Edith Wouters van het Kempens architectuurcentrum Ar-Tur

altTURNHOUT - Ar-Tur is een Kempens architectuurcentrum dat zich bekommert om het uitzicht van de Kempen. Die bekommernis is echt wel nodig. In onze rebelse jaren namen we tijdens onze zwerftochten in deze contreien telkens een flink pak explosieven mee in onze binnenzak. Elke fermette, haciënda, betonnen bunker, neopastoriewoning, pergola met Griekse zuilen werd tot puin herleid. Achter ons tekende zich telkens een desolaat, smeulend landschap af. De Kempen mogen dan al niet meer stil zijn, lelijk zijn ze wel gebleven.

Ar-Tur wil een stoorzender zijn en architecten, bouwheren en opdrachtgevers wijzen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Architecte Edith Wouters resideert zelfs een dag in de week in de Warande om het architectuurcentrum verder uit te bouwen. Suiker had met haar een geanimeerd gesprek waarbij ze zowaar enig licht liet schijnen aan de skyline van koterijen, appartementen in Grieks-Romeinse stijl, duiventillen, postcommunistische woonblokken en - oh gruwel -

 

De bekende architect Renaat Braem beweerde ooit dat België het lelijkste land ter wereld is. Als je die redenering bijtreedt dan moet je durven stellen dat de Kempen de lelijkste streek op aarde is.

Edith Wouters: (lacht) Ik weet niet of de Kempen het monopolie op lelijkheid heeft. Braem doelde uiteraard op de koterijen die je hier overal aantreft en waarop de Kempen wel een patent heeft. Maar niet alleen de Kempen, overal in Vlaanderen tref je die aanbouwen en schopjes aan. We blijven wel achter op het vlak van hedendaagse architectuur. Daar willen we als Ar-Tur zeker iets aan doen. We willen niet alleen nadenken over architectuur maar ook effectief een impact hebben op de bouwcultuur. We willen een kenniscentrum zijn dat informatie verstrekt aan overheden en opdrachtgevers. Daarnaast willen we ook invloed uitoefenen op de bouwcultuur.

 

Willen jullie als Ar-Tur ook een zegje hebben over de vormgeving? Om maar iets te noemen: vandaag zie je in mijn dorp overal dezelfde karakterloze appartementsgebouwen oprijzen.

Dan gaat het over het sturen van de stad en de projectontwikkelaars. Dat is vaak een ander paar mouwen. Stedenbouwkundige diensten stellen altijd dat stedenbouw niet tot op het niveau van architectuur gaat. Als Ar-Tur gaan we daar volstrekt niet mee akkoord. We vinden dat je stedenbouw juist wel tot een bepaald niveau van architectuur kunt brengen. Dat kan perfect door aan de architecten de juiste voorschriften en richtlijnen te geven. Als stad kun je toch sturen door andere trajecten uit te stippelen en te kiezen voor hedendaagse architectuur. In steden als Gent en Antwerpen wordt er door de stadsdiensten wel gestuurd: daar worden architectenpools aangelegd voor bepaalde wijken of projecten. Op die manier kun je vermijden dat je overal diezelfde appartementsblokken ziet verschijnen. Ik zelf gruw van die grote projecten waarin alle gebouwen en huizen zijn opgetrokken in ‘historiserende pastoriestijl’. Ik word ziek als ik er rondloop. Het zijn van die gated community’s (gesloten woongemeenschappen, nvdr) waarvan alle in- en uitgangen afgesloten zijn zodat er controle is op wie de wijk in- en uitgaat. Als je er komt, word je er weggekeken. Heel eng. Ze doen denken aan begijnhoven maar dan zonder de charme ervan.

 

Je kunt mee het uitzicht van gemeente of dorp bepalen door welbepaalde goede architecten aan te stellen.

In zekere zin wel. Maar daar moet je voorzichtig in zijn want zo’n selectie wordt op de duur ook heel eng. Het idee van een Vlaamse Bouwmeester of van het Vlaams Architectuurinstituut (VAi) zijn goede ideeën maar je moet een aanbesteding wel open laten, want anders vallen er altijd mensen uit de boot. Er bestaat een dubbel gevaar. Enerzijds zijn er de aanbestedingen waarbij de randvoorwaarden niet goed zijn opgesteld. Anderzijds bestaat het risico op inteelt voor wat betreft het VAi en de Vlaamse Bouwmeester: Vlaanderen is immers klein. Daarom is het goed dat de Bouwmeester per definitie om de vijf jaar verandert.

