Provinciale Cultuurprijs voor Manu Van der Aa

TURNHOUT - Ooit was Alice Nahon (1896 - 1933) Vlaanderens populairste dichteres. Ze verkocht in totaal meer dan 250.000 dichtbundels. Ze was een literair fenomeen. Toch schetsen de vele naslagwerken die over haar zijn verschenen een te eenzijdig en zelfs ronduit fout beeld van het ware leven dat Alice Nahon leidde. Turnhoutenaar Manu van der Aa stuurde een en ander bij en schreef in 2008 een definitieve biografie over Nahon: "Ik heb de liefde liefgehad". Hij kreeg er zopas de Provinciale prijs voor Letterkunde voor, in de categorie 'monografie'.



Wie geboren is in de jaren 60 of ervoor kent zonder enige twijfel de verzen: "'t Is goed in 't eigen hert te kijken, nog even voor het slapen gaan". Het zijn de eerste regels van 'Avondliedeken III' van Nahon. Hoe diep die verzen in ons collectief geheugen zijn gegrift, bleek in 2001. Toen werd gepeild naar het favoriete gedicht van de Vlaamse lezer. Avondliedeken III eindigde er -tachtig jaar nadat het was geschreven!- op de vierde plaats, na verzen van Hans Andreus, Willem Elsschot en Guido Gezelle, maar vóór Paul Van Ostaijen.

 

 

Waarom wilde je over Alice Nahon een biografie schrijven?

Haar levenswandel intrigeerde mij al langer. Lees een biografie over eender welke Vlaamse schrijver die geleefd heeft in de jaren 20 en je komt de naam Alice Nahon wel ergens tegen. Zij duikt werkelijk overal op. Na een tijd begint je dat op te vallen en ga je je daar vragen bij stellen.

Vroom en wegkwijnend? Alice Nahon was juist het tegenovergestelde.


En toen je haar levenswandel ging navlooien, merkte je dat die absoluut niet strookt met wat erover geschreven is?

Zo zou je het kunnen samenvatten, ja. Om te beginnen zijn er over Alice Nahon nooit echt ernstige biografieën geschreven. Alle naslagwerken die over haar verschenen zijn, zijn in feite bewerkingen en herkauwingen van wat er in 1936, enkele jaren na haar dood, over Nahon werd gepubliceerd. De mythe werd in de loop der jaren alleen groter en groter. Meer nog: ze werd bewust in stand gehouden. Gecultiveerd.

Even concreet nu. Wie dénken wij dat ze was en wie was ze werkelijk?

Alice Nahon was een razend populaire schrijfster, niet alleen bij haar lezers, maar ook bij de beau monde. Ze vertoefde graag en veel in kunstenaarskringen. Ze kende iedereen en iedereen kende haar. Ze leidde een avontuurlijk en liederlijk leven. Ze heeft naar schatting een twintigtal minnaars gekend. Ze was bloedmooi en dat wíst ze. Ze gebruikte haar schoonheid. Bijna elke bundel verscheen met een foto van haar, wat in die tijd niet zo gebruikelijk was.

Dat alles staat haaks op het beeld dat voortdurend van haar geschetst wordt: dat van het vrome, zieke, wegkwijnende meisje. Dat gebeurde tijdens haar leven al. De katholieke zuil heeft dat beeld van haar gecreëerd. En het moet gezegd: toen ze merkte dat ze zich er toch niet tegen kon verzetten, is ze ook wel in die rol gekropen en heeft ze voor de rest van haar leven de rol van weemoedig meisje gespeeld.

Niet alleen de katholieken, ook de Vlaams-nationalisten hebben Nahon voor hun kar gespannen. Ze schreef in het Nederlands op een moment dat de Belgische elite nog volledig Franstalig was, ze verbleef vaak in Vlaamsgezinde kringen en ze schreef zelfs enkele Vlaamsgezinde gedichten. Maar daar houdt het op. Ze was zeker geen strijdende flamingante, zoals later is beweerd. Ze hield van de taal waarin ze was opgegroeid. Daar kwam ze ook voor uit. Maar ze heeft nooit radicale politieke meningen verspreid. Maar conservatief Vlaanderen zag in haar een rolmodel voor de Vlaamse vrouw, hoewel Nahon net het tegenovergestelde was. Denk maar aan haar spilzucht, haar wispelturigheid en haar losbandigheid.

