Turnhout: Grote Markt wordt speeltuin van archeologen

Zo’n drie maanden lang wordt de Turnhoutse Grote Markt het speelterrein van archeologen. De schatzoekers maken dankbaar gebruik van grote vernieuwingswerken aan het marktplein om in de ondergrond te speuren naar allerlei eeuwenoude voorwerpen. “Een schat denken we niet te vinden”, beweert Jan De Vocht, projectcoördinator van ‘Turnhout Graaft’. “Maar je weet maar nooit”.

 De vernieuwing van de Grote Markt is in feite de vroege start van Turnhout 2012. In dat jubeljaar wordt de binkenstad niet alleen 800 jaar oud, maar mag ze ook de trotse titel dragen van ‘Cultuurstad van Vlaanderen’. Turnhout wil voor die gelegenheid zijn beste pak aantrekken. Een renovatie van het nu chaotische marktplein, eigenlijk niet meer dan een parking, drong zich dan ook op. En zoals dat bijna standaard gebeurt bij grote infrastructuurwerken, mogen eerst archeologen hun ding doen. Van 22 februari tot 10 juni gaan ze in de bodem van de Grote Markt zoeken naar sporen van vroegere activiteiten en bewoning.

Jan De Vocht: “Het is de eerste keer dat de Grote Markt van Turnhout op deze wijze archeologisch onderzocht wordt. De archeologen hebben vooraf de plannen van de aannemer grondig bestudeerd en een gebied afgebakend dat ze willen onderzoeken. Want niet overal wordt het plein even diep uitgegraven. Grotendeels wordt maar een laag van 50 cm grond weggehaald. Maar op sommige plaatsen, waar de aannemer vergaarbekkens voor regenwater gaat plaatsen, wordt dieper, soms tot vijf meter diep, gegraven. Die plaatsen zijn voor de archeologen interessanter. We weten dat de Markt in het verleden al tweemaal is opgehoogd met zand dat aangevoerd werd van elders. Dat maakt die bovenste grondlaag minder origineel en dus minder interessant. De kans dat je in diepere grondlagen iets waardevols en ouds terugvindt, is groter.

Veronderstel dat de archeologen effectief een belangrijke ontdekking doen. Worden de werken dan uitgesteld?

“Dat is natuurlijk steeds een heikel punt bij opgravingen. Als de archeologen dan voet bij stuk houden, kunnen ze in principe de werken laten uitstellen. Maar het is natuurlijk niet evident om die werken zo maar even voor twee jaar stil te leggen. Ik denk ook niet dat dit zal gebeuren. De archeologen weten vrij goed wat ze op deze site zullen aantreffen. Zo verwachten ze geen Romeinse aanwezigheid in dit gebied. Ook tijdens de opgravingen in de nabijgelegen sites van Brepols en de Warande zijn die niet teruggevonden.

Wat verwachten ze dan wel te vinden?

Veel scherven allicht, maar vooral voorwerpen uit de twaalfde, dertiende en veertiende eeuw. In die periode werd de Markt ook al als marktplein gebruikt. Er stonden ook een aantal verdwenen gebouwen en huizen, zoals het oude stadhuis en het historische pand het ‘Steentje’ dat dateert uit 1600. De fundamenten daarvan zullen blootgelegd worden. Verder kennen we ook de ligging van een aantal ‘pensenpoelen’: dat zijn gemetste putten waarin destijds slachtafval werd gestort. In die putten wordt ook wel eens iets anders teruggevonden, zoals een gebit. (lacht)

U verwacht blijkbaar geen spectaculaire vondsten?

Dat is bij opgravingen nooit te voorspellen. Maar het zijn niet de opgravingen van de grote schat. We verwachten niet dat er een oud galjoen zal worden blootgelegd. Maar in de buurt is wel ooit een muntenschat opgegraven. In Beerse werden twee jaar geleden knappe vondsten gedaan van paalwoningen en sieraden uit het bronstijdperk. Je weet nooit wat je gaat vinden.  Dat is wat de archeologie ook zo boeiend maakt. Het zou ons verbazen, maar het mag.

Leuk is dat alles wat de archeologen vinden de volgende dag wordt tentoongesteld in het stadhuis.

Niet onmiddellijk de dag nadien. Je moet de archeologen ook de kans geven om de voorwerpen te behandelen, te onderzoeken en te beschrijven. Dat werk, de zogenaamde vondstverwerking, neemt toch een paar dagen in beslag. Maar nadien komen die voorwerpen inderdaad op de tentoonstelling terecht. De expo wordt voortdurend aangevuld met nieuwe vondsten zodat ze pas op het einde volledig af zal zijn.

U nodigt de Turnhoutenaar ook uit om mee te komen graven.

Er zijn inderdaad vrijwilligersdagen, van 6 tot 9 april. Mensen kunnen dan mee komen werken. Ze krijgen dan ook een aantal concrete opdrachten mee. We willen hun hiermee vooral een idee geven hoe zo’n opgraving in zijn werk gaat. Ze komen wel op het laatst op het terrein zodat ze geen schade kunnen toebrengen.

Praktisch

  • De tentoonstelling ‘Het gat in de markt’ belicht de betekenis van de Grote Markt voor de ontwikkeling van Turnhout als stad en geeft meer uitleg over hoe archeologen omgaan met het bodemarchief. De expo loopt van 9 maart tot 25 juli in het Turnhoutse Stadhuis/Erfgoedhuis, Grote Markt 1. Open van dinsdag tot vrijdag (14-17u) en op zaterdag en zondag (11-17u). De toegang is gratis. Ook eerdere opgravingen in de Turnhoutse regio komen aan bod.
  • De archeologische site zelf kan worden bezocht tijdens ‘opensleufdagen’ of bij de geleide wandelingen o.l.v. de Turnhoutse Stadsgidsen.
  • Nieuwsgierigen kunnen toekijken vanuit het overdekte kijkpunt op de Grote Markt.

Link

 

Share/Save/Bookmark

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Print je mail !

 Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.

Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

Het nieuwste nummer

 
De oudere nummers vind je in ons archief.
 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009