Ik heb jaren in de redactie gezeten van het ‘Jaarboek Architectuur’ (een uitgave van VAi waarin jaarlijks een staalkaart wordt getoond van het betere werk van Vlaamse architecten, nvdr). Als je uit 300 projecten er 40 moet kiezen, ontdek je wel snel de betere architecten. Door veel architectuur te zien, verwerf je ook wel enige kennis; net zoals iemand die veel boeken leest ook sneller merkt wat een goed boek is.

 

Maar als een klant nu absoluut een villa in Spaanse stijl wil?

Dan is het misschien onze taak hem erop te wijzen dat die stijl hier in de Kempen niet past. Er is natuurlijk zoiets als ‘ik doe op mijn eigendom wat ik wens’. Maar een architect heeft wel degelijk zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid. Er bestaat niet voor niets een orde van architecten met een eigen deontologie. Vroeger kregen architecten veel meer de vrijheid om hun ding te doen. In de jaren vijftig en zestig werden er zelfs educatieve projecten opgezet die mensen ertoe moesten aanzetten om modern te gaan wonen. De toenmalige Boerinnenbond nodigde architecten van de ‘Turnhoutse school’ (in de jaren zestig maakten in het Turnhoutse een aantal architecten - onder meer  Paul Neefs, Lou Jansen, Carli Vanhout en Paul Schellekens - furore met vernieuwende en moderne architectuur.  Zij werden gezamenlijk de Turnhoutse school genoemd, nvdr) uit voor lezingen. Er bestaan daar leuke filmpjes over. Eerst wordt een oud huis getoond waar een huisvrouw zich de ziel uit haar lijf moet werken. Nadien wordt een moderne woning getoond waar een serene kalmte heerst. Op die manier kwamen huisvrouwen die niets van hedendaagse architectuur wisten ook aan een architect. In die tijd stond men meer open voor modern wonen. Nu is die houding omgeslagen.

 

Dat is toch een vreemde vaststelling?

De rol van de architect is overgenomen door allerlei boekjes rond ‘lifestyle’, Knack Weekend en dergelijke. Mensen gaan vandaag af op beelden, vaak voorgekauwd en in scène gezet. Rond architectuurfotografie willen we met Ar-Tur ook wel eens iets doen. Hoe zaken worden gemanipuleerd en voorgelogen. Designmeubels die men voor één foto naar een woning verhuist en ‘s avonds weer terugbrengt naar de winkel. 

 

Maar eerlijk: van die vroegere belangstelling voor moderne architectuur merk je toch niet veel als je vandaag door de Kempen loopt.

Ik moet toegeven: mensen die op de ‘Turnhoutse school’ een beroep konden doen, behoorden vaak wel tot de meer bemiddelde burgerij. Het gaat inderdaad vaak om dokterswoningen en huizen voor werknemers van bijvoorbeeld Janssen Pharmaceutica, hoewel de architecten toch ook sociaal bewogen architectuur realiseerden in de zin van goedkope en sociale woningen. Goede architecten hebben is één ding, je moet ook goede opdrachtgevers hebben. Mensen met een culturele bagage. Ze weten wat ze willen en hebben er vaak over nagedacht. Ik vermoed dat dit minder geldt voor mensen die een Spaanse villa wensen. Het verbaast me soms ook dat heel belangrijke schrijvers of zangers in fermettes wonen. Dat is heel spijtig

 

Nog eens over naar Renaat Braem. Hij beweerde dat je aan de bouwstijl het karakter van de Kempenaar kon aflezen De noeste, in zichzelf gekeerde werker bouwde vaak huizen met kleine vensters met weinig lichtinval. Zijn huis was bedoeld als een bescherming tegen de buitenwereld.

