Interview met Lucas Van den Eynde
februari 2012
MOL, GEEL, TURNHOUT - Met zijn vertolkingen in ‘In de gloria’ en zijn rollen als ‘bospoeper’ André Van Genechten en stakingsleider Piet Poppeliers in Groenten uit Balen maakte acteur Lucas Van den Eynde de Kempen hot in Vlaanderen. Vanaf februari trekt hij voor de laatste keer met zijn ‘Jukebox 2000’ langs de cc’s. Hij houdt halt in Mol, Geel en Turnhout.
Het interview vindt plaats op het Antwerpse Zuid vlak bij de autostrade naar Gent, want daar speelt Lucas momenteel de hoofdrol in de musical ‘Fiddler on the Roof’. Met het refrein van de bekendste song uit Fiddler -‘If I were a rich man’- in mijn hoofd stap ik de kroeg binnen. Van den Eynde zit al op me te wachten, vermomd met een zware grijze baard.
Ben je niet blij dat hij er bijna af mag?
Dat is relatief. Het was voor mij het jaar van de baard. Ik heb twee fictiereeksen gedraaid met baard en nu speel ik de Joodse vader in ‘Fiddler’. Ik ben toch blij dat ik die baard niet telkens moet opplakken. Over twee weken gaat hij er wel af. Voor Jukebox mag het allemaal iets netter zijn.
Je speelt nog tot eind januari de hoofdrol in ‘Fiddler on the roof’ en in juni hernemen ze de voorstelling. Na slager ben je nu melkboer. Is het een gedroomde rol?
Het is een heel mooi verhaal met een serieuze inhoud. Het gaat o.a. over waarden en normen, iets wat je vandaag toch ook weer heel goed kunt plaatsen. Daarenboven is er ook nog die heerlijk mooie Joodse muziek. Die twee samen maken dat het een fantastische rol is.
Wat bedoel je precies met die waarden en normen? Waarom is de voorstelling vandaag dan zo relevant?
(hevig) Het is de enige manier waarop we hier op deze bol nog kunnen overleven: door respect te hebben voor mekaar. In mijn rol is dat vooral de vaderliefde. Tevye, de rol die ik speel, is een man die veel belang hecht aan tradities. Zijn dochters willen trouwen met mannen die niet meteen zijn keuzes zijn. Dat is even slikken. Dan zie je dat de vaderliefde toch wint. Je moet voor jezelf gewoon een aantal normen en waarden hanteren, anders wordt alles en iedereen toch vogelvrij verklaard. Daarin zijn we goed op weg. Ik heb geen goed oog in het beleid en alle instituten die ermee samenhangen. Ik hoop dat we het tij nog kunnen keren, maar ik vrees dat we de grens al zijn overgestoken.
Denk je dat jij met wat je doet daar iets aan kunt veranderen? Kan cultuur de wereld redden?
Wannes Van De Velde, mijn grote held, zei ooit: “Met een liedje kan je de wereld niet veranderen.” Dat is natuurlijk waar, maar ik denk wel dat kunst of cultuur een grote rol kunnen spelen in het hanteren van die waarden en normen. Al wordt dat niet altijd erkend door overheden. Kijk maar naar wat er in Nederland is gebeurd met de cultuursubsidies en ik hou mijn hart vast voor wat er hier nog op til staat.
Will Tura is de Roy Orbison van Vlaanderen. Als Orbison ‘Het kan niet zijn’ had gemaakt, was dat een wereldhit geworden.
Minister Schauvliege heeft toch pas beloofd niet meer te snoeien in het budget voor cultuur?
Ik hoop dat ik haar mag geloven, want cultuur is een belangrijke uitlaatklep. Ik kom uit een eenvoudige middenstandsfamilie, maar mijn honger naar cultuur is altijd heel groot geweest. Cultuur is niet iets voor de ‘happy few’.
Je trekt je neus niet op voor musicals. Andere acteurs van de Studio blijven vaak in het theater en bij de tv-fictiereeksen. Jij danst en zingt vrolijk mee op het musicalpodium.
