Tijs Vanneste, zanger van Oceans of Sadness, is nu tatoeëerder
februari 2012
DESSEL- Na het opdoeken van zijn metalband Oceans of Sadness heeft zanger Tijs Vanneste zich volop gesmeten op zijn tweede passie: tatoeëren. Samen met drie collega’s baat hij in winkelgalerij ’t Laar in Mol tattooshop ‘Icon Tattoo’ uit, die als gek draait. "Het is mij niet om het geld te doen”, zegt hij. “Ik zou voor niks tatoeëren, zo graag doe ik het.” Een gesprek met een gelukkige man.
Vorig jaar hebben jullie een einde gemaakt aan ‘Oceans of Sadness’. Volgens velen veel te vroeg want de groep had, zoals dat gezegd wordt, nog erg veel ‘groeipotentieel’. Er wordt dan wel aan toegevoegd: op voorwaarde dat ze wat toegevingen hadden gedaan. Jullie waren dus een bende koppigaards?
Die concessies, daar zit het hem! Die wilden we niet doen. We hebben de groep gevormd toen we zestien jaar waren. Vijftien jaar hebben we muziek gemaakt zonder toegevingen. Ondertussen zijn we altijd blijven groeien. Grote muziekmaatschappijen waren zeker geïnteresseerd, op voorwaarde dat we onze muziek zouden aanpassen. Maar voor ons ging het over ‘muziek maken’ niet over ‘succes hebben’. We hebben er op een bepaald moment wel over gepraat, maar alle zes waren we unaniem: “Toegevingen? Dat zal wel zijn!”
Welke toegevingen moest je dan doen?
Simpelere muziek maken. We maakten wat men ‘metal’ noemde, maar in se was dat geen metal. Er zat heel veel jazz en klassiek in. Het waren erg veel invloeden door mekaar. Je kan er zeker een simpelere versie van maken.
Maar je moet toch ook je ei nog kunnen leggen! We hebben op heel veel plaatsen in Europa gespeeld en helemaal op het laatst hebben we nog op een groot progressief metalfestival gespeeld in Atlanta. Toen hebben we tegen mekaar gezegd: wat moeten we nu nog meer gaan bereiken? In juni hebben we ons laatste optreden gegeven. We hadden het gehad. We zijn gestopt en helemaal opnieuw begonnen met een andere groep: The Searching. De helft van Oceans of Sadness is nog overgebleven: de drummer, de pianist en ik. Ik speel akoestische gitaar en ik zing. We maken nu totaal andere muziek: het is meer pop en rock met een beetje jazz en country. Eerder ‘Radio 1-muziek’. Als we nog een bassist vinden, zijn we vertrokken. De nummers zijn klaar. Maar net als met Oceans of Sadness is het niet de bedoeling om ten koste van alles zaken te bereiken. Het is zuiver voor ons plezier.
Wat velen vergeten, is dat je voor de kost geen zanger bent maar leraar?
Tekenleraar. Ik heb eerst academie gevolgd dan een lerarenopleiding in Gent. Ik geef tekenles in De Mast (Kasterlee) aan gasten met gedragsproblemen. Het is in België bijna onmogelijk om van je muziek te leven. Zeker in ‘metal’, maar eigenlijk geldt dat voor muziek tout court. Als je er al van kunt leven, is het een hondenleven. Ik ken vrienden genoeg die er van proberen te leven, maar dat kan ik niet opbrengen. Je verdient minder dan wanneer je gaat stempelen. Dan mág je nog succes hebben op Studio Brussel. Of je moet zeggen: ik word een bohemien. Maar dat is de keuze die je dan maakt. Ik tatoeëer nu vier dagen per week. Maar ik ga dat nu optrekken en het lesgeven een beetje afbouwen. Ik wilde al van mijn zestiende tatoeëren. Ik heb het eerst thuis wat halfhalf gedaan, vooral om het te leren.
Als iemand zegt ‘Hier is mijn arm, maak er iets van’, dan is dat een hele eer.
Ja, dat is mijn vraag: hoe kan je in godsnaam leren tatoeëren? Je hebt toch altijd een levende huid nodig? Je moet kunnen experimenteren op mensen.
We hadden in Dessel een hardrockcafé: De Frog. Ik kende nogal wat mannen uit het bikersmilieu. Die gasten stonden vol met van die oude schipperskwartiertattootjes. Ik ben er naartoe gestapt en gevraagd: ik zoek mannen om te leren tatoeëren. (lacht) Die hebben allemaal ja gezegd: “Ga er maar voor.” Ze zeiden: “Als het nu nog niet lukt, moet je het later maar fiksen wanneer je het wél kunt”. Dat was een hele geruststelling.
