Marc Mijlemans (1958-1987)

Marc Mijlemans overleed op 27 januari 1987; een aantal dagen later werd zijn kist neergelaten in de grond van het kerkhof van zijn dorp Sint-Jozef-Olen. Die dag lag hij eindelijk weer naast zijn zo geliefde vrouw Chris, de ‘C’. uit zijn befaamde tv-columns ‘Mijl op Zeven’ in Humo.

Er zijn graven en graven. Graven van veel te vroeg gestorvenen, graven van onbekende soldaten, graven van families en kindergraven... Er zijn praalgraven en massagraven. Graven van moordenaars en graven van helden. Op elke mens past wel een graf. Op Kempense kerkhoven liggen her en der graven waarvan de bewoners een seconde langer aan de onvermijdelijke vergetelheid ontsnappen. Het zijn de graven van jonge voetbalsterren, van schrijvers die nog zoveel beloofden, van werkmanshelden. Het Père-Lachaise van de Campine.

Marc Mijlemans was nog maar 29 jaar toen hij stierf, maar al een veelgelezen en invloedrijk journalist. Nog steeds laat Guy Mortier elk jaar op zijn sterfdag bloemen neerzetten op zijn graf. En nu nog, zoveel jaren later, breekt Mortiers stem als hij over zijn streekgenoot spreekt. “Zolang ik aan Humo verbonden blijf, zal ik de wereld aan hem doen herinneren”. Mijlemans was zijn poulain, zijn grootste ontdekking ooit.

Vaak moest de rockjournalist Marc Mijlemans over diepe oceanen en hoge bergen naar verre steden reizen om aan ‘grote namen’ zinloze levensvragen te stellen. Via MM leerde Vlaanderen The Smiths kennen en zelf ontdekte hij in zijn eentje The Triffids: twee groepen die van weltschmerz een vorm van geluk hadden gemaakt.  Ook de teksten van Mijlemans baadden in melancholie en brachten soelaas voor de vermaledijde weemoedigheid die ‘s avonds komt en die niemand kan verklaren.

Voor Marc Mijlemans was Olen als een te traag stervend nijlpaard. ‘Het lamme dorpje O’ zoals hij het steevast noemde. Toch bleef hij schrijven over het dorp. Zijn schrijfsels waren zo doorweekt van tristesse dat het dorp een al even grote desolaatheid over zich kreeg als een negorij ergens aan de oevers van de Rio Grande. Het gevoel ‘het is overal Olen’ maakte voor zijn grote schare soulmates het opgroeien in de Kempen minder rusteloos. Ze bleven zich de negers van de wereld voelen, maar Mijlemans bezorgde hen wel de trots van de zwarten. Hij opende zijn slaapkamerraam en liet Marvin Gay door de straten galmen. Al stelde Mijlemans iedere week meedogenloos de diagnose, zijn geschriften waren troostende palliatieve zorgen. “Het is een streek waarmee niemand die er opgegroeid is de banden geheel kan verbreken, maar dat gevoel is meer een slepende ziekte dan een trotse vorm van heimwee.”

Toen plots zijn C. overleed, liet ze hem een leven na waarmee hij geen blijf meer wist. Hij teerde letterlijk weg van verdriet. C. werd voor hem wat Laura was voor Petrarca of Eleonore voor Jef Geeraerts: zijn sirene. “Wat doet men als men zijn vrouw verliest? Ik ga in gedachten de boeken na. Wat zegt de schrijver? Wat zeggen de databanken in mijn hoofd?  Niets. Ze zeggen niets (uit het kortverhaal ‘Het Enge bos’)”. Waar was Morrissey toen hij hem het meest nodig had? 

“Eerst lag er alleen het vrouwtje,” zo schreef Walter van den Broeck over Mijlemans. “Sinds begin dit jaar is haar man zich bij  haar komen voegen. Marc Mijlemans. Ik heb hem slechts één keer gesproken. Voor het weekblad Humo kwam hij ons Eliane interviewen. Hij was pas begonnen zijn kwetsbaarheid te vertalen in een jong, eigentijds proza dat uit al zijn lettergrepen weemoed ademt voor wat nog komen moet. Het is geen proza dat als een bulldozer op je afkomt.  Integendeel, het maakt zich smal als iemand die uit vrees afgeblaft te zullen worden niet anders dan met opgetrokken schouders op straat durft te komen. Proza als  het lamme dorpje Olen zelf, waar het neerstrijken van een mus de belangrijkste gebeurtenis van de dag lijkt, maar waar intussen achter geveltjes bang wordt gewacht op een OCMW-portie leven.”

Zou het een troost voor Marc Mijlemans zijn dat hij niet alleen naast zijn vrouw ligt, maar dat een paar rijen van hem vandaan Jimmi Hendrickx ligt, iemands zoontje van amper 7 jaar?

tekst: Stijn Janssen | foto: Bart Van der Moeren

 

Share/Save/Bookmark

Print je mail !

 Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.

Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

Het nieuwste nummer

 
De oudere nummers vind je in ons archief.
 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009