Ik heb dat onderscheid nooit begrepen. Je kan evengoed zeggen dat de kunst met een grote K even marginaal is, omdat die maar een select clubje bereikt. Ik ben geen grote musicalliefhebber, maar ik kan sommige musicals echt heel goed smaken. Als er maar een goed verhaal in zit. Dat is trouwens voor mij de basis voor alles, zowel bij theater als bij een lied. Ook in een melodie vind je een verhaal. Wat ‘Fiddler’ betreft: dat staat echt in mijn top drie van musicals. Het verhaal spreekt iedereen aan, van 7 tot 77. Mijn dochter van 8 heeft het ook gezien en zij was ontzet bij de eindscène. Op het einde van de musical wordt de Joodse familie verbannen. Mijn dochter vroeg: “Waarom moeten die mensen weg? Hebben die dan iets misdaan?” Als je me dan vraagt of cultuur iets kan veranderen, denk ik van wel. Zelfs jonge kinderen gaan zich op hun manier vragen stellen over wat ze zien gebeuren.
Vanaf 2 februari ga je opnieuw zingen in een voorstelling. Dan is er de aftrap van de laatste tournee van Jukebox 2000 met Tine Embrechts en Nele Bauwens. Het project ging 11 jaar geleden van start. Jullie hebben het lang volgehouden.
Er zaten soms wel een aantal jaren tussen maar het is inderdaad de zesde keer dat we het hernemen. Het is een concept dat de mensen aanspreekt. Het is heel toevallig, maar we zitten hier op de plek waar Jukebox is ontstaan (nvdr.: Café Hopper in Antwerpen). Ik zat hier met Nele en Tine samen. Ik heb een bierkaartje gepakt en ik ben liedjes beginnen opschrijven: Rita De Neve, Will Tura, Jimmy Frey, Willeke Alberti, Gorki, The Ramblers… Ik moest die madammen soms overtuigen van die liedjes, want zij zijn 15 jaar jonger dan ik. Daar zit dus een hele generatie van liedjes tussen die zij niet kennen.
Is de Jukebox als een democratisch proces samengesteld?
Ja, maar soms met een lichte dwang van mijnentwege, dat moet ik wel toegeven. Ik denk niet dat ze dat erg vonden, want als ze zagen hoe het publiek daarin meeging, waren ze ook heel tevreden met de keuze. Ik heb een enorme voorliefde voor het Nederlandstalige lied. Altijd al gehad. Vroeg of laat moest ik daar dan toch iets mee doen. In Antwerpen zag ik een optreden van ‘Boulevard of Broken Dreams’: twee Hollandse zangeressen die een internationaal repertoire brachten, van Engelbert Humperdinck tot Frank Sinatra. Zij zongen dat met een karaokesysteem en deden daar een hele show rond. Ik vond dat een fantastisch concept, echt een levende Jukebox. Toen is het idee beginnen rijpen om zoiets te doen met Nederlandstalige nummers. Die zouden we dan brengen met een grote liveband in goed uitgeruste zalen zodat de liedjes -die de mensen zelf mogen kiezen- echt tot hun recht kwamen. We hebben toen een eigenzinnige mix gemaakt van honderd nummers, vanaf het ontstaan van de radio tot het einde van de eeuw. Er moest ook een groot orkest bijkomen, omdat de liedjes in de jaren 60 en 70 altijd met grootse arrangementen zijn geschreven voor strijkers en blazers. Die hebben wij dus ook. De Jukebox zelf bestaat niet alleen uit de greatest hits. Er zijn ook mooie B-kantjes in opgenomen. Het is echt een mix geworden uit alle genres: swing, schlagers, kleinkunst, bekend en onbekend, uit Nederland en uit Vlaanderen.
De mensen mogen, zoals bij een echte jukebox, de nummers zelf kiezen. Zijn er regionale verschillen?
