Het Kempens landschap

altEen geniepige vraag: wat is 'landschap'?  Zelf ken ik twee jonge tuinarchitecten die in de dennenbossen van Siberië een festivalterrein mochten vormgeven. Ze kregen daartoe de beschikking over een imposante hakselmachine op rupsbanden die naar believen stroken woud kon verwijderen. Het volstond boven op een heuvel een richting aan te wijzen waarna de machine door de bomen walste: een jongensdroom. Toch blijft de bedenking: was er meer landschap vóór het rooien van de bomen of erna? Met 'landschap' kan veel: beschermen, verkavelen, herwaarderen en zelfs inkleuren. In het laatste geval kent men een functie toe aan een welbepaald deel van het aardoppervlak. Iemand trekt een denkbeeldige lijn op een kaart en plots ontstaat er een belangwekkend gebied. Grond laat zich gewillig tatoeëren.  

 

Landen houden ervan aan hun grenzen het vuil buiten te zetten. Gekend zijn de kerncentrales, die net dáár staan waar wind een nare wolk snel bij de buren kan blazen. Maar wat wij met Nederland voorhebben, wil Frankrijk weer bij ons. We kieperen dus lustig in elkaars steegje. Ook mensen worden wel eens hinderlijk gevonden. Alleen kunnen zij, als staatsburgers, niet gewoon het tuinhek over. Binnen landsgrenzen verschijnen daarom steeds weer nieuwe grenzen om gekken, bedelaars of bandieten aan het zicht te onttrekken.  

 

De Kempen hebben nogal wat van die 'heimelijke' gebieden. Ze werden de laatste tweehonderd jaar door allerhande instanties afgebakend om smurrie, wapens en zonderlingen te bewaren. De schrale zandgrond zorgde voor een dunbevolkte regio waar naar believen omlijnd en gekleurd kon worden: in Mol kwam de eerste Belgische kernreactor met bijhorend atoomdorp, bij Kaulille moest heidegrond wijken voor een buskruitfabriek, in Broechem, Olen, Emblem en Grobbendonk ontstonden vanaf 1952 vier Britse legerkampen en in het bos rond Kasterlee plaatste men een oefenterrein voor militairen. Allemaal lapjes landschap met een eigen strikte logica, gemaakt op maat van de initiatiefnemers.

 

De meest opmerkelijke ingreep was misschien wel de installatie van de 'Kolonies' bij Merksplas en Wortel: twee enorme terreinen waarop onder dwang van de Fransen en later de bouwdrift van de Nederlanders opvangtehuizen voor landlopers en havelozen kwamen. Aanvankelijk werd nog gratis grond met een huis ter beschikking gesteld; nadien volgden meer gesloten instellingen die ondertussen tot opvangcentrum voor asielzoekers en gevangenis evolueerden. De oude gracht rondom beide kolonies vertelt in vergelijking met de plompe omheiningen en camera's van nu een naïef verhaal over hoe men vroeger aankeek tegen ontsnappingspogingen.  Voor vluchtelingen te voet leek een beetje waterarm al afschrikwekkend genoeg. De gracht fluistert daarmee hoe gemotoriseerd verkeer de impact van 'landschap' kan tenietdoen. In een auto passeert de natuur geur- en geluidsvrij aan een snelheid die elke mogelijke dreiging onherroepelijk neutraliseert.      

 

Pas bij het fietsen door de statige dreven van de kolonies in Merksplas en Wortel voelt men hoe de hand van de planoloog als een onzichtbare ploeg door het landschap ging. In plaats van de oorspronkelijk heidegrond kwam een raster van lanen en kruispunten dat grote stukken veld en bos in vierkanten verdeelde, terwijl de golvende verzakkingen in het terrein plekken verraden waar ooit klei voor bakstenen werd gewonnen. Al dat gewroet met passer en schoffel heet trots 'cultiveren'. We schrapen de vruchtbare laag van het landschap, graven als mollen naar kostbaarheden en stapelen bovenop het groen haastig onze steden en lekkende rioleringen: het landschap als grondstof en wij poserend als vaandeldragers van het ongewisse.

 

In 2007 verscheen het prachtige boek 'The world without us' van Alan Weisman. Het beschrijft wat er met de wereld zou gebeuren mocht de mensheid plots verdwijnen. Als voorbeeld gebruikt Weisman New York: gebouwen storten in, alles lekt en roest, beton en asfalt worden door onkruid overwoekerd, wilde dieren keren terug. Waar vroeger boulevards lagen, liggen nu brede stroken varens tussen jonge, priemende bomen. Opnieuw een raster dus, maar dan wel een waar nu eens geen liniaal aan te pas kwam.  Het was gewoon de natuur die haar natuur mocht volgen. Wat het boek meegeeft, is een ontregelende geruststelling: we kunnen blijven kleuren, krassen en omlijnen wat we willen, want het landschap heeft met gemak tweehonderdduizend jaar geduld. 

 

Bjorn Houttekier

 
Share/Save/Bookmark

Print je mail !

 Wanneer je van ons een beves-tigingsmail krijgt dat je vrijkaarten hebt gewonnen, druk dan die mail af en neem hem mee naar de locatie waar de voor-stelling plaatsvindt.

Vermeld ook steeds je naam en adres in de mail wanneer je wil meedingen voor de vrijkaarten.

Het nieuwste nummer

 
De oudere nummers vind je in ons archief.
 

is de Kempense cultuurkrant. Een uitgave van Procart GVC. © Suiker 2009