Dat het beeld van het kwetsbare, wegkwijnende meisje bewust werd opgehangen, neemt niet weg dat Alice Nahon echt wel ziek was. Aan welke ziekte leed ze?

We kunnen ons daar een goed beeld van vormen, want haar volledig medisch dossier is bewaard gebleven. Ik ben daarmee naar een dokter gestapt. Naar alle waarschijnlijkheid had Alice Nahon een hartstoornis. Aangeboren of ergens opgelopen, dat is niet meer te achterhalen. Maar de manier waarop ze voortdurend aftakelde -haar maanden durende doodsstrijd werd nauwkeurig beschreven- wijst duidelijk op een hartfalen. Een lekkende hartklep, bijvoorbeeld. Volgens de dokter die ik heb geraadpleegd, zou het voortdurend aftakelen en slechter functioneren perfect het gevolg kunnen geweest zijn van een lekkende hartklep.

Feit is dat Alice Nahon tijdens haar leven nooit voor een hartstoornis werd behandeld. Er werden alleen maar verkeerde diagnoses gesteld. Ze is op haar zeventiende ziek geworden. In 1914 was dat. Ze werkte toen in een ziekenhuis. De mythe wil ons doen geloven dat ze een chronische ziekte opliep toen ze de eerste oorlogsslachtoffers verzorgde. Dat is pertinent onwaar.

Dokters dachten dat ze 'de tering' had: tuberculose. Daar is ze jarenlang voor behandeld geweest in verschillende sanatoria. Tot grote opluchting van vader Nahon trouwens, die al een groot gezin te onderhouden had en Alice liever kwijt dan rijk was. Hij vond het niet erg dat Alice door het toenmalige OCMW werd verzorgd.

In het sanatorium begon Alice Nahon na een tijd te merken dat ze weinig of niks gemeen had met de zieke en stervende mensen rondom haar. Langzaam begon ze in te zien dat ze wellicht geen tuberculose had. Haar mening werd bevestigd door een Leuvens dokter die een nieuwe diagnose stelde: chronische bronchitis. De Zwitserse lucht zou haar goeddoen. Ze trok naar Luzern. Daaraan is een leuke en betekenisvolle anekdote verbonden. Toen ze haar intrek nam in een pension waar nonnen toezicht hielden, schreef Nahon dat ze bij het vertrek uit het sanatorium in Tessenderlo nochtans "eeuwige haat gezworen had aan die gestijfselde mummies". Om nog maar eens even aan te tonen dat ze niet zo voorbeeldig katholiek was als ze werd afgeschilderd.

De Zwitserse dokter die de chronische bronchitis bevestigde en ook nog beginnende astma vaststelde, stuurde Nahon verder naar de Italiaanse Rivièra. Naar Nervi, waar een microklimaat heerst en het in de winter tien graden warmer kan zijn dan in de onmiddellijke omgeving. Het was er prachtig en warm en alle bloemen stonden in bloei als Nahon arriveerde in Nervi. Maar ze kon er haar draai niet vinden. Er waren weliswaar veel mooie mannen die belangstelling voor haar hadden. Ze hadden, zo schreef ze, "echte seducteurs oogen, als duiveneieren in 't zwart, die u bekijken als een langverwachte prooi". Maar geen van de mannen kon Nahons interesse vasthouden. En bovendien had ze een hekel aan het plaatselijke eten: "Ze zouden het bij ons nog niet aan den hond geven! Gekookte macaronie, zonder zout of suiker. En dat eten ze op zilveren schoteltjes, bijkanst dat het rijstpap uit den hemel was."