Ik denk het niet. Je hebt wel klassiekers die elke voorstelling terugkomen, zoals Louis Neefs en Anneke Christy. We proberen het natuurlijk wel wat te sturen. Zo hebben we enkele vaste nummers die we altijd zingen bij het begin en bij het einde. We hebben ook enkele rubrieken, zoals ‘Onbekend is onbemind’. Hierin zingen we liedjes die niet voor de hand liggen zoals bijvoorbeeld ‘Onze Jongens’ van ‘Overstekend Wild’. Zegt u dat iets? (nvdr: nee dus!) Dat is een Hollandse groep. Het nummer gaat over hooligans die naar een voetbalwedstrijd trekken. Vooral de groove die eronder zit, is fantastisch. Als we dat brengen, vragen de mensen zich na afloop vaak af hoe het komt dat ze dat nummer niet kennen.
Is er zo’n nummer waaraan jij altijd je geld zou geven in de jukebox?
Daaruit kiezen is schier onmogelijk. Wat ik altijd even graag zing, zijn de Tura-nummers. ‘Het kan niet zijn’ bijvoorbeeld is meesterlijk gemaakt. Dat bouwt heel mooi op en gaat over iets dat herkenbaar is voor iedereen. Alleen die eerste zin al: “Hoe kon je rustig slapen gaan, alsof er niets was gebeurd?” Dan weet je het al: er is stront aan de knikker. Zo heeft Tura tientallen nummers. Ook zijn orkestratie is magnifiek. Hij is gewoon de Roy Orbison van Vlaanderen. Als Orbison ‘Het kan niet zijn’ had gemaakt, was dat een evergreen, een wereldhit geworden.
Er zitten uiteraard ook nummers van Wannes Van De Velde tussen. Jij noemt hem jouw geestelijke vader?
Wannes is een categorie apart. Hij is mijn grootste mentor. In mijn puberteit heeft hij mij echt wakker geschud. Ik was 13 jaar en zat op de slagerschool en hoorde een lied van hem. Ik was dus met gans andere dingen bezig en ineens hoorde ik ‘Beverlo’, uit de bewerking van Mistero Buffo die hij had gemaakt. Ik was helemaal van slag en ik wist niet waarom. Wannes kon fantastische sferen scheppen met woorden. Die kon over een bordeel zonder vrouwen schrijven en je zag het zo voor je: een vervallen cafeetje waar ooit hoeren hadden gezeten, vergane glorie…
Ik was voorbestemd de slagerij van mijn vader over te nemen. Tot directeur Fons Goris van de Studio mijn naam afriep: ‘Jaja, Van den Eynde, je mag beginnen’.Toen kon ik het thuis gaan uitleggen.
Jouw palmares is indrukwekkend. Je speelde in zowat alle grote fictiereeksen van de laatste tien jaar. Je deed films, (jeugd)theater, musicals, Jukebox 2000. Op de A-lijst van de Vlaamse acteurs sta je bovenaan. Heb je geluk gehad?
