Josee Anthoni (1922-2000)
RETIE - Ze stond nooit stil. Geen seconde had ze tijd. Haar leven lang was ze dag en nacht in de weer met stoffen, naalden, speldenkussens en meetlinten. Daarom heeft ze er nooit bij stilgestaan dat ze meer betekend heeft voor de ontvoogding van de Kempense vrouw dan enige emancipatiewet of keukenmachine dat ooit heeft gedaan. Want wat maakt een vrouw tot vrouw? Niet haar kinderen, niet haar wasmachine, niet haar stem in een hokje, maar wel haar kleren. Geeft een vrouw het mooi opmaken op, dan geeft ze de liefde op; dan is voor haar het leven op. Ga maar langs in de rustoorden: in deze wachtkamers van de dood vind je geen dames meer.
Er zijn graven en graven. Graven van veel te vroeg gestorvenen, graven van onbekende soldaten, graven van families en kindergraven... Er zijn praalgraven en massagraven. Graven van moordenaars en graven van helden. Op elke mens past wel een graf. Op Kempense kerkhoven liggen her en der graven waarvan de bewoners een seconde langer aan de onvermijdelijke vergetelheid ontsnappen. Het zijn de graven van jonge voetbalsterren, van schrijvers die nog zoveel beloofden, van werkmanshelden. Het Père-Lachaise van de Campine.
de echte prinses van Retie
Vrouwen kleden, dat heeft ze zestig jaar lang gedaan: Josee Anthoni uit Retie. Niet alleen met harde katoenen rokken of blauwe voorschoten, maar met haute couture, ontworpen door de belangrijkste modeontwerpers. Ze kocht persoonlijk de nieuwe collecties aan in Parijs en Brussel en liet ze afleveren in haar eigen modezaak: ‘Mode Josee’ op de Markt in Retie. Hier mochten de Kempense huisvrouwen ze komen aanpassen. Vóór een bezoek aan haar zaak namen ze een bad en staken ze hun haar op. Hadden de vrouwen geen wagen, dan werden ze thuis op hun erf opgehaald door de voiture van haar man Louis Schellekens, lang de enige autobezitter in Retie. Comme des vraies Parisiennes avec chauffeur.
Ze was een kind van de Retiese beau monde. Destijds volstond het om voor het schoolbord te staan opdat boeren hun pet voor u afnamen. Haar vader was onderwijzer en officier in de Tweede Wereldoorlog. In Normandië had hij een Française leren kennen. Ze baatte een hotel uit waar de Parijse chichi-madammen flaneerden. Josée zou er als kind elke vakantie de bedden gaan opmaken en de spiegels opblinken. Daar leerde ze de wereld van la petite bourgeoisie kennen. Frans sprak ze al perfect. Ze leerde het op het pensionaat in Hoegaarden waar ze jaren schoolliep en ingewijd werd in de technieken van naaien en verstellen. Telkens vier maanden weg van huis. Retie was dat vreemde dorp waar ze een andere taal spraken.
In de Molse Corbiestraat zou ze later hoeden leren maken en werd ze officieel ‘modiste’. Haar eerste collectie verkocht ze in haar eerste winkeltje op de Retiese markt. In twee dagen was ze uitverkocht. Josee wist dat ze een goudader had aangeboord. Al snel vulde haar zaak zich met pret-à-porter en kledij vervaardigd uit de meest verfijnde stoffen, bestemd voor vaak erg ruwe vrouwen. Maar haar faam reikte tot bij de vaste klanten van de boutiques van de Antwerpse Leopold- en Huidevettersstraat.
Elke maand reed ze tweemaal naar Parijs. Ze sloot op zondagmiddag haar zaak en kwam nog dezelfde nacht terug thuis. Haar auto liet ze staan in een voorstad. Daar nam ze de metro. In Parijs was ze meer thuis dan in Turnhout. Hier was ze vaste klant in een ‘bar-tabac’ waar ze ‘un petit café et une baguette fromage’ nuttigde. Daarna bezocht ze de meest befaamde modehuizen en kocht ze collecties aan van Ted Lapidus, Jeanne Lavin en Pierre Cardin. Ze wervelde door de ateliers aan de Rue du Faubourg. Ze had zelf zoveel flair te koop. En ook geen tijd te verliezen. Betalen deed ze cash: uit haar handtas diepte ze een geldbeugel op waarin honderden briefjes van duizend frank zaten. Als ze die ergens vergat, werd de portefeuille later helemaal vanuit Parijs terug naar Retie gebracht.
Nooit stond ze stil, altijd stond ze recht. Om te eten en om te naaien. Elke dag van de week, tot één uur ’s nachts, was ze in de weer met het lengen of verkorten van klederen. Tot haar knieën letterlijk kraakten. Ze bezocht de befaamde sportdokter Martens. Voor het eerst nam een man haar maten; die van haar knieën. En voor het eerst verving dokter Martens in zijn carrière knieën van been door exemplaren uit een kunststof. Elk jaar viel er een brief in haar bus waarmee hij haar uitnodigde om de knieën te laten onderzoeken op mogelijke slijtage opdat hij zijn prothesen verder kon verfijnen. Toen ook haar heupen en ellebogen het begaven, was ze zelf compleet op. Een van haar zonen bleef nog een paar jaren bij haar inwonen. Slechts een paar maanden zou ze nog verblijven in het bejaardentehuis. Maar wat had deze vrouw van de wereld te zoeken in een plaats waar vrouwen het opgeven om dames te zijn?
Josee Anthoni ligt begraven op het kerkhof van Retie.
tekst: Stijn Janssen | foto: Bart Van der Moeren
Print je mail !
Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.
Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