Ze verlaat Italië al snel om door Frankrijk te trekken en naar Luxemburg en Amsterdam te reizen.

Ze reisde helemaal alleen?

Ja, Alice Nahon was een erg zelfstandige vrouw. Ze had weliswaar veel aandacht nodig en kon verteerd worden door eenzaamheid en verdriet. Maar ze was wel erg vrijgevochten. Ze leidde haar eigen leven. Niemand moest haar vertellen wat ze moest doen. Ze was ook niet bang. Vergeet niet dat we het over de jaren 20 hebben: in die tijd op je eentje -als vrouw- door Europa trekken, was toen nog een stuk avontuurlijker dan nu.

Maar het zou ook weer fout zijn het zwervende bestaan dat ze leidde alleen maar toe te schrijven aan een grote zin voor avontuur. Ze reisde ook wel een beetje tegen wil en dank, hoor. Thuis was ze niet welkom, zodat ze om de haverklap wel op zoek moest naar een andere verblijfplaats. Ze leefde van het OCMW, had geen geld om te huren of te kopen en dus logeerde ze voortdurend bij vrienden en kennissen. Ze werd dat leventje beu; ze wilde een eigen huis en een job.

Was Alice Nahon ongelukkig in de liefde?

Vermoedelijk wel. Heel veel mannen probeerden bij haar in de gunst te komen. Ze genoot van die belangstelling en had ook veel korte relaties. Maar of dat haar gelukkig maakte, is de vraag.

Ik zal het anders zeggen: de tientallen mannen die ze kon hebben, wilde ze niet. En de ene die ze wilde, kon ze niet krijgen.

Wie was die ene?

Jef Leynen, een wijnhandelaar en dichter uit Hasselt. De man was buitengewoon verlegen, onzeker en schuchter. Alice Nahon was stapelverliefd op hem. Dat liet ze ook duidelijk merken. In 1927 schreef ze dat ze liever bij hem was dan bij welke andere man dan ook en ze deed hem zelfs een schriftelijk huwelijksaanzoek. Maar hoe meer Alice Nahon aandrong, hoe schuchtiger Leynen werd. Eén enkele keer kende Nahon toch succes. Na een gezamenlijk bezoek aan de opera goot Nahon zichzelf en Leynen vol drank en doken ze beiden een passionele nacht in. De pret was van korte duur, want na die ene nacht sloot Jef Leynen -vermoedelijk door zondebesef getormenteerd- zich compleet af voor Nahon. Hij verbrak de relatie en ging zelfs op de loop als hij wist dat zijn aanbidster in de buurt was. Nahon en Leynen hebben mekaar nooit meer gezien. Met Jef Leynen liep het trouwens slecht af. Hij raakte aan lagerwal, stortte zich volledig in de drank en overleed in 1936, op 56-jarige leeftijd.

In je boek beweer je ook dat Alice Nahon zwanger geweest is.

Ik kan dat niet bewijzen, maar ik ben er zeker van. In 1931 werd Nahon opgenomen in de Eeuwfeestkliniek. Dat alleen al roept vragen op. Ten eerste had Nahon zich tot dan toe altijd laten behandelen in het Stuyvenbergziekenhuis en week ze dus plots van die gewoonte af. Ten tweede had Nahon niet genoeg geld om de Eeuwfeestkliniek, wat toen een ultramodern privéziekenhuis was, te betalen. Ten derde loste de anders zo openhartige Nahon geen woord over de ingreep die ze in het ziekenhuis onderging. Ten vierde weten we ondertussen dat Nahon losbandig had geleefd en seksueel actief was, in een tijd dat voorbehoedsmiddelen nog onbetrouwbaar waren én zeker niet altijd en overal beschikbaar. Daarbij komt nog dat ze nadien bekende: "Ik kan na de operatie niet meer reageren als vroeger. Niet meer sterk zijn en volhouden. Ik zou bij ieder woord in tranen uitbarsten, maar omdat ik niet durf uit ik mijn verdriet in heftigheid." Ze schrijft ook nog een gedicht over een 'ongeboren kind', waarin ze zegt dat de 'blijde verwachting haar niet heeft vermooid' en dat 'het kind haar nooit zal toebehoren'.

