november 2011
TURNHOUT - In het centrum van Turnhout staat een lege watertoren. Op 9 oktober, de ‘Dag van de Architectuur’, werd hij plechtig heropend. Als 'Periscoop', een video-installatie van kunstenaar Emilio Lopez-Menchero die via een camera op een ronddraaiend televisiescherm onderaan de toren beelden toont van de omgeving. Een affiche geeft uitleg: deze periscoop moet dienen om de horizon af te speuren naar architectuur of de bezoeker af te leiden van zijn dagelijkse beslommeringen. Maar hij stelt ook de vraag wat we met onze oude bouwsels moeten doen. Plat gooien? Restaureren? Of toch proberen ze met een paar handigheidjes klaar te maken voor de toekomst...?
De grootste architecturale hemelbestormer van de vorige eeuw, Le Corbusier (1887 - 1965), stelde in 1925 voor om een deel van het centrum van Parijs met de grond gelijk te maken en er appartementsblokken 'in het groen' neer te poten. Vlak naast de Notre Damekathedraal, aan de overkant van de Seine, zouden zijn betonnen dozen (in feite waren het kruisvormige torens) tot aan de voet van de Gare du Nord reiken. Dit 'Plan Voisin' werd nooit uitgevoerd. Gelukkig voor de honderdduizenden toeristen, maar vooral voor de inwoners van de stad. In 1931 tekende dezelfde architect, ook al in Parijs, een veel bedachtzamer project. Op het dak van een typische huizenblok voorzag hij een stadstuin met elektronisch bewegende struiken, een open haard en...een periscoop. De welgestelde eigenaar, mijnheer de Beistegui, kon zo in zwembroek en pantoffels naar de schoonheid van de Franse hoofdstad turen. Slechts een paar jaar ouder was de architect blijkbaar gaan inzien dat architectuur ook uit de charmante opeenhoping van doodgewone gebouwen kon bestaan. Als stedenbouw zonder spierballenvertoon.
Als we België bekijken en het enorme vergrootglas van Google Earth hanteren, zien we een lappendeken van verkavelingen, lintbebouwing en industrie: België is al jaren overvol. Maar ook Turnhout lijkt baat te hebben bij zijn nieuwe verrekijker. Als je van hieruit even over de grens naar Nederland spiekt, zie je hoe wonen in de toekomst eigenlijk moet: klein en geconcentreerd in steden, met daarrond onaangeroerd het platteland. Dat botst met de mythe waar we zelf in willen geloven, die van de 'Belg met een baksteen in de maag'. Toch is er geen alternatief. We staan nu al allemaal in de file en straks betalen we ons ook nog eens suf om al die alleenstaande paleisjes warm te houden. Dichter op elkaar lijkt de enige optie, maar durven we dat nog?
Een stel pijpen onder een reservoir: meer is de oude toren in Turnhout niet. Of ook: een waterhoofd op een lege, bakstenen huls. Schrijver Geert van Istendael verzint in zijn openingsspeech bij het kunstwerk meteen enkele nieuwe invullingen: een klimmuur, een minaret, een winkel met slingerplanten... Oude, lege gebouwen maken de fantasie blijkbaar makkelijk los. Misschien kunnen er zelfs kleine appartementen in? Of een boogschuttersclub? Alleen, als we het echt helemaal goed willen doen, kruipen we beter warm tegen elkaar aan en laten we onze oude gebouwen simpelweg ongemoeid. Ze kunnen dan naar believen dienen om in te feesten of, net andersom, in te bezinnen. Geert van Istendael verklapt echter de geestigste oplossing: glurend naar ons volgepropte land kunnen we deze watertoren met periscoop gebruiken als afkickcentrum voor mensen met een baksteen in de maag. Allen daarheen!
Bjorn Houttekier
Architectuurtip van de maand:
24 november, om 20.15u in de Kuub (De Warande): 10 x 20 x 20 over 'Wonen in Meervoud' .