Je kan geen opleiding tatoeëerder volgen?
Er zijn er een aantal maar dat is allemaal geldklopperij. In Antwerpen betaal je een bom geld voor een opleiding van veertien dagen en dan kan je zogezegd tatoeëren. Maar zo werkt het niet. Je moet al doende leren. Ik heb alles zelf geleerd. Het is een proces van continu leren: wat ik over 20 jaar ga zetten, is stukken beter dan wat ik nu zet.
Een tattoo kan je ook niet uitgommen.
De algemene regel is: je moet niets zetten waarvan je niet zeker bent. Je moet weten wat je kunt en je moet je houden bij wat je gewoon bent te doen. Daar moet je je in ontwikkelen.
Wat opvalt is dat veel tatoeëerders ook schilder of tekenaar zijn. Is dat een basis?
Ja, absoluut. Vroeger waren tatoeëerders mannen die zeiden: ik word tatoeëerder. Maar nu moet je maar eens rondkijken, eender waar in Europa of Amerika: het zijn allemaal mannen die academie gevolgd hebben en kunstenaar zijn. Vroeger ging je naar een tattooshop en kon je uit een boek een tattoo kiezen. Vandaag werkt het niet meer zo. Ik teken nu elk stuk apart voor elke persoon. Ik zet alles maar eenmaal. Custome made: op vraag van de klant. Ik heb vooraf een gesprek met de klanten. Zij vertellen me welk gevoel ze erin willen steken. Vaak weet ik dat al vooraf want ze komen naar mij voor mijn eigen stijl. Ik zet dan de tekening eerst op papier. Acht keer op tien is het er knal op, exact wat ze willen. Ik heb klanten van Brugge en Gent. Elke tattoo is reclame voor mij.
Zo, je hebt een eigen stijl. Welke is die dan?
Mijn ding -of zeg maar passie- is het realistische werk. Noem het maar ‘fotorealistisch werk’. Fijn werk met veel schaduwstukken. Ik zet ook graag portretten en dieren. Ik maak vaak zeer surrealistische ontwerpen: een beetje psychedelisch en vreemd. Het sluit aan bij het werk van Dali. Mijn collega in de shop werkt meer in ‘oldschoolstijl’: oude zeemanstattoos met dikke lijnen en felle kleuren. Zo heeft elke tatoeëerder wel zijn eigen stijl.
Is een tattoo ook modegebonden?
Ja, je ziet elke seizoen wel een aantal zaken terugkomen. Dit jaar ben ik een tekening met bloemen wel dertig keer tegengekomen. Een paar jaar geleden wilde iedereen sterretjes of tribals, van die zwarte harde motieven. Maar die modes zijn er veelal voor klanten die voor hun eerste tattoo komen. Wij hebben veel vaste klanten die een bepaalde stijl kiezen en altijd bij ons terugkomen. Op de duur hebben de klanten een groot vertrouwen in je. Vandaag heb ik steeds meer klanten die zeggen: “Je bent vrij. Doe maar iets”. Dat was ook mijn hoop toen ik ermee begon.
Wat ik me afvraag: waarom ben je niet tevreden met een tekening op papier. Waarom moet die absoluut op iemands huid gezet worden?
Ik schilder ook nog veel op doek. Maar voor mij is een tattoo meer waard omdat het levende kunst wordt. Een schilderij dat je moe bent, zet je in de kelder. Maar een tattoo is er voor de rest van uw dagen. Het heeft veel met vertrouwen te maken. Als iemand zegt: “Hier is mijn arm, maak er iets van”, dan is dat een hele eer. De kerel legt zijn arm in jouw handen.
Maar als die man buitenstapt, loopt ook je kunstwerk weg.
Een schilderij dat ik verkoop, zie ik nooit meer terug. Ik vergeet zelf vaak wat ik geschilderd heb. Maar de tattoos die ik gezet heb, kom ik nog tegen. En dat doet me deugd. Ik heb nu een klant die zijn zoontje verloren is aan een ziekte. Die wou doodgraag een portret. Ik heb het ontwerp gemaakt en binnenkort begin ik eraan. Die man heeft wel de tranen in zijn ogen als hij naar zijn tekening komt zien. Meer eer kan ik niet hebben. Dat is voor mij het ultieme.
Sommige kunstenaars trekken zich geen zier aan van wat mensen van hun kunst vinden.