Tja wat is geluk, wat is toeval? In onze branche is het zo dat niemand je kent als je afstudeert. Je moet je nog bewijzen. Ik had het geluk dat ik na mijn studies een jaarcontract bij theater Arena kreeg in Gent. Daar deden ze aan musical en ik had theater gedaan, maar ik kon wel een beetje zingen. Jaak Van De Velde, de directeur van Arena zei me: “Als je slaagt voor een stemproef mag je meedoen met de Vlaamse Jesus Christ Superstar.” Mijn vader had altijd schrik dat ik niks zou verdienen. Ik slaagde echter voor de proef en ging naar huis met een jaarcontract en elke maand een loon. Een half jaar later ging Arena wel failliet en werd ik al niet meer uitbetaald, maar soit. (lacht)
Toen ben ik Linda Lepomme gevolgd naar de musicalafdeling van het Ballet van Vlaanderen. Dat heb ik gecombineerd met mijn legerdienst. Pas daarna heb ik veel theater gedaan, ‘De getemde feeks’ van Dirk Tanghe bij Malpertuis, ‘Peter Pan’ bij NTG. Daardoor zijn vele dingen op gang gekomen. Ik had de chance dat Mark Uytterhoeven gek was op het stuk ‘Wilde Lea’ van de Blauwe Maandag Compagnie, waarvoor ik het typetje Xavier De Baere had gecreëerd. Hij zei me: “Ik wil dat je dat uitwerkt om er iets in ‘Morgen Maandag’ mee te doen”. Plots kwam er ook aandacht uit andere hoeken. Hugo Matthysen vroeg me voor ‘Kulderzipken’. Ik kende Hugo helemaal niet, maar na de eerste dag vond ik hem al een ongelooflijk fijn type. Toen kwam ook Vincent Rouffaer met het scenario van ‘Kongo’ naar mij, omdat hij wilde dat ik de hoofdrol zou spelen. “Kijk eens of je dat wil doen. We draaien wel een halfjaar in Afrika”, zei hij. Ik kon niet geloven dat ze mij voor zoiets vroegen. Daarna is alles in stroomversnelling gekomen met ‘Windkracht 10’, ‘Aspe’... Ik leerde dan Tom Van Dyck kennen en hij wilde dat ik in zijn eerste grote productie voor Het Toneelhuis, ‘De Cocu Magnifique’, kwam spelen. Wij haalden twee prijzen in Holland. Ongelooflijk. Ik kreeg de Louis d’Or en Sientje (Eggers, nvdr) de Colombina. We wisten niet wat ons overkwam. De ontmoeting met Jakke Eelen heeft dan geleid tot ‘In de gloria’. Eigenlijk gaat het altijd zo: van het een komt het ander. Ik sta er wel eens bij stil hoeveel geluk ik heb gehad om al die dingen te mogen meemaken.
Neem Xavier De Baere, André Van Genechten en Bucky Laplasse. Die personages liggen mijlenver uit elkaar. Van typecasting heb jij geen last.
Ik word niet graag in een keurslijf geduwd en ik wentel mij ook al eens graag in een vermomming. Ik vind het bijvoorbeeld niet erg om een heel jaar een baard te dragen. Voor Bucky Laplasse heb ik een half jaar met geverfd zwart haar rondgelopen. Je zag de mensen dan echt denken: “Wat heeft die? Die zit precies met een identiteitscrisis.”
Ik ben freelancer en probeer mijn seizoen samen te stellen met dingen die ik graag doe. ‘Jukebox 2000’ is pas de eerste productie die ik zelf heb gemaakt. Als je dan in de ogen van het publiek ziet -en ik kijk normaal nooit naar het publiek- dat het werkt, dan is dat fantastisch.
En dan te bedenken dat je een heel andere toekomst had kunnen hebben. Voor mij zit iemand met drie diploma’s. Kon je niet kiezen?
Vier. Ik heb nog een vliegbrevet ook. (lacht) Dat slagersdiploma lag voor de hand. Ik was een speelvogel. De school interesseerde mij niet. Op de PMS zeiden ze toen: “Mijnheer Van den Eynde, we raden u de slagerschool aan”. Ik hielp toch al veel in de beenhouwerij en ik deed dat graag: uitbenen, charcuterie maken, kuisen. Waarom niet? Ik was ook de gedoodverfde opvolger, want mijn broer en zus studeerden heel goed. Ik was de benjamin en mijn vader zei: “Gij zijt afgestudeerd op uw 16, ik kan rustig afbouwen en daarna is de zaak voor u.” Pas op, dat was een goeddraaiende zaak hé, maar ik dacht er nooit serieus over na. Tot ik eens aan het voetballen was met de ploeg in Kessel. Mijn vader had pas weer gesponsord. Dat was nog met die betonnen plakkaten. Ik was een balletje aan het trappen en ik zag dat hij een nieuw bord had laten maken: ‘Gaston Van den Eynde & zoon’. Toen pas ben ik daarover beginnen nadenken: “Wil ik dat wel doen?” Ik ben toen naar de hotelschool gegaan. Toen ik 20 was, had ik mijn hoteldiploma op zak, maar ik had intussen al wat informatie ingewonnen over de Studio. Ik wilde weten wat het was en deed mee aan het toelatingsexamen. Als ik er niet door was geraakt, was ik 9 kansen op 10 in de zaak gegaan. Tot mijn grote verbazing hoorde ik na mijn examen mijn naam afroepen. Ik ben dat voor de zekerheid nog gaan navragen bij directeur Fons Goris. “Jaja, Van den Eynde. Je mag beginnen.” Toen kon ik het thuis gaan uitleggen.
