Gustaaf Beckers (1924-1978): De Wankel van Groot-Vorst

Gustaaf 'Staf' Beckers, machinebouwer uit Groot-Vorst: al 32 jaar ligt hij begraven onder de bescheiden schaduw van de kerktoren van zijn Kempens dorp. Net zo goed had hij een praalgraf kunnen hebben in een industriële grootstad in de USA. Net zo goed als zijn collega-uitvinders Leo Baekeland en Ernest Solvay had hij kandidaat kunnen zijn voor de titel van 'Grootste Belg'. En allicht had deze eenvoudige garagehouder meer recht op een wereldwijd bekend eponiem dan de Duitser Felix Wankel. Want mocht de geschiedenis rechtvaardig zijn, dan spraken we nu van de 'Beckersmotor' en niet van de 'Wankelmotor'.

Er zijn graven en graven. Graven van veel te vroeg gestorvenen, graven van onbekende soldaten, graven van families en kindergraven... Er zijn praalgraven en massagraven. Graven van moordenaars en graven van helden. Op elke mens past wel een graf. Op Kempense kerkhoven liggen her en der graven waarvan de bewoners een seconde langer aan de onvermijdelijke vergetelheid ontsnappen. Het zijn de graven van jonge voetbalsterren, van schrijvers die nog zoveel beloofden, van werkmanshelden. Het Père-Lachaise van de Campine.

 

Zes jaar lang had Staf Beckers aan zijn motor geknutseld, duizenden schetsen gemaakt, honderden keren verbeteringen aangebracht. Zijn zoektocht eindigde op die gedenkwaardige dag in december 1956. Die ochtend goot Staf benzine in de vergaarbak, zette de vergasser en compressor aan, schakelde de stroom in voor de vonkenregen en met een hels kabaal sloeg de motor aan. Het ding bleef acht minuten draaien. Acht minuten teringherrie. Maar voor Staf speelde de motor zijn 'Beckerssymfonie' Hij had die dag de ontploffingsmotor uitgevonden en schreef er 'industriële geschiedenis' mee. Het was een mijlpaal met dezelfde impact van de eerste motor van Rudolf Diesel die in 1894 welgeteld maar een minuut bleef draaien. "Revolutionair: zelfs een leek in de automechaniek zou dat schokkende woord in de mond moeten nemen", zo schreef Het Nieuwsblad op zijn voorpagina. Het tijdschrift De Post deelde in die euforie: "Het gebeurt niet elke dag, niet elke maand, niet elk jaar dat men over iets geheel nieuws kan spreken in verband met de bouw van zelfbewegende voertuigen"

Elke uitvinder die zijn 'prooi' ruikt, wordt zelf een opgejaagd dier. Achtervolgd door het idee dat er geheid ergens op de aardkloot nog een zonderling rondloopt die zich in een slecht verwarmd werkhuis opsluit om als eerste zijn uitvinding aan de wereld te tonen. Ook Felix Wankel, een Zuid-Duitser die in Lindau een boekhandel uitbaatte, prutste in zijn vrije uren aan een motor, vrijwel krek dezelfde als die van Staf Beckers. De Duitser zou pas drie jaar na het gelukte experiment in de garage van Staf Beckers een patent nemen op zijn uitvinding. Toch ging hij, de tweede in de pikorde, de geschiedenis in als de uitvinder van de wankelmotor. De vermaledijde oorzaak hiervoor was 100.000 frank, het bedrag dat Beckers in 1956 niet had om zijn uitvinding wereldwijd te patenteren. Hierdoor miste de kleine man uit Groot-Vorst zijn ontmoeting met de geschiedenis. "Ons land ontliep de kans om de leiding te nemen in de autonijverheid'', zo blokte een krantenkop. Terecht, want niet Beckers maar Wankel zou naar Amerika gehaald worden om er vliegtuigen te laten opstijgen met zijn wondermotor. Het 'geval Beckers' zorgde voor een Belgische kater. In het parlement pleitte een Oostendse volksvertegenwoordiger vurig voor meer financiële steun voor uitvinders die er echt toe deden.

Maar tussen droom en eeuwige roem stond ook Staf zelf in de weg. Toen autoconstructeurs uit Amerika hem een aanbod deden om in ruil voor kost en inwoon en een lucratief loon in de States zijn motor te perfectioneren, weigerde hij. Koppig als hij was, wilde hij zelf de constructie van zijn motor aanvangen. En ergo: de zwijgzame garagist was niet uit zijn geboortegrond te trekken, zelfs niet met de 18 paardenkracht die zijn motor voortbracht. Staf speelde tuba bij de fanfare van Groot-Vorst. Hij kon godbetert zijn vrienden niet missen. En ook zijn hond Spit niet, genoemd naar het jachtvliegtuig Spitfire waaraan hij in de legerkazerne van Kleine Brogel werkte.

Staf Beckers kreeg later van de geschiedenis nog een herkansing. Bobbejaan Schoepen deed hem het voorstel om de grasmobiel, een voertuig dat op gras reed, uit het legendarische Jommekesalbum 'in het echt' te bouwen. Maar ook dat werd niets. Weer werd hij verslagen, en dan nog wel door een stripfiguur: professor Gobelijn. Op Beckers' uitvinderspalmares staan nog wel patenten voor een 'flessenopener' en 'een eeuwige magneet'.

Slechts 54 jaar was hij toen een hartstilstand hem trof.

 

Het zijn nogal veel kortjes. Zo veel dat ik er voorlopig bijna geen foto's bij gezocht heb omdat ik denk dat het er zo al maar amper in kan.

Als je toch foto's nodig hebt, laat maar weten. Dan zoek ik wel wat.

 

Share/Save/Bookmark

Print je mail !

 Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.

Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

Het nieuwste nummer

 
De oudere nummers vind je in ons archief.
 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009