Jos Peeters (1917-2005) en Maria Govers (1914-2003)

GIERLE - Je hebt in deze nederige contreien geen welluidende naam nodig om in een branche een imperium uit te bouwen: Peeters en Janssen(s), de meest modale namen, volstaan. Zo deden Staf Janssens en Paul Janssen het met respectievelijk ijspralines en pillen. Jos Peeters en Maria Govers uit Gierle deden het met een rijdende winkelwagen volgestouwd met groenten en fruit.

Er zijn graven en graven. Graven van veel te vroeg gestorvenen, graven van onbekende soldaten, graven van families en kindergraven... Er zijn praalgraven en massagraven. Graven van moordenaars en graven van helden. Op elke mens past wel een graf. Op Kempense kerkhoven liggen her en der graven waarvan de bewoners een seconde langer aan de onvermijdelijke vergetelheid ontsnappen. Het zijn de graven van jonge voetbalsterren, van schrijvers die nog zoveel beloofden, van werkmanshelden. Het Père-Lachaise van de Campine.

Peeters-Govers

Vlak na de Eerste Wereldoorlog voorzien Louis Peeters en Hortence Proost het dorp van de meest noodzakelijke levensmidden. Hortence baat een kruidenierszaak uit in een winkeltje dat eigendom was van Brouwerij Julien Mulders. Louis rijdt met een stootkar door Antwerpen om aan de gegoede burgerij boter en eieren te leveren. Het einde van de oorlog betekent vreemd genoeg ook het einde van zijn ronde. De uitgehongerde stedelingen spuwen de vette boeren uit. “Wie we hier hebben … dat boerke van de Kempen. Al die jaren wist ge ons niet wonen. Je hebt ons laten verhongeren”*.
Het zal maar tien jaar duren, midden jaren vijftig, voor Jos Peeters de draad die zijn nonkel Louis had laten vallen, weer opneemt. Deze fruit- en groentekweker heeft ogen in zijn kop. Jos merkt dat de huisvrouwen hun dagelijkse boodschappen bij gebrek aan een auto met de fiets doen. Van op zijn erf ziet hij ze van ver komen aanrijden. Geladen als muilezels, zwalpend als dronkaard, met aan weerskanten van hun stuur twee overvolle manden. Het brengt Jos op een schitterend idee. De volgende dagen laadt hijzelf zijn bakkersfiets vol met groenten en fruit van eigen kweek en rijdt ermee langs de huizen van Gierle. Zijn rijdende commerce slaat onmiddellijk aan. Na verloop van tijd weten de vrouwen precies wanneer Jos langskomt. Nog snel vegen ze hun handen droog aan hun blauwe voorschoot, halen een kam door hun haar en staan dan in de rij om bij hem hun inkopen te doen.
Het idee van Jos is zo nieuw dat de dienaars van de Belgische Staat er geen blijf mee weten. “Is Peeters Jozef, woonachtig in Gierle, nu een leurder of een marktkramer, een leverancier of een winkelier?”Het zal een immense berg paperassen naar Brussel duren alvorens de Regie der Belastingen heeft uitgemaakt welk beroep hij uitoefent. Nochtans had Jos bij zijn neef René kunnen gaan aankloppen. Rene Peeters zat in die jaren voor de katholieken in het parlement in Brussel. Maar Peeters en steden: dat boterde niet meer. Jos regelde zijn zaken wel in zijn eentje. Ondertussen was hij al meer zakenman dan boer geworden: bakkersfietsen werden Renaults, Renaults werden Mercedessen. Dan doet hij de aankoop van zijn leven: een lading tweedehandsautobussen in Wallonië. De vehikels worden in een opvallende rood-gele kleur geschilderd en ingericht als rijdende supermarken. Zijn verkopers stuurt hij op pad in gans de Kempen. Peeters-Govers wordt vanaf dan een Kempens imperium. Niet enkel groenten en fruit, maar 1001 artikelen krijgen elk hun plaatsje toegewezen in de rekken langs beide kanten van de smalle doorgang van de bussen. Alleen al voor de inventieve inrichting, waardoor tijdens het daveren op de kasseiwegen zelfs geen ei breekt, verdient PG een vermelding in de ‘Geschiedenis van de Belgische Plantrekkerij’.
En wie is dan Maria Govers? Jos huwde met Marie in ’42 en wist verduiveld goed waarom. Het was niet om haar mooie ogen dat hij haar familienaam mee opnam in de naam van het bedrijf. Marie was dag in dag uit de sterke vrouw achter Jos. Terwijl voor de buitenwereld Jos het bedrijf leidde, wist heel het dorp dat Marie de echte zaken achter de schermen regelde. Jos was de goedheid zelve, Marie de harde tante. Als haar man weer eens een beslissing te lang uitstelde, trok Marie met forste tred naar den bureau en hakte daar de knopen door. ‘Zo gaan we het doen, Jos’. En zo gebeurde het ook, en niet anders.
Het moderne Gierle is gebouwd op de fundamenten van Peeters-Govers. Nog immer telt elke familie uit het dorp iemand die zijn brood verdient bij PG. Gierle is Peeters-Govers en Peeters-Govers is Gierle. Dat werd pas echt duidelijk toen het dorp Jos Peeters op 25 augustus 2005 ten grave droeg. Het ganse traject dat de lijkwagen aandeed, van zijn villa tot aan de kerk, was zijn eigendom.
Op het kerkhof van Gierle liggen ze weer samen onder een bescheiden zerk: Jos Peeters en Maria Govers, onafscheidelijk als Peeters-Govers.

*Uit ‘De Bloemen’ van Koen Peeters. 

tekst: Stijn Janssen | foto: Bart Van der Moeren

Share/Save/Bookmark

Print je mail !

 Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.

Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

Het nieuwste nummer

 
De oudere nummers vind je in ons archief.
 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009