. Hij was toen nog Nederlander. Koningin Beatrix moest een document ondertekenen dat hij als Hollander een Belgische orde mocht krijgen.
Orgelbouwers zijn niet dik gezaaid. Is de concurrentie groot?
Gerard Pels: De orgelwereld is op internationaal vlak een zeer kleine wereld. Omdat ik jarenlang voorzitter was van de Internationale Orgelbouwervereniging ken ik bijna iedereen. We werken dan ook dikwijls samen. Echte bedrijven met personeel zijn er drie in Vlaanderen en nog twee in de provincie Luik. De spelers zijn tamelijk beperkt. Maar als een orgel gerestaureerd wordt met subsidies van de Vlaamse Gemeenschap zijn er openbare aanbestedingen en dan voel je toch wel de concurrentie. Het liefst voeren we werken uit als ze ons echt kiezen voor wat we waard zijn. Omwille van onze specialiteiten.
En die zijn?
Naast het restaureren van heel oude orgels zijn we ook veel bezig met orgels uit de 20ste eeuw. Na de Tweede Wereldoorlog zijn er heel veel orgels beschadigd geworden, vooral in de buurt van het Albertkanaal, omdat er veel kerktorens werden opgeblazen. Grootvader D’Hondt hield alle krantenartikels bij en na de oorlog is hij al die kerken gaan afschuimen om nieuwe orgels te bouwen. Ja, ’t is ook een business, hé. Een kunstambacht, maar ook een bedrijf. Je moet zien dat je de zaak draaiende houdt. In West-Europa zijn we een van de weinigen die nog renovaties van orgels uit de naoorlogse periode doen. Grote renovaties waren bijvoorbeeld het beroemde orgel van de abdijkerk in Tongerlo en vorig jaar het orgel in de Notre Dame in Parijs. En ook in Caïro hebben we heel wat werk verricht.
Orgels in Egypte?
Het orgel is in Alexandrië in Egypte uitgevonden door de ingenieur Ktesibios. Voor de orgels bij ons ingang vonden, werden ze tijdens gladiatorengevechten trouwens gebruikt als gangmaker. Omdat de mensen in Caïro niet de middelen of interesses hebben, werken we er met een vzw die genoemd is naar de uitvinder van het orgel. Het is een soort orgelbouwers zonder grenzen. Zo hebben we twee jaar geleden het orgel in de basiliek van Heliopolis in Caïro terug speelbaar gemaakt. Het orgel werd er geplaatst door mijn overgrootvader. Aan collega’s uit binnen- en buitenland heb ik gevraagd om als vrijwilliger enkele weken naar ginder te gaan. En dat is erg leuk. Op korte termijn kan je zo’n orgel terug aan de praat krijgen. De mensen ginder horen voor het eerst sinds vijftig jaar die klank. Ze zijn dat niet gewoon. We leren hen het orgel te gebruiken en concerten te geven.
Een orgel bouwen is als een huis bouwen. Het kost ook even veel.
Jouw naamkaartje vermeldt naast orgelbouwer ook orgeldeskundige. Wat houdt dat in?
Op vraag van diverse klanten leggen we ons ook toe op het beheer van hele grote orgeldossiers. Zo werd ons door de provincie Antwerpen bijvoorbeeld gevraagd om als experts de restauratie van het grote orgel in de kathedraal van Antwerpen te begeleiden. Het gaat over een budget van 1 miljoen euro. Wellicht wordt dit een combinatie van binnen- en buitenlandse orgelbouwers. We zijn heel vereerd met die vraag. Mijn medewerkers en ik hebben samen zo’n honderd jaar ervaring. Orgelbouw is een stiel die je pas na tien à vijftien jaar meer of min onder de knie krijgt en dan leer je nog elke dag bij. Dat maakt dat we snel een orgel kunnen onderzoeken, een diagnose maken en concepten voor restauratie kunnen ontwikkelen. Het is zo’n gespecialiseerde materie dat we vinden dat er te veel stommiteiten gebeuren. Architecten die een dossier opstellen voor de renovatie van een kerk kennen vaak niets van orgels. We hopen dat ze op tijd raad vragen. Bijvoorbeeld: je ziet een orgel staan met vooraan tientallen metalen pijpen. Maar daarachter staan honderden tot duizenden pijpen. Een aannemer zet al gauw zijn ladder tegen een pijp. Maar de legering van tin en lood is zo zacht als boter. Zo worden veel orgels beschadigd.