Dat moet een zwaar gesprek geweest zijn.
Er was vooral veel teleurstelling. Niet dat hij me dat niet gunde, maar mijn vader had het anders gezien voor zichzelf. Hij had een prachtige zaak uit de grond gestampt die heel goed draaide. Als hij nu een opvolger had die dezelfde waarden en normen als hij zou hanteren, was hij gelukkig. Ik had mijn diploma op zak en ik moest maar binnenstappen. En dan ging ik toch wel naar die toneelschool zeker.
Hoe was het op die toneelschool als slagersjongen in het kunstenaarsmilieu?
Dat was een gans andere wereld. Een nieuwe speeltuin. Plots sta je daar in een maillot balletoefeningen te doen. We mochten ook een instrument leren spelen: piano of gitaar. En raad eens wie gitaar gaf? Wannes Van De Velde. Ik heb niet lang getwijfeld. Mijn eerste week op de Studio en ik zat daar al een half uur alleen met de Wannes.
Jij bent een van de weinige Kempense acteurs die toch is teruggegaan naar zijn geboortestreek.
Dat is toevallig. Ik heb 22 jaar in Antwerpen gewoond, maar ik ben verhuisd omwille van mijn schoonste roeping: het vaderschap. Het appartement in Antwerpen was te klein en dan hebben we een huis gehuurd in Lier. Toen ons tweede kindje is gekomen, hebben we iets gekocht in Bevel. Ik hou van de rust en de natuur. Ik zou nu niet meer in een stad kunnen aarden.
Voel jij je een Kempenaar?
Dat is veel gezegd. Mijn eerste acht jaar heb ik in Lier doorgebracht en die stad zag er helemaal anders uit dan nu. Waar nu de ring is, was toen nog het platteland en de bossen. Daar heb ik goede herinneringen aan. Daarna zijn we naar Kessel verhuisd, waar ik mijn puberteit doorgebracht heb. Ik heb dus een beetje van alles geproefd. Maar ik heb zeker veel affiniteit met de Kempen door mijn rollen in ‘In de gloria’ maar ook door bepaalde mensen als Tom Van Dyck, die van Herentals is. Of door Stany Crets en Koen De Bouw, die van Turnhout zijn. Ik ken de Kempen ook heel goed. Ik ga bijvoorbeeld zweven in Weelde. De Noorderkempen ken ik dus vanuit de lucht.
Heeft iemand die al zoveel gedaan heeft nog een grote droom of ga je de komende jaren vooral in de lucht doorbrengen?
Ik hoop dat ik dat zeker kan blijven doen, want dat vliegen is een grote uitlaatklep voor mij. Voor de rest is het belangrijkste dat ik kan blijven doen wat ik graag doe. Zo heeft bijvoorbeeld Peter Van Den Eede me gevraagd om iets met Compagnie De Koe te gaan doen. Dat is dan weer eens iets helemaal anders, maar ik hou nu eenmaal van die variatie.
Tekst: Katrien Lodewyckx
Foto’s: Bart Van der Moeren
Win 3 duotickets!
Suiker geeft 3 duotickets weg voor Jukebox 2000 op 23 maart in de Werft in Geel. Waag je kans en
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
of stuur een mail naar
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
met als onderwerp '23.03 - Jukebox 2000'. Vermeld je naam in de mail.
Jukebox 2000 is ook te zien op 9 februari in Rex in Mol (uitverkocht) en op 28 april in de Warande in Turnhout.
Dim lights Embed Embed this video on your site