Negen op tien van hen eindigen dan ook in de goot. Een tattoo is voor mij ook niet meer waard dan mijn tekeningen of mijn muziek. Het is de combinatie van al die zaken die ik nodig heb. Het een kan niet zonder het ander. Ik moet ze allemaal doen. Ik ben een doodrustige jongen maar als ik op het podium sta, ontbind ik mijn duivels en ben ik een andere mens. Fans verschieten er soms van hoe kalm ik ben. Van tatoeëren word ik een beetje ‘zen’. ’s Avonds ben ik dan ook hondsmoe van de concentratie. Dit is mijn werk maar ik heb niet één seconde het gevoel dat ik moet gaan werken. Ik heb pas twee weken vakantie gehad en ik ben elk vrij moment hier in de shop bezig geweest. Ik heb zelfs klanten opgebeld: “Kom af want ik heb goesting om te werken.” Je kunt niet een beetje gaan tatoeëren, dat gaat niet. Dat moet je leven zijn. Ik kan er elk ei in kwijt dat ik te leggen heb. Mijn dagen zien er steevast hetzelfde uit: na het werk ga ik tatoeëren tot ’s avonds, dan teken ik thuis nog tot elf, twaalf uur. En zo is dat elke dag. Ik kan niet zonder. Als ik in de zetel zou moet gaan zitten, zou ik zot worden.
Waar haal je je inspiratie?
Dat is puur intuïtief. Ik denk er niet over na. Ik laat het gewoon komen. Zo is dat ook met mijn nieuwe groepje: voor mij is dat doodnormale muziek. Maar iedereen aan wie ik het laat horen, zegt: “Dat is speciaal”. Terwijl dat helemaal niet de bedoeling is. Ik heb me daarbij neergelegd; het is nu eenmaal zo. Ik zweef wat boven de maatschappij uit. Toch ben ik wel een nuchter mens. Maar in mijn hoofd zit er iets anders. Gisteren heb ik drie tekeningen gemaakt en een muzieknummer. Ik ben er continu mee bezig. Ik ben altijd zo geweest: maken, maken, maken … Als ik met andere mensen samenwerk, heb ik het gevoel dat ik op de rem moet gaan staan omdat ik ze er anders afrij. Ik kan nu puur mijn eigen gang gaan. Dat was echt mijn droom.
Is de klant die voor een tattoo komt echt koning?
Ja, maar je moet dat wel sturen. Sommige mensen moet je tegen zichzelf beschermen. Ik heb voor mezelf regels over wat ik doe en niet doe. Ik moet ’s avonds echt het gevoel hebben: ik heb goed werk geleverd. Ik tatoeëer niet op gezichten of op handen. Je moet je ervan bewust zijn dat een gast van achttien jaar die een tattoo in zijn nek of op zijn handen wil, nog een gans leven voor zich heeft. Een tatoeage staat erop voor altijd.
Zijn er ook onderwerpen die je niet doet?
Ikzelf zal nooit racistische tattoos zetten, of domme dingen. Als mijn vrouw ’s avonds vraagt wat ik gedaan heb, wil ik niet antwoorden: ik heb een streepjescode op iemands ogen gezet. Daar haal ik geen meerwaarde uit. Voor mij gaat het om de kunst. Ik wil bij iedereen trots zijn op wat ik heb gedaan. Niet dat ik over een halfjaar iemand tegenkom en moet denken: “Shit, wat heb ik daarop gezet!” Maar elke tatoeëerder moet zelf zijn grenzen stellen. In tatoeëren zijn er eigenlijk geen regels. Je mag er zover in gaan als je wilt.
Worden tatoeëerders door andere kunstenaars geapprecieerd of als weirdo’s bekeken?
We worden meer en meer geapprecieerd, ook door andere kunstenaars. Ik ken wereldwijd tatoeëerders bij wier werk ik echt moet blèten. Dat is gezonde jaloezie. Ik hoop ook dat tattoos meer en meer normaal en mainstream worden. Tijdens de kerst zul je nog weinig feesttafels vinden waarbij niemand een tattoo heeft. Ik hoop dat er ooit een moment komt dat het juist speciaal is dat iemand géén tattoo heeft.
Vroeger waren alleen zeemannen en gevangenen getatoeëerd.
Die clichés gaan vandaag niet meer op. Dat is hetzelfde dan beweren dat metal voor neanderthalers is. Terwijl het net zo’n technische muziek is. Het is wel zo dat negen op tien metalliefhebbers getatoeëerd zijn. Maar langs de andere kant zijn ook mensen die met house bezig zijn, getatoeëerd, maar in een andere stijl.
Maar wat dan met het rock-‘n-rollgevoel? Iemand met een tattoo zet zich toch af tegen het brave burgerwereldje.