Hoeveel pijpen telt een orgel?
Ik heb er hier eentje staan met 31 pijpen. Het orgel van de zusters van Vorselaar dat hier voorlopig opgesteld staat, telt er zo’n zeshonderd. Dat van de kathedraal van Antwerpen, dat weet ik uit het hoofd, heeft 5.777 pijpen. Dikwijls is het ook zo dat niet alle voorste pijpen spelen. Het is een beetje zonde om een dure pijp te maken die geen functie heeft. Maar dikwijls komt het niet uit en dan worden façadepijpen geplaatst.
Hoe lang duurt het om een orgel te bouwen?
Een klein orgel bouwen, duurt ongeveer zes maanden. Een groot project loopt jaren. Een orgel bouwen is als een huis bouwen. Het kost ook evenveel. Eerst polsen we wat het budget, de wensen en de mogelijkheden in de kerk zijn. Soms heb je eigenzinnige klanten die dit of dat willen. Maar een orgel bouw je niet voor één generatie. Als het goed onderhouden is, kan het honderden jaren mee. Dan moet je iets maken dat universeel bruikbaar is. Net als huizen worden orgels ook vaak verbouwd om ze aan te passen aan de tijd en de smaak. Vandaag vinden we dat we elk orgel het best in zijn oorspronkelijke bouwstijl blijft. Anders heb je vlees noch vis.
Als ik hier al die naakte orgelonderdelen zie liggen, denk ik: niets voor prutsers.
Het is een heel technisch beroep dat veel geduld vraagt. Orgels maken is voor 90% technologie, een vak. Het kunstambacht is vooral de klank bepalen, het orgel afstemmen en het visuele uiterlijk. Als de machine niet werkt, werkt het orgel niet. Er zijn zo’n 3.600 vaktermen die je als orgelbouwer moet kennen. Ik ken ze ook niet allemaal, hoor. (lacht) Een abstract bijvoorbeeld is een latje waarmee je in een mechanisch orgel een ventiel opentrekt. Maar uiteindelijk is een orgel een kunstvoorwerp want er wordt muziek op gemaakt.
Ken je als orgelbouwer bij voorkeur ook iets van muziek?
Onder ons gezegd en gezwegen: de traditie in Europa wil dat orgelbouwers vaklui waren en geen muzikanten. Maar organisten van vandaag verwachten wel dat je als orgelbouwer kan meepraten over hun muziek. Ik speel orgel, ik heb muzieklessen gevolgd. Maar een concert zal ik nooit geven. (lacht) Al hou ik steeds meer van de muziek. Bij de start van een project hoop ik toch altijd dat er een goede organist aanwezig is om samen te bekijken in welke klankrichting het orgel gaat. Zo kan je ook beter inschatten dat in een bepaalde zaal een bepaalde pijp niet kan.
Je werd al ontboden in het Vaticaan. Dat is weinigen gegeven.
Dat was in 1992. De Internationale Orgelbouwervereniging had besloten om als pr-stunt met alle orgelbouwers van de wereld samen een orgel te bouwen en dat aan de paus te schenken. Iedereen nam een onderdeel voor zijn rekening. Het orgel kwam terecht in een parochiekerk in een buitenwijk van Rome. En de paus ging er niet naartoe. Ik heb langs alle kanten geprobeerd het Vaticaan te bewegen. Ik kende toevallig een vriend van de kamenier van de paus. Via die korte weg kreeg ik als voorzitter van de vereniging een telefoon van het Vaticaan met de melding dat ik binnen twee weken verwacht werd. Het was een hele plechtigheid in die kerk. Ik heb toen tien minuten met de paus kunnen spreken. Dat was echt heel gezellig en indrukwekkend. Ik was mijn manchetknopen vergeten en dat zie je op de foto’s. (lacht)
Naar welke opdracht kijk je uit?
Naar mijn job in de kathedraal van Antwerpen. Daar staat het belangrijkste en grootste orgel in België. Gebouwd in 1891 en wereldberoemd. De organist en ik zijn goede vrienden. Samen verwachten we er erg veel van. Mijn grootvader heeft het onderhouden sinds de jaren 30. En nu ga ik als kleinzoon de restauratie superviseren.
Meer info vind je op de websites:
Tekst: Caroline Haverans
Foto’s: Bart Van der Moeren
Print je mail !
Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.
Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