Ik vraag me af of dit alleen te maken heeft met de Kempense aard. Het heeft zeker ook te maken met de ‘economie’. In de Kempen was vroeger was niet veel industrie en welstand. Je merkt dat ook aan de architectuur in Turnhout. Het is een provinciestadje. De herenwoningen zijn er altijd iets bescheidener dan de Antwerpse. Er was hier vroeger ook weinig bouwmateriaal. Dat resulteerde in kleine glaspartijen of in kleine overspanningen. Er werd ook veel zelf gebouwd. Dat is vandaag nog zo  typisch aan de Kempen. De Kempenaar bouwt nog steeds heel veel zelf in de verkaveling. In Limburg gebeurt dat ook nog steeds. Ook om die reden hebben de Antwerpse en Limburgse Kempen op het vlak van architectuur een achterstand. Vandaag begint dat wel te wijzigen. We geraken er wel. En daar willen we met Ar-Tur aan meehelpen. We hebben nu zelf een inzending gedaan voor de architectuurbiënnale in Venetië volgend jaar. Onze inzending gaat over ‘de regio van het grenslandschap’. Als een stad vroeger niet in ‘het centrum’ lag, vormde dat alleen maar nadelen op het vlak van grootsheid, middelen en ruimtelijke ordening. Maar nu speelt  ‘niet in het centrum’ juist in ons voordeel. ‘Een centrum moet niet altijd in het midden liggen’, zo beweert ook de Vlaamse bouwmeester Peter Swinnen op dit ogenblik.

 

Dat moet je eens uitleggen!

Een stad als Turnhout ligt midden in een grote groene long. Dat is onze grote troef. Turnhout is de groene gezonde stad met veel mogelijkheden. Een kleine stad ook waar iedereen mekaar kent. Turnhout is vandaag echt hot in onderzoekskringen. Aan de KULeuven is Turnhout dit voorjaar zelfs een onderwerp geweest van een workshop aan de 'Master of Human Settlements’. Studenten die vroeger vooral steden als Hongkong of  Sjanghai bestudeerden, hebben toen Turnhout als topic gehad, juist omdat het in Vlaanderen op dit ogenblik een heel unieke stad is. Als universiteiten dit gaan bestuderen, zegt dat toch iets.

Kijk: de Kempen is het onderwerp van een randlandverhaal. Maar die achteruitstelling heeft ook zijn voordelen opgeleverd. Er zijn veel littekens in het landschap die nu uniek zijn: kolonies als Wortel, de militaire domeinen als de Hoge Rielen, Geel met zijn psychiatrische instelling, de zandwinning en het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol, … Dat alles geeft ons wel een identiteit. Maar vooral het idee van de kleine centrumstad in een groene long is echt uniek. Dat voordeel moeten we gaan gebruiken en behouden.

 

Succes ermee: die groene long wordt toch naarstig volgebouwd! Een Vlaming is toch met een baksteen in zijn maag geboren. We hoorden een Kempense burgemeester ooit beweren dat iedere generatie recht heeft op zijn deel bouwgrond.

Dat is niet meer waar, absoluut niet. Dat kan ook niet meer. Een architectenorganisatie uit Brussel heeft recent een onderzoek gedaan. Daaruit blijkt dat we, als we zo verder doen,   tegen het jaar 2030 zo’n 300.000 nieuwe woningen zullen bouwen in Vlaanderen. Dat is hallucinant. Op die manier wordt heel Vlaanderen woongebied. Dat is absoluut niet wat we willen. We moeten echt heel erg rond de bestaande woonkernen werken. De rest van Vlaanderen is volgebouwd, wij moeten dit behouden. We moeten effectief binnen in Turnhout – maar evengoed in anders Kempense steden - verdichten.

Wat hier in het Turnhoutse stadscentrum gebeurt met Turnova is echt ongelooflijk goed. (In het centrum van Turnhout, op een boogscheut van de Grote Markt, wordt op de voormalige Brepolssite een nieuw stadsdeel - Turnova - gebouwd met oude en nieuwe gebouwen, met publieke straten en pleinen, met een mix van wonen, handel, recreatie en voorzieningen, nvdr) Maar trek het dan op in moderne architectuur. We moeten ons toespitsen op de huidige centra: Turnhout, Mol, Geel, Herentals … Kijk eens hoeveel plaats er nog is om te wonen rond de stadskern van Geel. Met Ar-Tur willen we bijvoorbeeld met de huisvestingmaatschappijen rond de tafel gaan zitten om te praten over collectief wonen of om nieuwe typologieën te ontwikkelen voor sociale woningbouw. Er zijn tal van vormen van cohousing mogelijk.

 

Ar-Tur werpt zich ook op als archivaris van het Kempense onroerende erfgoed. Zijn er in onze regio huizen die de moeite waard zijn om bewaard te blijven?