Tel al die feiten bij mekaar op en je kan niet anders dan besluiten dat er een zwangerschap is geweest. Heeft ze abortus gepleegd? Is er een adoptie geweest? Heeft ze een miskraam gehad? Dat zullen we nooit weten.

Laten we het tot slot nog even hebben over de kwaliteit van haar werk. Generatiegenoot Paul Van Ostaijen was vernietigend in zijn kritiek.

Voor hem was het allemaal maar wat simpel, naïef, sentimenteel gerijm. En hoewel hij gedeeltelijk gelijk heeft, klinkt er ook wat jaloezie in zijn kritiek. Hij maakte zich bijvoorbeeld bijzonder boos toen hij dacht dat Alice Nahon de Staatsprijs voor Poëzie had gekregen. Hj vergiste zich: ze kreeg die nooit. Maar het leert ons wel iets over de motivatie van Van Ostaijen: hij vond dat die staatsprijs naar hem moest gaan. Je moet ook weten dat Van Ostaijen écht tuberculose had en er nooit mee te koop liep, terwijl Nahon het niet had en zij wél altijd als de zielige, zieke dichteres werd beschouwd. Ook dat stoorde Van Ostaijen mateloos. Van Ostaijen uitte veel kritiek op het werk van Nahon, deels terecht overigens, maar die kritiek werd wel gevoed door persoonlijke argumenten.

Paul Van Ostaijen stond bijna alleen met zijn kritiek. Ook Martinus Nijhoff had het niet begrepen op Alice Nahons werk. Maar daarmee heb ik de belangrijkste twee tegenstanders wel genoemd. Andere grote schrijvers waren wel enthousiast: Marnix Gijsen, Gerard Walschap, Herman Teirlinck, Felix Timmermans, ...

Met de kritiek van Van Ostaijen werd aanvankelijk zelfs niet veel rekening gehouden. Pas twintig jaar na haar dood, toen er een nieuwe, modernere opvatting over poëzie heerste, ging men zich beroepen op de kritiek die van Ostaijen dertig jaar voordien had geuit. Poëzie mocht plots niet meer eenvoudig en toegankelijk zijn. En simpele versjes over vriendschap, verdriet en verlangen zoals Nahon die tijdens haar korte leven had geschreven, werden ineens bestempeld als kitsch. Die opvatting leeft trouwens nog altijd.

Wat is jouw persoonlijke mening over Alice Nahons poëzie?

Ik denk dat de waarheid in het midden ligt. Van Ostaijen had zeker gelijk toen hij zei dat de poëzie van Nahon diepgang miste. Anderzijds moet je toch wel zeggen dat ze, zij het in dat simpele genre, ongelooflijk veel mensen heeft weten te beroeren. Je kan voor of tegen het werk van Alice Nahon zijn, maar ze was een meesteres in het genre. Alleen van Guido Gezelle zijn in België nóg meer gedichtenbundels verkocht dan van Nahon. Dat wil wat zeggen. Ze heeft haar plaats in onze literaire geschiedenis zeker verdiend. Dat we er ondertussen achter gekomen zijn dat haar gedichten de tand des tijds niet hebben doorstaan, staat daar los van.

'Ik heb de liefde liefgehad' van Manu van der Aa, werd uitgegeven bij Lannoo. Het boek is rijkelijk geïllustreerd met tientallen foto's, waarvan vele nooit eerder gepubliceerd werden.

Voor info: surf naar www.lannoo.com of ga naar de betere boekhandel.

 

Tekst: Roel Sels | Foto: Bart Van der Moeren

 

 

 

Share/Save/Bookmark

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Het nieuwste nummer

De oudere nummers vind je in ons archief.
 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009