december 2011
ZOERSEL - Uitvoerig staan ze beschreven: de farao's, pausen en keizers die eeuwenlang imposante monumenten lieten optrekken. Tegenwoordig zijn het vooral architecten die faam verwerven met hun soms duizelingwekkende ontwerpen. Er werd zelfs een treffende term voor uitgevonden, 'starchitects' of 'sterarchitecten'. Als waren het popidolen van de ontelbare cultuurbijlagen.
Dat architecten en opdrachtgevers vaak tegengestelde belangen hebben, is bekend. Bouwheren willen het functioneel en goedkoop, architecten opvallend en met een blanco cheque. Maar het kan ook anders. Wanneer beide partijen elkaar inspireren en wederzijds op de vingers tikken bijvoorbeeld, om zo tot een resultaat te komen dat ieders verwachtingen overtreft. In Zoersel ligt zo'n project dat zeker het vermelden waard is. Huize Monnikenheide, een zorgcentrum voor personen met een mentale handicap, ontving de voorbije jaren meerdere nominaties en prijzen, zowel voor het werk van de ontwerpers als voor de geestdrift van de initiatiefnemers. Naast gelauwerde architecten staan immers soms ook opdrachtgevers met pit.
Veertig jaar geleden ontstond vzw Huize Monnikenheide onder impuls van Wivina Demeester. Van haar komt ook deze duidelijke uitspraak over de taak van de bouwheer: 'De opdrachtgever moet zich tonen als een ondernemer met visie, wils- en daadkracht. Als het een goede opdrachtgever is, neemt de architect een vliegende start en rijdt hij de volledige rit uit de wind'. Treffende woorden die wellicht leidden tot de 'VTDV Bouw-award' die Monnikenheide vlak na de renovatiewerkzaamheden in 2005 ontving: een architectuurprijs voor voorbeeldprojecten in de zorgsector, door professionelen uit de sector toegekend.
Nu zijn zorggebouwen niet de meest aanlokkelijke opdrachten voor architecten, vooral omdat alles in de eerste plaats functioneel moet zijn. Volgens de wetten van rolstoel, signalisatie en makkelijk afwasbare vloerbekleding dus: zaken waarover de fantasie van architecten al eens struikelt. Alleen is men er voor de inrichting van Monnikenheide in geslaagd ontwerpers te selecteren die sprongetjes wilden maken in plaats van te zwalpen. Hun ingrepen -zowel verbouwingen als nieuwbouw- overstijgen dan ook een louter onderdanige rol. Zo kregen oudere constructies uitbreidingen met fijne houten latjes, werd de centraal gelegen wooneenheid een ruim bemeten sokkel die uitkijkt op het omliggende groen en werden zwembad en wasserette lichtvoetige paviljoenen rondom een vijver. Samen vormen deze verspreide bouwsels een beredeneerd ensemble dat vrolijk tussen bomen ligt.
Monnikenheide stak ook een hand uit naar Zoersel. In de dorpskern kwamen twee pionierswoningen waar bewoners onafhankelijk zouden kunnen verblijven. Deze knappe huizen nestelden zich met speelse vormen en raamopeningen trots in het bestaande straatbeeld. Dat één van beide projecten in het Jaarboek Architectuur 2002-2003 werd opgenomen, bewijst onomstotelijk dat “zorg” ook verrassend hedendaags kan zijn. Al zal het binnenkort zelfs futuristisch moeten, nu België vertraagt tot ouderlingenland ...

Befaamd is de campus van designgigant Vitra in Weil am Rhein (Duitsland) waar de opvallendste architecten van de laatste dertig jaar de gekste paviljoenen verzonnen. Eén ervan, een door 'starchitecte' Zaha Hadid ontworpen brandweerkazerne, bleek al snel volkomen ongeschikt voor zijn functie: een gebouw als dure make-up op een terrein vol vreemde eenlingen. Dan vertellen de doordachte ingrepen op en rond het domein van Monnikenheide een waardevoller verhaal: dat voldragen architectuur, door meerdere architecten ontworpen, wel degelijk mogelijk is, zelfs voor gebouwen die in de eerste plaats moeten dienen, of mag men zeggen 'omarmen'? Bovenal echter toont Monnikenheide dat bouwheer en architect, zowel visionair als ingetogen, kunnen samenwerken.
Bjorn Houttekier