Er staan vandaag heel veel woningen van de Turnhoutse school onder druk. Drie of vier huizen zijn ze aan het verbouwen of staan te koop. De kans bestaat dat ze gemoderniseerd worden en dat de unieke architectuur verloren gaat. Waarom zouden de nieuwe eigenaars in die huizen niet proberen te leven zoals het destijds bedacht geweest is door de architect? Je moet die huizen nemen met hun ‘nadelen’, want anders dreigen ze hun eigenheid te verliezen.Volgend jaar -naar aanleiding van Turnhout 2012- gaan we een publicatie uitgeven over de Turnhoutse School en daar wordt een tentoonstelling aan gekoppeld (Turnhout is in 2012 de Vlaamse cultuurhoofdstad, nvdr). Wat ons vooral interesseert, is de vraag waarom er op dat moment hier zoveel interessante woningen ontstonden. Het was een periode van bloei waarin de moderniteit hoogtij vierde. Er was toen onder meer een grote instroom van mensen buiten de Kempen. Er kwamen grote bedrijven als Janssen Pharmaceutica en het SCK die bovendien ook interessante bedrijfsarchitectuur maakten. Met de petroleumcrisis in 1973 is die pudding weer ingeengezakt. Tot op heden hebben we niet meer die productie van hedendaagse architectuur.

 

Wat is daarvan de reden?

Mogelijk omdat er minder instroom is van anderen naar de Kempen. Het is vandaag ook niet meer de tijd van de grote projecten. Bovendien worden steeds meer randvoorwaarden gesteld rond duurzaamheid, energieprestatie, akoestiek … En er is veel minder ruimte. Vandaag moeten veel oude projecten en sites een herbestemming krijgen, zoals Turnova. Het zijn complexe opdrachten waar architecten hun weg in moeten vinden. Je zet vandaag niet zomaar een nieuw gebouw neer. Toch staan er in heel de Kempen overal tal van projecten op stapel. In Turnhout is er naast Turnova ook de bouw van een nieuwe fuifzaal, de Warande wordt gerenoveerd en de Grote Markt heraangelegd. Geel bouwt ook een fuifzaal, in Kasterlee gebeuren er interessante zaken op de Hoge Rielen. Er staan ook vernieuwende projecten op stapel rond scholenbouw in Herentals en Mol. Vandaag kunnen we op de dag van de architectuur nog weinig tonen maar over twee jaar voorzien we een fantastische dag met heel veel fantastische gebouwen die dan gerealiseerd zullen zijn.

 

We kijken er samen naar uit!

 


Suiker biedt Ar-Tur een forum

Vanaf volgende maand kan je in Suiker telkens een bijdrage lezen van de architectenvereniging Ar-Tur. Ar-Tur kiest in de Kempen een interessant architectuurproject uit en schrijft er een halve bladzijde interessante tekst over in Suiker. Het wordt geen spek voor de bek van diehard architecten, maar bijdragen die je moeten warm maken voor alles wat er in deze contreien wordt gebouwd, gerenoveerd of gesloopt. Dat kan gaan over een spraakmakend nieuw bouwproject, over een bijzondere woning die teloor dreigt te gaan of over een nieuwe vorm van sociale huisvesting. Keuze te over. We zijn alvast benieuwd en hopen van u hetzelfde.


 

altEen periscoop in de Watertoren 

Op de Dag van de architectuur, zaterdag 9 oktober, presenteert Ar-Tur de periscoop van de hand van architect/kunstenaar Emilio Lopez-Menchero in de leegstaande Watertoren in het centrum van Turnhout.

“Door bewust geen gebouwen open te stellen op de hoogdag van de recente architectuur formuleert Ar-Tur een statement. Liever zoeken we, in afwachting van een volgende Dag van de architectuur -die hopelijk focust op meer boeiende hedendaagse projecten- de marge op van de artistieke interventie als een soort 'onbestelde architectuur'. Het project roept vragen op rond de herbestemming van de Watertoren en rond kwalitatieve architectuur in de regio, terwijl de toeschouwers via de periscoop de horizon van Turnhout kunnen afspeuren naar architectuur.

Het project sluit naadloos aan bij het hoofdthema 'Randland-Hartland' dat Turnhout in 2012 als cultuurstad van Vlaanderen zal uitdragen. De periscoop zal dan ook deel uitmaken van het feestprogramma in het kader van Turnhout 201.

Meer info: www.ar-tur.be, www.vai.be.

alt

 

Share/Save/Bookmark

Print je mail !

 Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.

Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

Het nieuwste nummer

 
De oudere nummers vind je in ons archief.
 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009