Dramadocenten en regisseurs in spe

HERENTALS, OLEN - Druk druk druk. Zo ziet de agenda van Dries De Smedt (27),  Michai Geyzen (26) en Jelle De Grauwe (29) eruit. Samen snorren ze elk weekend naar Maastricht waar ze de driejarige opleiding tot dramadocent/regisseur aan de Toneelacademie volgen. Een parttimeopleiding voor jongeren vanaf 21 jaar met een diploma hoger onderwijs op zak, die in België niet bestaat. Samen met een zevental andere creatieve Vlamingen en Nederlanders met veel goesting voor theater slaagden ze voor de toelatingsproef.

Waarom de keuze voor de theateropleiding?

Dries: Elke week was ik bezig met Tejaterbende Oeps! We speelden stukken en volgden workshops, wat heel leuk was. Maar we bleven hangen op een bepaald niveau en ik wilde meer met theater doen.

Michai: Het is een uit de hand gelopen hobby. Het leek me leuk om meer gevoed te worden door professionals. Aan de academie leer je op korte termijn enorm veel van mensen die ongelooflijk professioneel met hun vak bezig zijn.
Jelle: Ook ik heb altijd amateurtheater gespeeld. Ik wilde deelnemen aan de toelatingsproef voor de acteursopleiding, maar ik heb dit nooit gedurfd. Ik ben gaan voortstuderen, maar het is altijd blijven knagen. De parttimeopleiding in Maastricht is ideaal, want na zeven jaar studeren nog eens een voltijdse opleiding volgen, was teveel van het goede. Toneelspelen zelf vind ik heel leuk, maar ik kwam op een punt dat ik dingen wilde maken, regisseren. Zelf van nul af aan iets schrijven.

Wat maakt de opleiding in Maastricht speciaal?

Jelle: Het fijne is dat de opleiding drie elementen combineert: spelen, doceren en regisseren of theater maken. Het is een kruisbestuiving: alles vloeit mooi in elkaar.

Dries: Neem nu de improvisatieles. Daarin leer je hoe je als docent lessen kan opbouwen. Hoe je stap voor stap naar een opdracht kan toewerken. Vanuit het spel ga je aan de slag. Bij de selectieproef ging er veel aandacht naar het feit of je al dan niet vorderingen maakt, dat je iets doet met de dingen die je aangeleerd krijgt.

Jelle: Het is ook logisch dat je eerst als speler moet ervaren wat het is om op de toneelvloer te staan. Pas dan kan je als regisseur de mechanismen doorgeven. De academie benadert het theatervak ambachtelijk. Je wordt niet opgeleid tot de conceptuele theatermaker die grootse concepten bedenkt. De focus ligt erop hoe je je eigen spel en dat van iemand anders zo optimaal mogelijk kan maken. Je krijgt een stevige technische basis op het vlak van stem, beweging, zang, spraak en tekst. Met een microscoop wordt naar je gekeken hoe je op de scène staat. Er wordt erg geanalyseerd. Terwijl andere opleidingen toneel vaak benaderen vanuit de buik.

Michai: Zo zijn we wel twintig minuten bezig geweest met de zin ‘Ze zingen, de vogels’. Om eruit te halen wat erin zit. Als je dat met een volledig toneelstuk moet doen, ben je wel even bezig. (lacht)

Wat fascineert jullie in toneel?

Dries: Ik heb altijd zelf een stuk willen maken. Je start met een leeg blad en denkt: “Hoe begin ik hier in godsnaam aan?” Het is me nu gelukt. Het is leuk om te merken dat er vooruitgang is.

Michai: Het fascineert me dat er mensen op een afgebakende plaats staan die iemand spelen die ze helemaal niet zijn. En dat het publiek komt kijken en geraakt is. Die interactie bestaat al ettelijke eeuwen en blijft mensen aanspreken. In toneel kan je mensen meenemen in een soort illusie die op dat moment heel reëel wordt. (stilte). Amai, dit kan ik niet meer herhalen. (lacht)

Jelle: Theater is voor mij onderzoek. Niet alleen naar het omgaan met mensen op de vloer, maar ook naar wat je wil vertellen en hoe je dat overbrengt. Je vertrekt van nul en kiest een inspiratiebron waarmee je aan de slag wil. Dat hele proces of onderzoek vind ik boeiend. Net zoals een muzikant of schilder iets vertelt, doet een theatermaker dit ook.

Gaan Vlamingen en Nederlanders anders met toneel om?

Michai: Je hoort Vlamingen vaak zeggen dat toneel in Nederland van een hoger niveau is, experimenteler. In onze klas merk ik weinig tot geen verschil tussen Vlamingen en Nederlanders.

Jelle: Toch leidt dit soms tot grappige momenten. Hoewel we allemaal Nederlands spreken, zijn er toch enkele taalverschillen. In een van onze eerste bewegingslessen gaf de docent de opdracht door de ruimte te lopen. Plots begonnen de Vlamingen te rennen, werkelijk te spurten. De Nederlanders wandelden rustig door de ruimte.

Kom je jezelf wel eens tegen op de scène?

Michai: In de klas zijn we heel eerlijk tegen elkaar. Met lief zijn, leer je niets. Je krijgt veel feedback en commentaar. Je moet dit leren slikken. Soms wordt het echt wel veel. Dan is het kwestie van te leren dit om te zetten in iets positiefs, iets waardoor je beter wordt.

Jelle: Jij krijgt feedback als speler, docent en theatermaker. Maar achter die functies schuilt je eigen ik nog wel. Je stem en lichaam blijven de instrumenten waarmee je werkt. Commentaar blijft persoonlijk. En ja, dat is soms confronterend. 

Wat is jullie theaterdroom?

Jelle: Te kunnen leven van het maken van voorstellingen met mensen die je zelf kiest en waarmee je op dezelfde golflengte zit. Samen als collectief dingen maken. 

Michai: Ja, met een collectief  voorstellingen maken die voor de groep iets betekenen. Ik wil vooral ook veel plezier maken en elkaar in het spel en het maken ervan beter laten worden. En inzichten van elkaar overnemen. Jeugdtheater spreekt me ongelooflijk fel aan. Aan “Oeps!” Heb ik veel positieve ervaringen overgehouden. Je leert relativeren. Jongeren leren zichzelf en anderen in de groep beter kennen. Je ziet ze groeien en misschien boven zichzelf uitstijgen.

Dries: Dat plezier meegeven met jongeren lijkt me heel leuk. In groep kan je onnozel doen zonder dat ze zeggen: “Doe niet onnozel.” (lacht)

Is er naast jullie werk en de opleiding nog tijd voor iets anders?

Michai: Er gaat geen dag voorbij of ik ben met toneel bezig: voorbereiden, teksten leren, boeken zoeken, voorstellingen bekijken. Er kruipt veel tijd in en je moet wel gemotiveerd zijn om het vol te houden. Maar het is een absolute meerwaarde voor iemand die met theater bezig wil zijn.

Dries: De zondag is mijn rustdag. Even niets doen. Ik heb dan ook veel respect voor mijn vriendin die vele avonden alleen moet doorbrengen omdat ik moet voorbereiden. Vanavond was trouwens mijn enige vrije avond. (lacht)

Dan laten we jullie als de bliksem gaan. Veel succes!

Ook gebeten door de microbe? Surf dan naar www.toneelacedemie.nl.

Tekst: Caroline Haverans |  Foto: Bart Van der Moeren
 

Share/Save/Bookmark

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Het nieuwste nummer

De oudere nummers vind je in ons archief.
 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009