Daar gaat het voor mij echt niet over. Ik ben ook een brave burgerman. Weet je wat het fantastische is? Ik heb als klant een burgerlijk ingenieur die knotsvol met tattoos staat, maar niemand weet dat. Iemand die een tattoo laat zetten omdat hij tegen de maatschappij wil zijn, is kinderachtig. Ik vind wél dat je met een tattoo je persoonlijkheid in de verf zet. Je lichaam wordt dan een spiegel van jezelf. Een tattoo is dan een uitbreiding van jezelf. Neem een weinig sociaal mens die moeilijk uit zijn woorden komt. Wel: voor zo iemand kan een tattoo een manier zijn om zich uit te drukken en gemoedsrust te vinden. Jij hebt dat nooit gehad, maar ik wist op mijn vijftiende al dat ik een hoop tattoos wou.
Je was een stille jongen?
Neen, ik ben altijd veel opvallender geweest dan ik wou. Op mijn zestiende volgde ik de richting ‘Kunsten’ op het ‘Graf’ in Turnhout. Het PMS vroeg wat ik later wilde worden. Ik zei: tatoeëerder. Ik werd uitgelachen. Maar bij mezelf dacht ik: “Je zal wel zien”. Ik doe dat voor mezelf.
Je wist toen al wat je wilde?
Ja, en dat zou iedereen moeten hebben. Je moet een missie hebben. Mijn droom is altijd al een combinatie van tekenen en muziek geweest. En dat ga ik blijven doen tot het einde van mijn dagen. Geld speelt voor mij ook geen rol. Idealisme is voor mij heel belangrijk. Ik zou voor niets tatoeëren. Een kunstenaar die met kunst begint voor het geld of het succes is geen kunstenaar.
Je zou anders goed geld verdienen met een tattootentje op Graspop.
Ik ga er aan de toog staan. Mijn droom is een Canadese tatoeëerder die midden in de bossen woont. Je moet er uren voor in de auto zitten om er te geraken en jaren wachten voor je er aan de beurt bent. Dat is ook mijn droom. Mensen die speciaal naar mij komen voor mijn tattoos.
Nog nooit geen spijt gehad van een tattoo?
Nee. Sommige klanten hebben een grote tattoo die ze weg willen. Dat vind ik juist tof om te doen. Het verplicht me om creatief te zijn. Iemand die een grote zwarte tattoo heeft staan en nu een fijne Japanse arm wil: dát is een uitdaging. Ik wil continu beter worden: nog meer mensen zo ver krijgen dat ik mijn kunst kan overbrengen. Mijn droom is dat elke klant op de duur zegt: “Ga je gang maar”.
Je signeert je werk niet.
Neen. Dat is maar ooit door één klant gevraagd. Ik vond dat wel tof.
En later gaat hij dat stukje huid aan jou overlaten?
Wie weet. Ik hang het dan met punaises op tegen de muur. (lacht)
Je kunst vergaat met je klanten.
Laat het maar vergaan. Alles is vergankelijk. Voor mij is het genoeg dat ik het soms zie passeren.
Is een tattoo een dure zaak?
Het is inderdaad duur en bovendien nog pijnlijk ook. Het hangt er wel van af waar je het laat doen. Op sommige plaatsen voel je er niets van, maar op andere plaatsen doet het belachelijk veel pijn. Maar als je dat echt wil, heb je dat er ook voor over. In februari laat ik mezelf opnieuw tatoeëren. Ik zie er keihard tegen op, maar tegelijk zie ik er ook keihard naar uit. Het hoort erbij. No pain no gain.
Veel tatoeëerders pakken uit met bekende klanten . Heb jij er al op je lijstje staan?
Een aantal uit het metalmilieu, en ik heb ook al een aantal topsporters getatoeëerd, maar dat heeft geen belang. Ik heb dat voor die mensen gedaan. Als hij of zij dat willen delen, zullen ze dat zelf wel doen. Ik zet dat niet op mijn cv, want dan ben je weer commercieel bezig. Ik wil ongrijpbaar zijn. Ik ben geen cliché. Ik wil net die clichés doorbreken. Met metal had ik dat ook. Ik ben geen metalman. Ik maak gewoon die muziek. Zo ben ik niet alleen een tatoeëerder, snap je? Ik ben daarin een uitzondering in de wereld. Ik veroordeel zelf niemand. Ik wil dus ook niet veroordeeld worden. Er zijn mensen die een tattoo willen, maar er zijn er ook die er absoluut geen willen. Geen probleem. Maar iemand die getatoeëerd is, zal nooit oordelen over iemand die niet getatoeëerd is. Omgekeerd gebeurt dat vaak.
Tot slot nog een stomme vraag: zijn er Kempische tattoos?
(lacht) Neen, je hebt goede en slechte tattoos. Andere zijn er niet.
Tekst: Stijn Janssen
Foto: Bart Van der Moeren
